Van Smyrna tot Axminster - de tapijten van Tuschinski
Wie Pathé Tuschinski binnenkomt, wordt overdonderd door de
felle kleuren en het lijnenspel dat de grote hal tot een sprookjesdecor
maakt. De ontwerpen van Jaap Gidding schitteren aan de wanden, het plafond
en de vloer zijn bedekt door een kleurenzee. Op het verende dikke tapijt
betreedt de bezoeker een nieuwe wereld, ver weg van het drukke straatrumoer.
Hij is in Pathé Tuschinski.
Het majestueuze haltapijt is een van de meest opzienbarende kunststukken
die het theater rijk is. De in het ontwerp verwerkte Poolse adelaar (mét
kroontje - tijdens het communistische regime uit de Poolse vlag verbannen)
vormt een eerbetoon aan het vaderland van de schepper van het theater: Abraham
Tuschinski.
Dat in de hal nauwelijks daglicht zou doordringen was iets waar Gidding
tijdens het schetsen rekening mee moest houden. Tuschinski sprak hem er
regelmatig op aan: 'Jaap, je moet die kleuren zoo sterk mogelijk maken,
anders gaat het effect verloren.' Om de kleuren de juiste impact te geven
liet Gidding ze aansluiten bij de pauwendecoraties die hij op de wanden
had aangebracht.
In 1921 was het geen sinecure om een tapijt van twintig bij vijftien meter
aan één stuk te laten maken. De Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken
nam de opdracht aan. De werktekening die zij gebruikten was een weergave
van Giddings ontwerp op geruit papier waarbij ieder ruitje één
knoop voorstelde. De KVT knoopte het tapijt uit kostbare Australische wol
met een dichtheid van 21.000 knopen per vierkante meter: voor het hele tapijt
werden ruim 6,3 miljoen knopen gelegd. Dit prestigeobject kostte Abraham
Tuschinski uiteindelijk een flinke hap uit zijn budget: vijfentwintigduizend
gulden.
Smyrna Deventer Tapijt
De KVT, die het tapijt voor Theater Tuschinski vervaardigde, bestond
nog niet zo lang. Pas in 1919 was de oprichting een feit. Het bedrijf bestond
echter uit twee oude fabrieken die al grote ervaring hadden opgedaan in
het tapijtknopen, te weten de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek (die opende
in 1848) en de 's-Gravenhaagse Smyrna-tapijtfabriek (sinds 1900).
De KVT vervaardigde sinds 1919 Smyrna Deventer Tapijten, waaronder het kunststukje
voor de pauwenfoyer. Smyrna tapijten werden oorspronkelijk uit het Turkse
Izmir naar het westen geëxporteerd. De Turkse tapijten onderscheidden
zich van Perzische door hun grofheid - zo konden er kleden gemaakt worden
met slechts 46.000 knopen per m2, terwijl het meest luxe Iranese tapijt,
Kerman, maar liefst 930.000 knopen per m2 telde. In tegenstelling tot de
Perzische knoop heeft de Turkse knoop een symmetrische structuur. Bovendien
wordt bij deze knoop de inslagdraad om beide scheringen geslagen (in Perzische
tapijten maar om één) en strak aangetrokken. Smyrna tapijt
was wel, net als de Perzische kleden, aan stricte eisen gebonden wat kleursterkte
betrof.
De keuze van Smyrna tapijt in Nederland was er een van zuinigheid, zo lijkt.
Terwijl de tekening in dezelfde unieke kleuren als een Perzisch tapijt vervaardigd
werd, was de productietijd aanzienlijk korter. Zeker als in acht wordt genomen
dat het haltapijt van Tuschinski 21.000 knopen per vierkante meter telde,
de helft van een oorspronkelijk Smyrna kleed. Toch zou, aangezien een professionele
tapijtknoper slechts drie knopen per minuut legt, het vervaardigen van dit
tapijt één persoon twaalf jaar kosten, acht uur per dag werk,
zonder vrije dag.
Al was het halkleed, vergeleken bij Perzische tapijten, van mindere kwaliteit,
toch is de duurzaamheid in de geschiedenis niet meer geëvenaard. Dit
eerste adelaarstapijt was pas in 1954, drieëndertig jaar na de installatie,
aan vervanging toe. Inmiddels ligt de vierde Poolse adelaar - na zestien
jaar op sommige plaatsen al tot de draad versleten - te wachten op zijn
opvolger. En die komt eraan, want Pathé laat een nieuw haltapijt
knopen.
De vervanging van een meesterstuk
Het laten knopen van een dergelijk tapijt is niet meer zo eenvoudig als
het in de jaren twintig was. Het is onmogelijk om zulk werk in Nederland
te laten uitvoeren. Daarom worden op het ogenblik de verschillende mogelijkheden
in het buitenland nagegaan.
Ook de reproductie van de beeltenis op het halkleed bleek ingewikkelder
dan men in eerste instantie dacht. Waar de vorige versies van het tapijt
gebleven waren was niet meer te achterhalen. De originele werktekening is
ook zoekgeraakt - waarschijnlijk is het met het hele Tuschinski archief
bij het bombardement op Rotterdam in 1940 vernietigd. Wel is inmiddels duidelijk
dat na vier kleden het oorspronkelijke ontwerp aan kracht heeft ingeboet.
