Theater Tuschinski: Voorwoord

uit: Jesse Goossens, Tuschinski. Droom, legende en werkelijkheid.

 

Theater Tuschinski is een wereld op zich. Wie ooit in Tuschinski een film heeft gezien weet dat het gebouw lééft. Het ademt historie en omarmt de bezoekers die binnen zijn. De sprookjesachtige sfeer van de warme tapijten, kleurrijke schilderingen, bijzondere lichtval en verrassende hoekjes brengt iedere bezoeker in een aangename roes.
Zelf zal ik een jaar of acht geweest zijn toen ik voor het eerst naar dit bijzondere theater werd meegenomen. Ik herinner me nog goed hoe ik als Alice in Wonderland over het hoogpolige tapijt liep, door de gang waar de vlinders woonden naar die Grote Zaal - de grootste die ik ooit had gezien - waar ik weer een nieuwe wereld binnen werd gevoerd: die van de film. Vanaf die dag was ik verloren: Tuschinski had zich in mijn ziel genesteld.

Bijna twintig jaar later kwam ik te werken in dat bijzondere gebouw. Jochem Bosselaar, mijn man, en ik startten een project - Tuschinski Theatraal - dat als doel had het theater weer terug te brengen in de bioscoop. Tot op de dag van vandaag geven we theatrale rondleidingen door het gebouw waarbij de geschiedenis van de bioscoop tot leven komt, verzorgen we acts of muziek rond de film en bieden we de aankleding van premières aan. Op deze manier proberen we de historische rijkdom van het Theater Tuschinki - in een tijd waarin men eerder een filmpje pikt dan een avond uitgaat - af en toe te laten herleven.
Op onze speurtochten naar de geschiedenis van het gebouw, kwamen we erachter dat wat we dáchten te weten over het theater en zijn schepper, voor het grootste deel op onwaarheden berustte. Zoals ieder heldenleven wordt omgeven door mythen en fantastische feiten, is ook de geschiedenis van Theater Tuschinski verweven met talloze verhalen en anekdotes waarvan de waarheid betwijfelbaar of niet meer te achterhalen is.
Omdat het jammer zou zijn als de grappige, spannende of verbazingwekkende verzinsels en geruchten niet ook zouden worden opgetekend, vertelt dit boek twéé verhalen. De rode draad is de geschiedenis zoals die is op te maken uit destijds verschenen artikelen en interviews. Er tussendoor zijn de herinneringen opgetekend van mensen die - direct of indirect - met Theater Tuschinski verbonden zijn. Droom, legende en werkelijkheid.

Al staat mijn naam op het omslag en ben ik degene die de woorden heeft geschreven, dit boek is evenveel het werk van Jochem Bosselaar met wie ik nu al zes jaar lang het land afreis om al het beschikbare materiaal over Abraham Tuschinski en zijn theater te pakken te krijgen.
Dit boek wil in eerste instantie een vertelling zijn: het levensverhaal van tachtig jaar theater. Volledig kan het boek niet zijn, daarvoor is er in de loop der jaren teveel gebeurd. Wel hoopt het zo veelzijdig te zijn als Theater Tuschinski zelf: kleurrijk, uitnodigend, voor ieder wat wils, kortom een wereld op zich.

Waar begint de geschiedenis van een gebouw? Bij het moment dat het opent? Op het ogenblik dat de eerste paal wordt geslagen, of nog eerder: wanneer iemand het plan heeft opgevat het te bouwen?
Het verhaal van Theater Tuschinski is onlosmakelijk verbonden met de levensloop van zijn bedenker. Abraham Içek Tuschinski. Daarom begint dit verhaal bij de aankomst van de kleine man die zulke grote daden zou verrichten, op het station van Rotterdam.

Jesse Goossens

copyright: Jesse Goossens, 2002

Deze tekst is gepubliceerd in Tuschinski. Droom, legende en werkelijkheid.
Bzztôh, 2002
Niet meer leverbaar.