Lucifer

Het Zuidelijk Toneel

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Lucifer van Joost van den Vondel is een theaterstuk uit 1654. Het is geschreven in verzen op rijm, en volgens de klassieke regels opgebouwd uit vijf bedrijven.

Is het mogelijk om zo’n stuk driehonderdvijftig jaar later op te voeren, mét de originele tekst, zonder dat het verschrikkelijk saai wordt? Dat dat het Zuidelijk Toneel wel eens zou kunnen lukken wordt duidelijk als het licht aangaat. Daar staat een engel op het podium, gekleed in plastic tasjes en met vleugels van cellofaan. Een beetje vreemd…

 

De engel is Apollion. Hij heeft een kijkje genomen op aarde, waar Adam en Eva rondlopen in het paradijs. Bij de eerste regels: ‘Mijn Belial ging hene op lucht en vleugels drijven / om uit te zien waar ons Apollion mag blijven’ vraagt het publiek zich nog af wat voor wartaal de engel uitslaat. Maar al snel wordt de toeschouwer meegesleept door de verrukkelijke beschrijving van de engel en de poëzie van zijn woorden.

Apollion heeft in de prachtige natuur Adam en Eva zien rondlopen. Hij weet bijna niet hoe hij uit zijn woorden moet komen, zo mooi als alles was. Vooral Eva…

God heeft grote plannen met deze mensen. Hij vindt ze belangrijker dan de engelen.

Een aantal engelen begint ontevreden te worden. Wat is dat? Zij hebben verdorie altijd God gediend, en nu trekt hij de mensen voor! Bovendien zijn de mensen met z’n tweeën, terwijl zij altijd in hun eentje zijn.

De engel Lucifer neemt het voortouw. Met de hulp van Apollion en Beëlzebub vormt hij een leger van ontevreden engelen om duidelijk te maken dat God een stap te ver is gegaan. Michaël, de veldheer van God, probeert een opstand te voorkomen. Als Lucifer niet in wil binden en ook een laatste vredesvoorstel van de hand wijst, is er geen weg terug. Michaël vraagt iedere engel een standpunt in te nemen. Er zal gevochten worden: een strijd op leven en dood tussen de goede engelen en de luciferisten.

 

De schildknaap van Michaël, Uriël, komt op in hemd en spijkerboek. Hij doet verslag van het gevecht. Hij laat zich helemaal meeslepen in zijn verhaal en spreekt steeds sneller, feller en opzwepender. Het publiek ziet als het ware de veren van de engelenvleugels door de lucht dwarrelen en begint te joelen, te klappen en te stampen. Als Uriël beschrijft hoe aartsengel Michaël Lucifer met een bliksem neerslaat, zinkt hij van uitputting ineen. Lucifer is verslagen.

Op dat moment komt Gabriël naar voren. Hij vertelt hoe Lucifer in de gedaante van een slang Eva heeft verleid en hoe Adam en Eva uit het paradijs zijn verdreven. De strijd is voor niets gestreden. Het mensdom is verloren.

De mens kan enige hoop putten uit de belofte dat er eens een Verlosser zal worden gezonden.

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2