
Vrijdag 30 oktober 1931 viert Theater Tuschinski zijn tienjarig jubileum.
Al tien jaar lang is de bioscoop van Abraham een van de meest toonaangevende
filmtheaters van Europa. Meer dan vijftien miljoen bezoekers zijn over het
hoogpolig tapijt in de hal naar de Grote Zaal gelopen.
Abraham wil dit heuglijke feit niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Hij
laat het interieur van Tuschinski ingrijpend veranderen en organiseert een
enorm gala. Het feest vindt niet allen ín het theater plaats. Uit
dank voor alles wat Tuschinski voor de Reguliersbreestraat en het Rembrandtplein
heeft betekend, jubelt de hele buurt mee. In de Reguliersbreestraat hangen
alle vlagen uit en hebben sommige winkeliers hun gevels van lichtjes voorzien
of op andere wijze versierd. Meer dan 500 bloemstukken worden het theater
binnengedragen en een speciaal jubileumboek is samengesteld aan de hand
van alle felicitaties die Abraham en consorten van over de hele wereld toegezonden
heeft gekregen: 'schriftelijke, telegrafische en niet te vergeten fotografische
gelukwenschen van ontelbare sterren uit Hollywood en elders, producenten,
managers en allen, die tot het filmbedrijf in meer of minder nauwe relatie
staan'.
Het gala
Op het toneel moet Abraham Tuschinski zich voelen alsof hij bij Mies Bouwmans
In de hoofdrol zit. Vanaf het witte doek spreekt filmster Beppy de Vries
hem toe, omringd door tekenfilmfiguren van Fleischer waaraan zij in New
York haar stem geeft. Maurice Chevalier feliciteert - eveneens vanaf het
scherm - Abraham in de gedaante van Weense luitenant, de rol waarin hij
in de hoofdfilm van die avond, De lachende luitenant, schittert. In levenden
lijve steken veel vrienden lovende speeches over hem af en overladen hem
met geschenken. Zo biedt het personeel van Tuschinski Abraham twee zilveren
vazen aan, ontworpen door Pieter den Besten. Ieder van de medewerkers zal
nog jarenlang op zijn salaris moeten inleveren om de kunstwerken waarop
de woorden 'Theater Tuschinski 10 jarig bestaan' zijn aangebracht af te
betalen. Een er
eplaats in het theater - op de marmeren balustrades
van de trap in de Grote Hal - wordt voor dit grote geschenk ingeruimd. De
grootste vriend van Abraham, het publiek, geeft hem een minutenlange ovatie.
Max Tak heeft als verrassing samen met de Ramblers - de bekende formatie
uit La Gaîté onder leiding van Theo Uden Masman - een potpourri
samengesteld van de grootste filmhits die het Tuschinski-orkest de afgelopen
tien jaar ten gehore heeft gebracht. Na dit optreden hernieuwd Abraham de
belofte die hij twee jaar eerder bij de intrede van de geluidsfilm deed:
'zoolang het theater onder de directie Tuschinski zou staan, zal niemand
eraan denken, den populairen kapelmeester Max Tak zijn congé te geven.
Hij behoude ook in den toekomst den eerezetel van eerste-dirigent die hem
thans precies tien jaar geleden werd aangeboden.'
De avond is een bonte aaneenschakeling van muziek, speeches, variété
en film, het jarige theater waardig. Het programma is zo verschrikkelijk
lang dat de pauze noodgedwongen uitvalt en de hoofdfilm pas start op het
tijdstip waarop normaliter de tweede avondvoorstelling is afgelopen.
Als 's avonds het grootste deel van de gasten is vertrokken wordt de avond
besloten met een souper voor intimi in het theater, dat tot vier uur in
de ochtend duurt.
De veranderingen in het theater
Abraham Tuschinski trakteert zichzelf op een jubileumcadeau: talloze veranderingen
in het interieur van de bioscoop. Degene die hij uitverkiest om zich uit
te leven in het theater is, natuurlijk, Pieter den Besten - de huisdecorateur
en goede vriend van Abraham.
