Rescura-Bleijenberg maakte
zo'n acht jaar geleden binnen korte tijd naam door de ontwikkeling van een
bijzonder digitaal systeem dat bij traditionele restauraties werd ingezet.
Na projecten als de restauratie van het Concertgebouw en het Amsterdams
Centraal Station met groot succes te hebben afgerond, is Rescura betrokken
bij de schilderswerkzaamheden in Theater Tuschinski onder de bezielende
leiding van Teun Bleijenberg.
'De computer is voor ons een gereedschap, een hulpmiddel om iets tot
stand te brengen. In Tuschinski bijvoorbeeld, zijn zeer veel sjabloonachtige
schilderingen toegepast. Daarom leggen we ieder aspect van de gehanteerde
vormen, de maatvoeringen en de kleuren digitaal vast. Met behulp van digitale
verwerking kan de vormgeving dan exact worden overgezet naar sjablonen.
Er wordt wel eens gesuggereerd: bij Rescura kunnen ze niet restaureren,
ze hebben computers nodig. Maar om je in te laten met moderne technieken
die toepasbaar zijn in de traditionele ambachten, zul je eerst het totale
vak moeten beheersen.'
Supervisie vanaf een wolk
'In Theater Tuschinski hoop ik, net als bij elk project, dat we zo min
mogelijk gebruik hoeven te maken van de digitale techniek. Zodra we delen
authentiek vinden, gaan we absoluut niet over tot het zetten van nieuwe
vormentaal en nieuwe kleuren, dan gaan we restaureren. Maar waar het bijvoorbeeld
het plafond van de Grote Zaal betreft, dat geheel gereconstrueerd moet worden,
spreek je over een spectaculaire tijdwinst en geldwinst door het gebruik
van dit moderne systeem.
Tijdens de voorbereidingen zijn we op vele verrassingen gestuit. Het theater
is net een toverbal, als je likt komt er een andere kleur tevoorschijn.
In drie periodes zijn belangrijke wijzigingen aangebracht: in 1921, 1931
en in 1936. Wat daarvan nu tevoorschijn komt is dermate hoog van kwaliteit
dat het een groot feest is. Binnen nu en veertien dagen bepalen we hoever
we gaan met restauratie. In dit geval proberen we te zoeken naar beeltenissen
uit Abraham Tuschinski's glorieperiode.
De persoon Tuschinski heeft me
enorm gegrepen: de kracht, de energie die van die man is uitgegaan om zoiets
tot stand te brengen. Dat wij hier tachtig jaar later mogen beslissen om
zijn ideeën hier terug te zetten, vind ik heel bepalend. Ik weet ook
zeker dat hij met ons meekijkt op een wolkje en angstvallig afwacht wat
onze beslissingen zijn.
Het is een absolute eer om hier te mogen werken.'
Dit artikel is eerder verschenen in Projekt+, (c) Jesse Goossens, 2001