Terwijl
het publiek binnenkomt, wandelen op het getik van een metronoom vier dames
over het podium. Ze hebben een bal op het hoofd en houden een kegel en een
kubus in hun handen. Wanneer iedereen op de banken heeft plaatsgenomen,
wordt het tafereel op het podium onderbroken door een regisseur.
De toeschouwers zijn getuige van een repetitie. Een van de spelers komt te laat: hij zat nog op de wc. Wanneer hij een tekst van Wittgenstein opzegt, begint een van de actrices, Maartje heet ze, steeds ongelukkiger te kijken. Maartje snapt het niet meer: wat moeten ze nou spelen? Dingen? Personen?
Als de regisseur het haar probeert uit te leggen komt er een man binnen; hij draagt een bruin pak met bijpassende hoed en heeft een wandelstok bij zich. Hij onderbreekt het gesprek: Ik ben op zoek naar een professionele regisseur.
Welke regisseur? wordt hem gevraagd.
Dat doet er niet toe, als het maar een goede is.
Er voegen zich nog twee figuren bij de man met de hoed. Het zijn een vrouw met een dramatisch behuild gezicht, een grote zwarte mantel om en een klein rouwhoedje op, en een meisje in een Tiroler jurkje. De drie figuren zijn personages uit een verhaal: de man heeft zijn dochter meegegeven aan een tante om zijn vrouw voor zichzelf te kunnen hebben. De personages zoeken een regisseur om vorm aan hun verhaal te geven.
Maartje onderbreekt het tafereel. Ze snapt het niet. De regie-assistente neemt haar mee opzij om het haar uit te leggen.
De personages kleden zich om. Het blijken gewoon acteurs te zijn van hetzelfde gezelschap als de anderen op het toneel. Ze wilden het eeuwige sceptische gepruttel tijdens de Wittgensteinrepetities doorbreken door iets nieuws te proberen.
Langzaamaan begint de repetitie behoorlijk uit de hand te lopen. De man met de hoed blijkt een meisje te zijn dat doodongelukkig is omdat ze altijd de vervelende rollen krijgt. Een van de actrices is zwanger van de regisseur terwijl hij inmiddels een verhouding heeft met Maartje, die op haar beurt weer niets weet van die zwangerschap. Er wordt zo gekibbeld op het podium dat niemand doorheeft dat op de achtergrond een speelster handenvol pillen slikt en op de bank gaat liggen.
De repetitie is afgelopen, de spelers gaan af. Het licht dooft. Het publiek begint te klappen. De acteurs komen het podium weer op en buigen. Alleen het meisje op de bank blijft liggen. Ook als de acteurs weggaan ligt ze nog onbeweeglijk. Het publiek begint ongemakkelijk te schuifelen. Is alles wel goed met haar? Speelt ze? Zou ze echt iets geslikt hebben? Ze ligt wel heel stil
Uiteindelijk verlaten ze de zaal, maar ze blijven achteromkijken naar het meisje dat, onbeweeglijk, eenzaam op het podium achterblijft.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2