Voor La Gaîté ontwerpt Den Besten nieuwe schilderingen. Tengere
vrouwengedaanten in buitenissige variété kostuums sieren nu
de wanden van het cabaret. Ook het halletje voor de ingang van La Gaîté
ondergaat een gedaanteverandering. Rondom de plafonnières worden
duivelkoppen geschilderd - een verwijzing naar de historische locatie waar
nu al tien jaar Theater Tuschinski staat, de Duvelshoek. Tegen de muur langs
de trap klimmen twee beeldschone pauwen naar boven, uitgevoerd door Willem
van Moosel, een decorateur van het reclame- en decorschildersbedrijf Luhlf.
In de Grote Zaal levert Pieter den Besten zijn meesterstuk. Tegen de podiumwand
zijn twee nieuwe grote zilveren lampen opgehangen. Daaromheen schildert
Den Besten twee kraanvogels - het algemene symbool van waakzaamheid. De
combinatie tussen kraanvogel en lamp wordt in de kunst vaker gebruikt om
het idee van oplettendheid te benadrukken. De twee vogels bewaken als het
ware het publiek.
Boven het tweede balkon, onder het pauwenplafond van Willem Kromhout, pronken
achttien vrouwen van Pieter den Besten. Zestien vrouwen kijken neer op het
publiek en twee figuren tegen de achterwand bekijken de schildering van
een pauw die in het midden zit. De prachtige vogel, symbool voor de onsterfelijkheid,
is misschien wel het belangrijkste symbool in het Tuschinski Theater. Hij
is te vinden in de hal van Gidding, in het trappenhuis, op het plafond in
de Grote Zaal en nu ook op de achterwand.
De vrouwen van Den Besten zijn alle achttien anders. Hun gezichtsuitdrukking
varieert van hooghartig tot charmant. Ze zien eruit als filmsterren, zoals
op de oude verzamelplaatjes waarop Hollywoodsterren er op hun best uitzien.
Toch zijn het geen afbeeldingen van werkelijke heldinnen: hun art deco weergave
in Vogue-achtige poses maakt van hen eerder 'ideeën van vrouwen' -
zoals Pieter den Besten zijn schilderstijl verwoordde - dan vrouwen van
vlees en bloed.
Andere vernieuwingen in het gebouw zijn de verzilverde lampen met gebrand
glas, en een gloednieuw haltapijt, geknoopt naar het oorspronkelijke adelaarsontwerp
van Jaap Gidding door de Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken. Tien jaar
heeft het oude tapijt dienst gedaan. Tientallen miljoenen voeten hebben
eroverheen gelopen. De goede stukken worden van het oude tapijt afgesneden
en als loper op de trappen gelegd, de rest wordt weggegooid. Het galabezoek
veert over het nieuwe tapijt de Grote Zaal in.
Crisis
maar niet in Tuschinski
De gevolgen van de beurskrach van New York in 1929 worden ook in Nederland
steeds duidelijker. Maar in de bioscoopwereld is van de malaise weinig te
merken. De film is een vlucht voor diegenen die het zwaar hebben, weet ook
Abraham, en hij geeft daarbij een sneer naar de critici die vinden dat zijn
filmkeuze teveel gladde zoetigheid vertoont: 'Als er geen pracht en praal
was, kwam er niemand in de bioscoop. Juist omdat er crisis is [...] Het
leven is akelig en nuchter genoeg in dezen tijd. De menschen willen een
leven zien dat ànders is, ook al is het dan maar voor een paar uur.'
