Op de werkvloer is hij verantwoordelijk voor alle schilderingen in Theater
Tuschinski. Gedreven door een passie voor kleuren en lijnen en uitgerust
met een niet aflatende nieuwsgierigheid, stuurde Bert Strik de hele planning
voor de restauratie van de Grote Zaal in het honderd.
Op het moment dat het theater sloot, dacht eenieder die de bioscoop een
tijdje moest missen dat hij straks de zaal terug zou vinden zoals hij hem
achter had gelaten. Alleen zonder beschadigde muren, kapotte lampen en te
krappe stoelen. Maar het zou anders lopen.
Het plafond
'Het uitgangspunt was dat we het plafond zouden herstellen zoals het eruit
zag, in de staat van 1936. Daar sloot ik me bij aan. Maar toen ik de grote
contouren van het grote plafond uit 1921 door de schildering heen zag, werd
ik verschrikkelijk nieuwsgierig. Ik had wel een zwart-wit foto gezien van
het oorspronkelijke plafond, maar toen ik op die steiger stond was het opeens
heel dichtbij. Het zat er maar nét onder. Daar werd ik heel hebberig
van, ik wilde dat in kaart brengen, ieder detail. Vooral omdat het hele
plafond zou worden afgestoken. Het zou allemaal verdwijnen in een zak. Dat
vond ik het allerergste, dat het verloren zou gaan.
In het plafond uit 1921 zitten prachtige lijnen in en er zijn schitterende
kleuren gebruikt die me doen denken aan een mix van Jugendstil, Art Deco
en Oosterse invloeden - afijn, iedereen mag er zijn gevoel op loslaten.
De kwaliteit uit 1921 was vele malen interessanter dan wat we nu in beeld
zien. In combinatie met de lamp moet dat zo fascinerend mooi zijn geweest
dat ik vond dat je het niet kon maken dit af te steken.
Terwijl links en rechts dit
afsteken begon, werd het inventariseren van het oude plafond toen zo kritiek
dat ik voorstelde het resterende in eigen tijd te doen. Ik werd voortdurend
tegen mijn schenen geschopt: 'Bert je bent een sta-in-de-weg met je gehannes
aan het plafond'. Maar ik sta in dienst van de decorateurs van toen, van
Abraham Tuschinski en mijn voorgangers Kromhout en Pieter Den Besten, en
wil daarin absoluut geen concessies doen. Ik zal hun standpunten altijd
verdedigen tegenover mijn opdrachtgevers. De architect kwam terug van een
vakantie en was direct overtuigd van de kwaliteit.'
De muren
'Ook bij de wanden waren we op zoek naar 1936: dat was het uitgangspunt
van de architect. Die eenvoudige laag bestond maar uit enkele lijnen en
ronde vormen. Ik had een decorateur de opdracht gegeven een stuk van de
wand schoon te maken en te stoppen zodra ze goud tegenkwam. Ik heb er niet
meer bij stil gestaan tot ik kwam controleren hoe
het ging en onder het goud de contouren van een andere
afbeelding zag. En op het moment dat ik een gezicht had, werd ik hoe langer
hoe nieuwsgieriger.
Ik wilde aan de buitenwereld laten zien wat onder de eenvoudige laag van
1936 zat. Ik dacht als decorateur: hoe zou ík dit schilderen. Ik
mat het na, keek naar de kolommen, het plafond en het armatuur van de lampen,
zag eenzelfde soort paneel en bedacht: hier zouden ook ergens ogen moeten
zitten. Binnen tien minuten was het bekend. De dames van Pieter den Besten
kwamen naar voren. Decoratief gezien zijn de vrouwen vele malen mooier dan
de decoratie uit 1936. Het is schitterend.
Nu moet nog een beslissing worden genomen over de techniek die we gaan gebruiken
om de dames te retoucheren. Ik geef de voorkeur aan een meerkleuren retouche,
dat betekent dat elk kleurvlak een eigen retoucheerkleur krijgt die ondergeschikt
is aan de kleur die er werkelijk op staat. Zo kun je blijven zien wat er
geretoucheerd is, en van een afstand is het toch een geheel.'