Nu de schilderingen aan de muren zijn gereinigd, blijkt dat de kleuren van
het laatste tapijt niet meer aansluiten bij de oorspronkelijke kleuren van
de wandschilderingen. Het laatste tapijt is iets groter dan vereist en past
daardoor niet precies tussen de marmeren omlijsting. Bovendien is tijdens
het repliceren niet nauwkeurig genoeg te werk gegaan: de lijnen van de tekening
worden op sommige plekken onderbroken of lopen niet recht.
Er is gelukkig tijdens de restauratie wel iets bijzonders gevonden: een
stukje tapijt van een oude traploper. Het aantal knopen telt in dit fragment
20.736 per m2, wat bijna overeenkomt met de oorspronkelijke dichtheid. Daardoor
kan men er bijna zeker van zijn dat dit een vooroorlogs tapijt is. De nieuwe
tapijtfabrikant krijgt, met dit fragment als houvast, de taak om het oude
ontwerp van het haltapijt te reconstrueren. Aan de hand van foto's van de
hal tussen 1921 en 1954, en met behulp van kleurstalen van de gereinigde
beschilderingen, zal hij een nieuwe tekening moeten maken die het origineel
van Jaap Gidding zo dicht mogelijk benadert.
Productie en onderhoud
Het huidige tapijt is om verschillende redenen zo snel gesleten. Het
was veel te los geknoopt en de polen waren te lang gehouden, waardoor het
tapijt niet lang mooi blijft. Bovendien was het de eerste tijd verschrikkelijk
om over te lopen. Het kleed werd ingewijd tijdens de première van
De Aanslag en menig dame heeft op haar naaldhakken staan zwikken en wankelen
met een glaasje champagne in de hand.
Wat vooral veel schade aan het laatste kleed had aangericht was het schoonmaken.
Het reinigen van tapijt vereist zorg. De laatste jaren werd er zoveel water
overheen gegooid dat het nooit de mogelijkheid had om in de periode tussen
het schoonmaken om zes uur 's ochtends, en de opening van het theater zes
uur later, te drogen. Het publiek liep dus over een tapijt dat in de basis
drijfnat was. Het gewicht van de bezoekers duwde het water in de wol en
brak daardoor de structuur.
De schoonmakers zelf kunnen het niet helpen. Zij hebben slechts een beperkte
tijd om een gigantisch theater schoon te maken. Maar om het nieuwe tapijt
straks in goede staat te houden zal een gespecialiseerd bedrijf eens in
de drie of vier maanden langs moeten komen om het op de juiste manier droog
te reinigen.
Oude glorie komt terug
Naast het haltapijt zullen tijdens de restauratie ook alle gangtapijten
vervangen worden. Het veelkleurige gangtapijt dat door veel bezoekers met
het theater wordt geassocieerd zal verdwijnen. Foto's en oude filmopnamen
hebben aangetoond dat dit tapijt niets heeft te maken met het oorspronkelijke
gebouw.
Tijdens de werkzaamheden werden onder de huidige vloerbedekking enkele fragmenten
tapijt gevonden. De restauratie architect Rappange & Partners wist het
te dateren als jaren twintig materiaal en op een foto uit het Tuschinski
jubileumboekje van 1931 was te zien dat dit het oorspronkelijke tapijt moest
zijn dat de wandelgangen bekleedde.
Er zijn te weinig fragmenten teruggevonden om het hele patroon te kunnen
leggen, maar met behulp van de betreffende stukken en de oude foto heeft
de architect de oorspronkelijke ingenieuze vorm kunnen reconstrueren. Technisch
tekenaar en opzichter bij de restauratie, Ruud Maas, bracht de ontwerpen
over in de computer: zo kon de tapijtfabriek een werkbaar ontwerp aangeleverd
worden.
Het gevonden gangtapijt was geweven op de Wilton wijze. De draad van
iedere pool wordt bij deze in de achtergrond verwerkt waardoor een stevig
en stabiel tapijt ontstaat.
Alle gangtapijten van Pathé Tuschinski opnieuw volgens deze techniek
laten maken, is onbetaalbaar. De nieuw te kiezen tapijtweverij zal dus waarschijnlijk
gevraagd worden een staal te maken van het gereconstrueerde tapijtontwerp
volgens de minder kostbare Axminster productiewijze. Bij Axminster tapijt
worden de draden als een U-vorm door de achtergrond gehaakt en kan de achterkant
met synthetische stijfsel of latex worden versterkt. Axminster is hoogpoliger
en losser geweven dan Wilton, blijft mooier op trappen (de korte polen van
Wilton lijden teveel onder het stoten tegen de traptreden) en kent een breder
scala aan kleurencombinaties.
Straks, als alle beslissingen zijn genomen, de nieuwe tapijten van het theater
zijn geweven en op rollen aangeleverd, begint een monsterklus voor de tapijtmedewerkers.
Zij moeten dan honderden vierkante meters tapijt gaan leggen en de ingewikkelde
patronen van de verschillende rollen naadloos op elkaar aansluiten.
Axminster of Wilton, de bezoeker zal het verschil niet opmerken, hij geniet
van het nieuwe Pathé Tuschinski en loopt er gewoon overheen.
(c) Jesse Goossens, 2001. Dit artikel verscheen in Projekt+