Theater Tuschinski: Acties

uit: Jesse Goossens, Tuschinski. Droom, legende en werkelijkheid.

 

Abraham Tuschinski heeft vanaf de gratis drankjes in zijn eerste theater alles in het werk gesteld om het zin bezoekers naar de zin te maken. De decoraties in zijn bioscopen, de aantrekkelijkheid van het personeel en het comfort waarmee het publiek omringd wordt, zijn slechts basisvereisten in de kwaliteitsnastreving van de bioscoopdirecteur.
Iedere keer opnieuw verzint hij nieuwe acties om zijn gasten naar het theater te lokken of om hun het verblijf daar zo aangenaam mogelijk te maken.
Zo kunnen de wachtenden tussen de voorstellingen door verrast worden door live-muziek. Bij tijd en wijle wordt er een strijkje op het overloopje op een van de twee grote trappen geplaatst. Op deze manier kan iedereen van de muziek genieten zonder dat de loop naar de Grote Zaal belemmerd wordt. En dat is slechts een van de publiciteitsstunts die Abraham in petto heeft.

Filmhelden
Abraham Tuschinski is de eerste bioscoopdirecteur in Nederland die het belang inziet van show en publiciteit. Hij is ook de eerste die de gala-première in Nederland introduceert, waarbij hij zorgt voor de aanwezigheid van de sterren van het witte doek die hij laat overkomen uit het buitenland. Op het podium worden de sterren dan gehuldigd en soms tot een optreden verleid, zoals Maurice Chevalier in Theater Tuschinski. Chevalier verzorgt een avondvullend programma met liedjes, sketches en imitaties.
De prijzen voor de toegang zijn voor dit soort festijnen uiteraard verhoogd - de 'aankoopprijs' van een groot acteur is dan ook enorm. Maar bij ieder sterrengala loopt het storm: Martha Eggerth, Ronnie Tauber, Marlene Dietrich, voor de Rotterdamse theaters Jeanette MacDonald en Josephine Baker zijn slechts enkelen van de vele artiesten die door Abraham worden geronseld.
Hoe groot de impact van deze gala's is, blijkt wel bij het optreden van Chevalier op dinsdag 21 september 1932: in Amsterdam hebben bijna alle kledingwinkels smokings in hun etalages opgehangen. 'Chevalier gaan horen in een colbertje is geen bon ton'. In de Reguliersbreestraat surveilleert extra politie en de hoeveelheid mensen die het festijn bijwonen is zo groot dat er een speciale vergunning moet worden aangevraagd om in de nacht door te mogen feesten.
Dat in contracten tegenwoordig een lijst wordt opgenomen van eisen waaraan een theater moet voldoen voordat een Grote Ster het zich verwaardigt er te komen, is niet nieuw. Ook in Tuschinski ten tijde van Abraham wordt aan alle wensen van de filmhelden voldaan. Maurice Chevalier, bijvoorbeeld, eist altijd een bed in zijn kleedkamer omdat hij wilde uitrusten voor zijn optreden. Voor Marlene Dietrich moet de timmerman, Jan Bonneveld, alle spijkergaatjes in het toneel opvullen. De diva komt zelf kijken hoe de jongeman op handen en knieën elke vierkante centimeter van het podium inspecteert zodat ze niet met haar naaldhak in een plank kan blijven steken. Deze opdracht heeft voor Jan Bonneveld nog een leuk staartje: omdat de pers aan de voorkant van het theater na de voorstelling in drommen op de filmster staat te wachten, vraagt Marlene Dietrich aan Bonneveld of er geen onopvallende achteruitgang in het theater is. Die is er wel, legt Bonneveld uit, via een deur achter het toneel, maar dan moet Dietrich wel een stukje naar beneden springen.
Jan Bonneveld gaat Marlene Dietrich voor, springt zelf als eerste naar beneden en biedt aan haar op te vangen. Een seconde later springt ze naar hem toe. De timmerman houdt de filmster in zijn armen.

Passe-partouts
Om ervoor te zorgen dat het publiek In de zomer door het mooie weer niet wegblijft, bedenkt Abraham een actie om de bezoekers wel het Tuschinski Theater in te lokken.
Abraham introduceert de passe-partouts: hij laat seriebiljetten maken, waarmee de bezoeker zeer voordelig film kan komen kijken. In mei van elk jaar vinden de passe-partoutdagen plaats. Iedere bezoeker mag net zoveel filmkaartjes kopen als hij maar wil, voor de rang die hij verkiest, tegen de prijs van drie halen één betalen. De kaartjes zijn het hele jaar geldig, voor alle filmvertoningen. Op deze manier is de drempel om in de bioscoop te komen, met name tijdens de zomer, veel lager: het publiek heeft de kaartjes al in huis, waarom zou het aan het eind van een warme dag niet even naar de bioscoop gaan?
De openingsdag van de uitgifte van de biljetten is een groot feest. De grote hal van het theater, waar een orkest voor live muziek zorgt, wordt voor de gegadigden opengesteld. Talloze firma's grijpen de gelegenheid aan om zich aan het grote publiek bekend te maken. Zo wordt er gratis koffie en thee geschonken door de firma A. Meijer. Gratis sigaretten worden aangeboden door Turmac en bij stands kan het publiek kennismaken met nieuwe producten zoals de 'tropische vruchtendrank' Coca Cola. Het is een traktatie voor de mensen die van heinde en ver komen om gebruik te maken van de aanbieding en de feestdag mee te maken.
Meestal wordt er beschaafd omgesprongen met de gratis verstrekte lekkernijen, maar de journalisten die met tientallen de reclameshow bijwonen, zijn niet altijd even netjes. De timmerman van weleer, Jan Bonneveld, weet zich te herinneren dat als er een paar journalisten bij de rooktafel hebben gestaan, alle sigaren en sigaretten zijn verdwenen in de binnenzakken van de persmuskieten.
Het hoogtepunt van de openingsdag is het aansnijden van de taart door Abraham Tuschinski in eigen persoon. De taart, die groter is dan hijzelf, wordt door bakkerij Cohen uit de Ferdinand Bolstraat aangeboden. Abraham snijdt er fikse plakken van en deelt die uit aan zijn bezoekers.
De passe-partoutdagen zijn ieder jaar opnieuw een enorm succes waarvan zowel Abraham als zijn bezoekers groot voordeel hebben. Als extraatje laat Abraham de gebeurtenis elk jaar verfilmen en kan het publiek zichzelf later in de Grote Zaal terugzien.

