Theater Tuschinski: Einde van een imperium

uit: Jesse Goossens, Tuschinski. Droom, legende en werkelijkheid.

 

Het moet een keer misgaan. Als Icarus die zich overmoedig door zijn gevoel van vrijheid onverwoestbaar acht en zich te dicht bij de zon waagt, wil ook Abraham altijd meer, altijd mooier en groter, zonder te beseffen dat er grenzen zijn.
Zijn goede vriend en conferencier Alex de Haas typeert hem kernachtig: 'Tuschinski, hoe geniaal ook in andere dingen, kon en wilde niet rekenen. Hij wilde alleen maar een voldaan publiek zien [...] Iedere uitverkochte zaal of iedere film die weer eens buitensporig veel geld opgebracht had, werd aanleiding voor hem om tot nieuwe kostbare verbouwingen of verbeteringen over te gaan.'
In Thalia betaalde Abraham vijfentwintig jaar eerder f 50.000,- voor een heel jaar film. Maar later betaalt hij voor de programmatie van één seizoen een half miljoen, het tienvoudige van wat het eerder een jaar kostte - zonder dat de gulden is gedevalueerd. Het bedrag van een succesfilm kan zelfs oplopen tot f 40.000,-. Aangezien een film het bijna nooit langer dan drie weken uithoudt laat het zich uitrekenen wat dat kost.
In zijn prologen voor de film kent Abraham ook geen enkele terughoudendheid. Artiesten en decors kosten hem soms honderden guldens per dag. Toch blijft hij luxe najagen 'Want als de droom een levende substantie in ons gaat worden… tja, dan is er niet meer tegen te vechten.'

De eerste tekenen
In 1935 blijkt dat Cinema Royal, dat pas twee jaar daarvoor een grondige renovatie heeft ondergaan, niet profitabel genoeg is voor de Tuschinski maatschappij. Abraham verkoopt het theater dat hij eenentwintig jaar lang heeft geëxploiteerd aan de Nieuwe Rotterdamsche Courant die er de Cineac in vestigt. Abraham en Manja blijven wel boven de bioscoop wonen.
De geruchten over de problemen waarin Abraham verkeert worden steeds hardnekkiger. In maart 1936 wordt bekend gemaakt dat hij diep in de schuld zit. De boosdoener? De lap grond die hij in 1931 in Den Haag aankocht om zijn nieuwe droomtheater te stichten. Nog steeds heeft Abraham daar geen heipaal in de grond gekregen en de achterstallige erfpacht is opgelopen tot f 106.470,- en f 9.639,- boete, een totaalsom die in 2002 gelijk staat aan meer dan één miljoen vijftigduizend euro .

Failliet?
De burgemeester en wethouders van Den Haag vinden de zaak onhoudbaar. Begin maart stellen zij de gemeenteraad voor het faillissement aan te vragen van Abraham, Gerschtanowitz en Ehrlich.
Er wordt een 'commissie voor regeling der zaken' ingesteld, die moet onderzoeken hoe de zaken van het Tuschinski-drietal ervoor staan. De leider van de commissie is de heer Van Dam, directeur-eigenaar van het Carlton hotel en deelgenoot van de Bank voor Ontroerende Goederen. Hij is de houder van de tweede hypotheek op de grond in Den Haag, ter waarde van ongeveer f. 700.000,- . De andere commisieleden zijn de heer D. Hamburger van de Nederlandse Bioscoop Bond, Koop Blom (een accountant van het kantoor Vooren & Co. uit Den Haag) en dr. J.S. Hartog.
De Haagse faillisementsaanvraag wordt op negen maart veertien dagen uitgesteld, om de commissie meer ruimte te geven in hun onderhandelingen. De volgende dag wordt het voorstel tot faillissement ingetrokken omdat de mogelijkheid van een schikking zich heeft voorgedaan.

De constructie
Al zijn Abraham Tuschinski, Herman Ehrlich en Herman Gerschtanowitz niet failliet gegaan, ze verliezen wel hun functie als eigenaren/directeuren van hun theaters.
De commissie heeft met de schuldeisers uitstel van betaling geregeld en garanderen aflossing van het enorme bedrag in vijf jaar. Om dat te kunnen realiseren wordt de Tubem opgericht. De Tuschinski Bioscoop-Exploitatie Maatschappij valt onder het bestuur van rechtspersoon Koop Blom. Hoofddirecteur wordt de heer Jo van Santen. Abraham en zijn zwagers worden gedegradeerd tot bedrijfsdirecteuren en worden sterk op hun salaris gekort. Abraham Tuschinski wordt persoonlijk als borg aangesteld voor de erfpachtschuld.
Bijna verontschuldigend is de verklaring voor de veranderingen naar het publiek toe: 'Reeds geruime tijd is er sprake van ernstige financiële moeilijkheden bij het Tuschinski-concern. Hoewel men in het bioscoopbedrijf niet van zins was om het concern, dat altijd een eerste plaats in de Nederlandse bioscoopwereld heeft ingenomen, te laten vallen, moest men ten slotte wel ingrijpen, omdat verschillende faillissementsaanvrage van buiten het bedrijf werden ingediend.'
En de acties die volgden waren inderdaad ingrijpend.

