Bij de opening van Theater Tuschinski in 1921 konden de hooggeëerde gasten een innovatie op het gebied van interieurarchitectuur bewonderen. Abraham Içek Tuschinski was de eerste in Nederland die zijn lampen liet overspannen met gebatikte zijde. De diffuse lichtval en het bijzondere verloop van de kleuren dat door deze techniek werd bereikt werd al snel een hit in Amsterdam. Binnen een aantal jaar was ieder café in de hoofdstad - maar ook ver daarbuiten - voorzien van gebatikte lampen. Tachtig jaar na de opening van het gebouw worden de lampen hersteld in de staat die het meest recht doet aan zijn omgeving: de zijden ontwerpen uit 1921.
Aangezien in het hele theater de lampenkappen in slechte staat waren,
riep restauratiearchitect Kees Doornenbal de hulp in van zijn vrouw - autodidact
textielspecialiste Karin Doornenbal.
'Ruim twee jaar geleden,'vertelt zij, 'nog voor de restauratie begon, heeft
hij mij gevraagd om op zoek te gaan in archieven naar oude foto's waarop
het originele textiel te zien was dat in het theater werd gebruikt.
Met de schaarse foto's die ik kon vinden, ben ik in het theater de lampen
gaan bekijken: wat hangt er tegenwoordig en wat is er vroeger geweest. Er
hingen originele lampen die in heel slechte staat verkeerden, lampen die
later vernieuwd waren, waarschijnlijk in 1936, en verlichtingen die niets
met de originele versie te maken hadden.
Het uitgangspunt was aanvankelijk om alles wat aanwezig was te restaureren,
maar de conditie van de meeste lampen was zo slecht, dat ze vervangen moesten
worden. Bovendien waren alleen een aantal handbeschilderde lampen uit de
Moorse kamer en de Japanse kamer nog origineel. Deze lampenkappen zijn zo
uniek dat we ze naar Haarlem hebben gebracht om bij atelier Paswerk te worden
gerestaureerd.
We moesten dus kiezen: zouden we wat er nog hing herstellen of teruggaan
naar het origineel? De keuze was niet moeilijk; de decoraties uit 1921 sluiten
fantastisch aan bij de schilderingen.
Op dat moment hebben we de foto's aan Béatrice gegeven.'
Béatrice Barbarin is een Franse architecte die bij Rappange en
partners voornamelijk zorg draagt voor de opdrachten waarbij kleur en design
een belangrijke rol spelen.
'Op het moment dat ik de foto's kreeg, ben ik gaan kijken met hoeveel verschillende
lampen we te maken hadden. Eerst wilden we voor de wandelgangen rond de
grote zaal één decoratie van de plafonnières te reconstrueren
en die op de verschillende etages aan te brengen. Maar toen we de lamp van
de eerste verdieping hadden gereconstrueerd en die vergeleken met de lamp
op de foto's van de begane grond, zagen we direct dat het verschil te groot
was. Ik heb nu zes ontwerpen gemaakt: voor de hanglampen op de begane grond
én op de eerste verdieping, voor de wandlampen beneden en de rupslampjes
boven, voor de staande bollampen en de lamp van de Japanse kamer.
Het was vooral erg moeilijk om opnieuw de kleuren te bepalen. Toen ik begon
waren de wandschilderingen in het theater nog niet schoongemaakt. Aan de
hand van de originele foto's - die natuurlijk zwart-wit waren - die ik vergeleek
met de decoraties, had ik in mijn hoofd al een idee gevormd welke grijstint
bij welke kleur kon horen. Ik zag al voor me hoe de lampen er uit zouden
gaan zien, maar toen de muren werden gereinigd en er totaal andere kleuren
onder de nicotinelaag vandaan kwamen werd mijn hele idee op zijn kop gezet.
Als ik nu kijk naar een gele plek op de muur en zie dat die overeenkomt
met een bepaalde grijstoon op de foto, dan kan ik aannemen dat datzelfde
grijs in een lamp op diezelfde foto oorspronkelijk ook geel geweest zal
zijn. Zo vergelijk ik alle kleuren en werk het resultaat met de hand uitwerk.
In het volgende stadium is de computer heel erg handig. Ik maak mijn ontwerp
in pantoonkleuren en converteer de afbeelding dan naar grijstonen om te
zien of de schakeringen overeenkomen met de originele foto. Op het blote
oog kan een kleur wel lijken te kloppen, maar als je het converteert kan
het totaal anders uitpakken. Er is nooit honderd procent zekerheid te krijgen,
maar alles bij elkaar kunnen we de originele kleuren wel zo dicht mogelijk
benaderen.'
Karin Doornenbal: 'Oorspronkelijk was de zijde gebatikt, daardoor kreeg
je hele mooie vervloeiingen. Het zou onbetaalbaar zijn om dat opnieuw te
laten uitvoeren, dus nu laten we de stof digitaal printen - door en door
om het mooiste effect te behalen. Béatrice heeft bovendien extra
kleuren in haar ontwerp opgenomen om toch het idee van batik, in elkaar
overlopende kleuren, te suggereren. Zijde is de beste keuze voor de ontwerpen,
daarop komen de kleuren het best tot zijn recht.'
Het wachten is nu op een eerste proeflamp. Daarbij zal pas te zien zijn
hoe de kleuren overkomen als ze zijn verlicht. Maar uiteindelijk - na uitvoerig
testen, bijstellen en aanpassen van het ontwerp - zullen honderden frames
omspannen worden met de gereconstrueerde bedrukte stof, zodat de gangen
van het vernieuwde Pathé Tuschinski niet van het originele Theater
Tuschinski uit 1921 te onderscheiden zijn: een spel van gloeiende kleuren
dat door de ruimte lijkt te dansen en de wanddecoraties tot leven brengt.
(c) Jesse Goossens, 2001. Dit artikel verscheen in Projekt+