Nachtvoorstellingen
De eerste nachtvoorstelling van Nederland vond plaats in Rotterdam en betrof de Nederlandse succesfilm De Jantjes. De première van het fenomeen lag wel bij Abraham Tuschinski maar niet bij zijn Amsterdamse droompaleis. Maar de hoofdstad kan natuurlijk niet achterblijven.
Op de klok van twaalf, als de eerste mei 1931 begint, start de voorstelling City Lights van Charlie Chaplin. De burgemeester en hoofdcommissaris van politie hebben hun goedkeuring gegeven aan de nachtvertoning. Maar even lijkt het mis te gaan. Het is duidelijk dat vooral veel jongeren onder het publiek zich gedurende de avond wachten voor het grote gebeuren een stuk in de kraag hadden gedronken. Tijdens het voorprogramma, met name tijdens de journaals, wordt er dan ook baldadig gejoeld, gefloten en geroepen. Het is het overige publiek dat de opgewonden jongelingen tot rust maant. Na de pauze kan de hoofdfilm dan ook ongestoord van start gaan en wordt het nachtfeest alsnog een onvergetelijke ervaring.
De NRC beschrijft poëtisch hoe in de vroege morgen de voorstelling eindigt: 'Om drie uur 's nachts, was de groote gebeurtenis achter de rug, begon de Chaplin-achtige run op de vestiaires en de van alle kanten door de nacht-stille stad aanzwervende taxi's. Voor zoover men althans niet - wat velen deden - zijn heil zocht bij het souper in "La Gaité" en de frenetieke dansrythmen.'
Ondanks de valse start valt de nachtvoorstelling in goede aarde. Als een film in het buitenland grote successen behaalt, opent Theater Tuschinski in het vervolg 's nachts om twaalf uur zijn deuren voor een speciale preview. Er zijn kennelijk talloze mensen die graag extra betalen en een late nacht maken om als eerste de bijzondere films te kunnen zien. Diegenen die deze nachtpremières bijwoonden voelen zich uitverkoren, lid van een geheim genootschap. Abrahams feilloze gevoel voor p.r. (al bestaat de term in die dagen nog niet, hij lijkt voor hem uitgevonden) heeft opnieuw zijn gelijk bewezen…

Reclame
Hoewel de gevel van Tuschinski prachtig is, en de groengeglazuurde tegels genoeg reclame zijn voor het gebouw, worden voor de belangrijke films enorme reclameborden gemaakt die het originele front van het theater soms helemaal bedekken.
Het is met name het Amsterdamse schildersbedrijf Jan Luhlf dat zorg draagt voor de advertentieborden die het publiek toeschreeuwen dat ze binnen moeten komen. Maar ook de medewerkers van Tuschinski zelf, zijn regelmatig in de weer om de enorme kunstwerken te realiseren. Zo brengt timmerman Bonneveld een halve kerstavond door op een trap tegen de gevel in de ijskou, om vijfhonderd lampjes in te draaien voor de sierverlichting die de volgende dag moet branden.
Ook de Grote Hal wordt bij tijd en wijle aangekleed ten behoeve van de film die er draait. In het minste geval worden er schilderingen opgehangen, maar er zijn enorme uitwassen zoals tijdens de filmvoorstelling Wings in 1928 - over militaire vliegers - wanneer er een compleet gevechtsvliegtuig in de hal staat. Bovendien worden regelmatig de ouvreuses in een kostuum gestoken dat past bij de film waarvoor ze plaatsen, zo komen de bezoekers al in de stemming voor het programma zelfs maar is losgebarsten.
Dat Abraham niet vies is van samenwerking met andere bedrijven in zijn reclamecampagnes is al duidelijk bij de passe-partoutdagen waar allerlei waren worden aangeprezen. Een ander samenwerkingsproject waarvan de bioscoopbezoeker kan profiteren zijn de ansichtkaarten van de grootste filmsterren uit die tijd die gratis worden uitgedeeld. De fotograaf/ansichtdrukkerij Jos Pé in Arnhem werkt hiervoor met de Tuschinski theaters samen in ruil voor een advertentie op de achterkant van de kaart. Tuschinski lijmt de bezoekers en de fotograaf krijgt volop reclame.

 

copyright: Jesse Goossens, 2002

Deze tekst is gepubliceerd in Tuschinski. Droom, legende en werkelijkheid.
Bzztôh, 2002
Niet meer leverbaar.