De gevolgen
Slechts een half jaar na de instelling van de nieuwe constructie viert Theater Tuschinski zijn vijftienjarig jubileum. Voor de goede verstaander en toeschouwer zijn de veranderingen pijnlijk duidelijk.
Het theater heeft weer een 'opknapbeurt' ondergaan. Maar de eisen die Abraham Tuschinski aan zijn decorateurs stelde zijn door de nieuwe directie volkomen losgelaten. De wanden boven het tweede balkon, waar nog maar zo kort de vrouwen van Den Besten te zien waren, zijn overgeschilderd in een eenvoudig vlakkenpatroon in zalmrose en goud. Het pauwenplafond van Willem Kromhout is overgesausd en vertoont nu de eenvoudige contouren van een gestileerde vogel waarbij een bruine okerkleur overheerst. Diezelfde kleur is aangebracht op balkonranden waar een eenvoudige decoratie van bolletjes en balkjes is aangebracht en op de toneelboog waar een soort insekt is afgebeeld in dezelfde stijl als het plafond. De enige luxe in het theater is het goudbeplakte en beschilderde stucwerk rond het toneel waarin zwanen zijn verwerkt.
De zaal - waarvan de wanden bovendien in 1934 ten behoeve van de akoestiek zijn gestoffeerd - maakt al met al een heel sobere indruk. Totaal anders dan de bonte eenheid die het publiek van Abraham gewend is.
In het herdenkingsboekje van 15 jaar Tuschinski is ook tussen de regels door te lezen hoe sterk de situatie is veranderd. Zijn de programmaboekjes in de voorgaande jaren onverhulde lofuitingen op de bioscoopdirecteur, in dit jubileumboek wordt Abraham Tuschinski nooit met naam en toenaam aangesproken, terwijl alle andere oud artiesten en medewerkers wel volledig worden genoemd. Zowel de man als het theater worden 'Tuschinski' genoemd, waarbij bovendien een duidelijk onderscheid is gemaakt tussen 'Tuschinski' en De Directie.
De tijd van Abraham Tuschinski is voorbij, zo blijkt ook uit de woorden die het jubileumboek beëindigen, er heerst geen uitgelaten stemming zoals bij de andere jaarfeesten: 'Wij kijken, bij het feest dat wij nu vieren, even van onzen dagelijkschen, harden arbeid op. En dan gaan wij weer verder met ons werk, dat Amsterdam een ontspanning geeft na het zijne. Tuschinski zal Tuschinski blijven.
Meer mogen noch kunnen wij beloven.'

De dood van Will Tuschinski
Will Tuschinski is altijd de trots geweest van zijn vader, Abraham. Hij kon er niet overuit dat zijn zoon bij Paramount in Amerika gewerkt had - al was zijn loopbaan daar kort geweest. De speelfilms die Will daarna in Nederland maakte - Het meisje met den blauwen hoed en Komedie om geld - gingen met veel vertoon in Tuschinski in première.
Maar Will krijgt kanker - een afgrijselijke vorm van de ziekte die zijn gezicht letterlijk wegvreet. Na een lange lijdensweg overlijdt de jongeman op 6 augustus 1919 om vier uur 's middags in het Amsterdamse Antonie van Leeuwenhoekhuis.
Abraham en Manja Tuschinski zijn gebroken.

Volstrekt eenige kennisgeving.
Heden overleed te Amsterdam tot onze diepe droefheid onze dierbare Zoon
WILL TUSCHINSKI,
in den ouderdom van 33 jaar.
A. TUSCHINSKI
M.E. TUSCHINSKI-EHRLICH
Vertrek van het "Theater Tuschinski" Reguliersbreestraat, Amsterdam, Dinsdagmorgen 10 uur.
Begrafenis vanaf Coolsingel 35, Rotterdam te 12 uur.
Teraardebestelling op de begraafplaats Toepad, Rotterdam, te 12.30 uur.
Amsterdam/Rotterdam 6 Augustus 1939. 21 Ab 5699.

Op 8 augustus 1939 ligt Will Tuschinski opgebaard in de hal van Theater Tuschinski.
Om tien uur in de ochtend wordt de kist het theater uitgedragen. De lijkwagen wordt gevolgd door twee auto's met bloemstukken. Daarachter lopen honderden mensen: de familie, medewerkers van de Tuschinski theaters, vakgenoten en vele vrienden van Will. De stoet leidt naar de sjoel op het Waterlooplein waar degenen die niet Joods zijn terugkeren naar het theater of plaatsnemen in de auto's en bussen die iedereen naar Rotterdam zullen vervoeren waar Will - na een route langs zijn ouderlijk huis, het Thalia en het Grand Théâtre - ter aarde wordt besteld op de Israëlitische begraafplaats aan het Toepad.
Later, als Alex de Haas op bezoek is aan het Coolsingel, neemt Abraham hem mee naar de enorme boekenkasten die Will Tuschinski heeft nagelaten. Met dikke tranen in zijn ogen, zegt hij: 'Al die boeken wist mijn jongen uit zijn hoofd. Als ie alleen maar eens denkt aan al de létters die hij daarvoor gevréten moet hebben is hij al een genié!!'

De laatste tijden
Het wordt rustig rond Abraham Tuschinski - geen nieuwe projecten, geen bijzondere stunts voor Theater Tuschinski. Alleen een paar regels in de krant van 28 oktober 1939 - de achttiende verjaardag van het Amsterdamse theater - maar het gaat niet over bioscoopaangelegenheden: Abraham is betrokken bij een auto-ongeluk en wordt met een gebroken arm in het ziekenhuis opgenomen.
Ruim twee weken later verhuurt Tubem alle Tuschinski theaters aan het Duitse ToBis Intercinema.

copyright: Jesse Goossens, 2002

Deze tekst is gepubliceerd in Tuschinski. Droom, legende en werkelijkheid.
Bzztôh, 2002
Niet meer leverbaar.