In Gaîté is de crisis wel voelbaar. De entree van het cabaret
is dan wel gratis, maar de prijs van de drankjes is te hoog voor de meeste
mensen om zich te kunnen veroorloven. Daarom schroeft Abraham de prijzen
radicaal omlaag en geeft daar grote ruchtbaarheid aan: 'Tuschinski bericht
aan het uitgaande publiek van Amsterdam en omgeving: om iedereen in de gelegenheid
te stellen meermalen per week het cabaret "La Gaîté"
met zijn familie en kennissen te bezoeken heeft de Directie besloten ingaande
Zaterdag 12 Dec. een belangrijke verandering te brengen in de prijzen van
alle consumpties zoowel 's midd. als 's avonds. Komt met uw vrienden op
ons bitteruurtje. "La Gaîté" is het gezelligste Cabaret
in Nederland - steeds de beste internationale artisten. Altijd een prima
band. Aangename sfeer van licht en kleur. Eerste klas bediening. Vrij entrée."
Meer en mooier
Ook al is het - net als tijdens de bouw van Tuschinski - een moeilijke periode
om nieuwe projecten te realiseren, Abraham laat zich niet van zijn plannen
afhouden. Gesteund door het enthousiasme van zijn publiek, besluit hij in
Den Haag een theater te gaan bouwen dat Theater Tuschinski en Grand Théâtre
in rijkdom moet overtreffen. In het najaar van 1931 schaft hij daarvoor
de grond al aan: een ruim perceel op een dure locatie tussen de Turfmarkt,
de Kalvermarkt en de Brouwersstraat. De bouw wordt nog even uitgesteld.
Het jaar erop opent in het voormalige Rotterdamse Gaîté de
avant-garde bioscoop met expositieruimte Studio 32 (lees ook het hoofdstuk
Filmkritiek). En in mei 1933 sluit Abraham Cinema Royal voor een grondige
verbouwing.
Om meer plaats aan het publiek te kunnen bieden wordt de zaal van dit theater
verlengd: dat levert maar liefst tachtig extra plaatsen op. Het gewelfde
plafond wordt recht gestucd. Er worden lampen van metaal en matglas tegen
de wand en Pieter den Besten ontwerpt drie grote plafonnières en
kiest voor een groene wandbekleding. De voorgevel van Royal wordt opgesierd
met twee grote affiche-borden, vitrines waarin de voorbijgangers foto's
kunnen bewonderen van de films die het theater vertoont, en opvallende lichtreclame.
Aan het eind van de zomer opent het herboren theater.
Inmiddels is Abraham in het Kurhaus in Scheveningen - dat tijdens de zomer
gesloten is - een tijdelijk casino begonnen.
Op zaterdag 15 juli is het casino geopend. In de grote zaal wordt het behendigheidsspel
'Straperlo' gespeeld, in de rechtervleugel is de 'cercle privé',
aan de zeekant het cabaret-dansant, en bovendien is er een volkomen vernieuwd
terras en een intieme bar in de linkervleugel. Er worden films gedraaid
en variété voorstellingen gegeven.
Zandvoort is erg blij met dit zomercasino. De stad is nu een serieuze concurrent
van de luxere buitenlandse badplaatsen. En dat de onderneming ook Abraham
Tuschinski geen windeiren legt, wordt aan het eind van het jaar duidelijk
wanneer hij aan de gemeente Zandvoort uit dank een bedrag van ongeveer vijfduizend
gulden (in 2002 zo'n 45.500) schenkt 'voor het voltooien van werken
ter verfraaiing van de gemeente'.
In december 1933 opent de burgemeester van Schiedam het eerste Tuschinski
theater in zijn stad: Passage. Opnieuw heeft Pieter den Besten getekend
voor de alle decoratie in het theater, inclusief de ontwerpen van de tapijten
en de verlichting. De binnenhuisarchitect die hal, trappenhuis, kassa's,
voorpui, klapfauteuils en profilering van de loges ontwerpt en uitvoert
is Harm van der Heide.
Abraham Tuschinski is de trotse eigenaar van negen bioscooptheaters: Thalia,
Cinema Royal, Olympia, Studio 32 en Grand Théâtre in Rotterdam,
Passage in Schiedam en Passage, Roxy en Theater Tuschinski in Amsterdam.
copyright: Jesse Goossens, 2002
Deze tekst is gepubliceerd in Tuschinski. Droom, legende en werkelijkheid.
Bzztôh, 2002
Niet meer leverbaar.