Een prinsesje
van enorme omvang zit op een schommel. Ze zingt kinderlijk en vals: One
day my prince will come
Het is duidelijk een verwend nest, deze
prinses. Ze barst in krijsen uit als haar schommel verdwijnt en rent van
het podium.
Op slag verandert het toneel in een enorme disco waar de live muzikanten op de achtergrond swingende muziek maken. Drie geweldige dansers geven een show van jewelste weg en zingen , al snel bijgevallen door een vrouw in een indrukwekkende gouden jurk met een stemgeluid als een klok.
De vrouw is een prinses, komen we te weten. Een prinses met een Brabants accent om precies te zijn, die bij de vacaturebank voor prinsessen om een sprookje komt zeuren. Want er zijn nogal wat prinsessen, moet je weten, en het aantal sprookjes is maar beperkt, dus je moet geluk hebben. De Brabantse prinses krijgt het voor elkaar. Zij krijgt haar eigen sprookje, zij het een wat merkwaardig: Goudkutje in het Kotsbos.
Tijdens de voorstelling duikt de ene na de andere prinses op. De Duitse, die eruitziet als een roze suikertaart en geen prins kan vinden. De Utrechtse prinses, die een negerversie van zichzelf aan de andere kant van de aardbol heeft hangen. De dove, onzichtbare prinses die in gebarentaal spreekt. En de bekakte As, vriendin van Sneeuw en Doorn, die vastzit in een ongelukkig huwelijk met haar prins.
In hoog tempo wisselen de nummers en de sketches elkaar af. Karin Bloemen speelt alle prinsessen met andere accenten en zingt net zulke verschillende liedjes. De ene keer persifleert ze René Froger, dan weer Madonna. En als het publiek helemaal dubbel ligt van het lachen, verrast ze opeens met een klein, sober lied over een echtpaar op een wolk dat terugkijkt op hun leven. Sommige luisteraars pinken een traantje weg.
Karin Bloemen kan zo gevoelig zingen dat de haren op de armen van de toeschouwers overeind gaan staan. Ze kan swingen als een souldiva en met het grootste gemak schakelt ze over naar een Frans chanson. Non, rien de rien, zingt ze. Non, je ne regrette rien. Ik heb nergens spijt van. En als ze zingt weet je dat ze het meent.
Als Karin zingt, vertelt ze haar verhaal. Iedere klank is niet alleen loepzuiver, maar ook doorleefd. Pas toen ik zingen nodig had, zingt ze in een nummer, kwam muziek voor mij tot leven. En nu brengt ze het tot leven voor ieder die ernaar luistert. Woede, blijdschap, verdriet, wanhoop, liefde, iedere emotie sijpelt met de tonen het oor van de toehoorder binnen. En als ze zingt: Say yes to me, Say no to me, But dont you ever ignore me, weet je het zeker: met deze godin van de zang valt niet te spotten.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2