De beslissing
'Aan de ene kant vind ik het geweldig dat nu de hele zaal anders wordt dan
we aanvankelijk gepland hadden. Maar aan de andere kant ben ik niet de man
die dat uiteindelijk beslist.
Hoe meer mensen erbij betrokken worden, hoe meer meningen er zijn over wat
er moet gebeuren. Daarnaast zijn er allerlei invloeden van buitenaf die
bepalend zijn, zoals tijdsdruk en geld. Al die dingen spelen mee bij de
keuzes die de architect moet maken. Want de ene beslissing neemt andere
mee: wanneer de schilderingen aan het plafond en de muren worden teruggebracht,
moet ook de podiumwand worden aangepast.
Ik ben me er niet echt bewust van dat door mij nu de hele zaal anders wordt.
Ik doe wat in me zit: ik ben hier in Tuschinski en voel me op een bijzondere
manier verbonden met de decorateurs van weleer.'
Het theater straks
'De Grote Zaal gaat nu veel meer horen bij de rest van het theater.
De hele bioscoop - de tapijten, de lampen, de decoraties - zal er straks
veel frisser en helderder uitzien dan hoe de mensen het kenden. We gaan
terug naar hoe het geheel oorspronkelijk bedoeld was. En als er straks niet
meer gerookt mag worden, hoop ik dat dat behouden blijft.
Ik heb de hal altijd al met open mond bekeken: hoe bestaat het. En vooral:
hoe bestaat het dat het nog bestaat.
Het is
onvoorstelbaar dat er zoveel respect ontstaat bij de buitenwereld die het
theater binnenkomt.
Tuschinski heeft ooit gezegd dat hij wilde dat mensen zich hier helemaal
anders zouden voelen, en dat is hem ontzettend goed gelukt. Ook voor mij
is het niet alleen een uitje: je wordt hier overdonderd.'
De onthulling van de dames
De vrouwenfiguren van Pieter den Besten die boven het tweede balkon zijn
aangetroffen, zijn met olie vastgelegd op linnen. Wie zij zijn, muzen, filmsterren,
godinnen: dat is onduidelijk. Er zijn geen speciale attributen afgebeeld,
die hun identiteit onthullen.
Het zijn
gracieuze, bijna hautaine, schoonheden die op grote hoogte in het theater
schitteren.
Het vrijleggen van de gevonden wandschilderingen in Tuschinski vereist uiterste
precisie.
Over deze wandversiering uit 1931 zijn twee nieuwe schilderingen aangebracht,
wat inhoudt dat maar liefst zes lagen de oorspronkelijke beelden aan het
zicht onttrekken: over de dames zit een laag grondverf, een voorlak en een
zalmkleurige schildering uit 1936, daarover is opnieuw een laag grondverf
gestreken, voorlak en ten slotte de egale kleur die de hedendaagse bezoeker
kent.
De door ouderdom bijna versteende verflagen worden met afbijtmiddel week
gemaakt en met een scalpelmesje weggehaald, tot op de laag uit 1936. Dan
wordt opnieuw een laag afbijt op de verf aangebracht die na minder dan een
minuut (de tijdsduur is per verfkleur verschillend) met water wordt afgenomen.
Nu worden de laatste lagen verwijderd: de eilandjes verf die achterblijven
worden droog afgekrabd tot de gehele schildering uit 1931 is vrij gelegd.
Vervolgens wordt de verf gemasseerd: gevoed met een materiaal dat de open
plekken verzadigt en loszittende delen consolideert.
Op dit moment geeft de schildering zijn ware kleuren vrij en
kunnen de tinten voor de meerkleurenretouche worden vastgesteld.
De retouche wordt uitgevoerd met gouache (Arabische gom) en afgedekt met
een reversibele verffilm. Zodat, mochten latere generaties beslissen dat
met de retouche het origineel onrecht is gedaan, alles waar men nu op zwoegt
ongedaan gemaakt kan worden.
Dit artikel is eerder verschenen in Projekt+, (c) Jesse Goossens, 2001