MUF staat
erboven, en, tussen haakjes, 1999.
Het begint met PROLOOG. In plaats van hoofdstuktitels zijn er nummers: EEN tot en met TIEN. Twee personen zijn er: HIJ en ZIJ, en de rest van de tekst bestaat uit hun woorden, wat zij zeggen, slechts af en toe onderbroken door een kleine schuin gedrukte aanwijzing als (draaft door), (traag) of (korte stilte).
De lezer merkt dat de woorden in zijn hoofd stemmen krijgen. De zinnen krijgen als vanzelf betekenis en door die betekenis krijgen HIJ en ZIJ een gezicht.
Zij zijn duidelijk al lang een stel. Ze kennen elkaar van haver tot gort. ZIJ houdt van hem, ook al kan HIJ haar nogal treiteren, kuttenkammen zoals ZIJ dat noemt. HIJ vindt het ook best met haar. Je kunt met haar lachen, wat het belangrijkst is, al heeft ze soms van die verschrikkelijk sombere dagen. Dan gaat HIJ maar wandelen.
De schuin gedrukte aanwijzingen verplaatsen het verhaal. Nu eens zijn ZIJ en HIJ in een kunstenaarskolonie. Dan zitten ze aan een tafel en schenkt ZIJ thee, of ze liggen naast elkaar in het laatste beetje licht van de dag.
De lezer ziet ze voor zich, HIJ en ZIJ, met de gezichten en de lijven die hij ze gegeven heeft. Nu eens is hij HIJ die droomt van een raket naar Mars en die zich nog steeds de langste jongen van de klas voelt. Al is HIJ dat allang niet meer. Dan weer is de lezer ZIJ die zich zorgen maakt om eekhoorntjes, zich afvraagt of HIJ nog wel de jongen is op wie ze ooit verliefd is geworden en die bang is in het donker.
Af en toe worden de scènes van elkaar gescheiden door muziek. En de aanwijzing (Muziek: Remember van Air) is voldoende om de klanken in het hoofd te horen. Remember together remember forever, souviens-toi ce jour-là toi et moi.
Klein is hun leven en herkenbaar. HIJ verlangt naar een uitweg, een raket weg van alles, en vlucht in sprookjes. ZIJ beweert dat magie niet bestaat, maar wil toch het liefst naar zijn verhaaltjes luisteren. Zo eindigen ze: ZIJ en HIJ, helemaal op elkaar aangewezen met hun onhebbelijkheden en liefhebberijtjes. Alleen gelaten door de anderen. Voor altijd samen in het hoofd van de lezer, ook als het laatste licht gedoofd is.
Theater kun je ook lezen.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2