Kleine Teun

De Mexicaanse Hond

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

In de woonkamer van een boerderij staat Lena in een gele jurk. Ze geeft les aan Brand, een boer, maar hij heeft geen zin om te leren.

‘Ik zie geen onderwijzeres,’ zegt hij. Hij kan niet leren van iemand die er niet als een onderwijzeres uitziet. Een grijs mantelpakje en opgestoken haar zou passender zijn. Brand is duidelijk onbeleefd. Hij gaat naar de wc en laat Lena niet netjes uit. Door een kijkgat in de deur kan hij zien wat zich in de kamer afspeelt.

De volgende dag heeft Lena een grijs mantelpakje aan. Maar nog steeds komt er niets van leren. Brand wil weten of ze tevreden is met haar lichaam. Hij klaagt over zijn huwelijk. ‘Keet is een lieve vrouw, maar eierstokken ho maar.’

Keet is een grote boerin. Zij vindt Lena duidelijk een stadse tuttebel. Lena voelt zich ongemakkelijk bij Keet in de buurt.

Keet heeft door dat Brand Lena erg leuk vindt. Ze wil dat hij met Lena naar bed gaat, dan kan hij haar tenminste uit zijn hoofd zetten.

‘Jij bent mijn broer,’ verzint Keet. En dat zegt ze de volgende dag ook tegen Lena. Ze legt uit dat ze net deden alsof ze man en vrouw waren. Maar Brand is dus vrijgezel.

Brand en Lena beginnen een verhouding. Het is duidelijk dat de twee steeds verliefder op elkaar worden. Lena trekt zelfs bij Keet en Brand in.

Als Keet op een avond wil dat Brand weer bij haar slaapt, zegt hij: ‘Jij hebt van mij een broer gemaakt en nu bepaal ik wanneer jij mijn vrouw weer bent.’

Nu wordt duidelijk waarom Keet van het begin af aan heeft gewild dat Brand met Lena naar bed zou gaan: ze kan zelf geen kind krijgen, maar wil er toch een. Een kind van Brand is ook haar kind.

Lena wordt inderdaad zwanger en krijgt een zoon, Kleine Teun.

Keet is verbannen naar het zolderkamertje en Lena en Brand delen het grote bed. Maar het gaat niet goed met Lena, terwijl Keet steeds gelukkiger wordt en zelfs in het geheim Kleine Teun de borst geeft.

Brand komt erachter dat Keet Lena aan het vergiftigen is. Dat wil hij helemaal niet, maar Keet wijst hem terecht: ‘Je houdt van mij. Je was het even vergeten, maar nu weet je het weer.’

Het ziet ernaar uit dat het Keet gaat lukken. Lena wordt steeds zieker. Brand probeert haar te waarschuwen, maar pas als Keet tegen Lena zegt dat Brand háár man is, wordt alles duidelijk. Lena vlucht.

Als Keet achter haar aan wil rennen, ziet de toeschouwer door het raam dat Brand haar met een bijl doodhakt.

Lena komt weer binnen. Ze haalt Kleine Teun en pakt haar koffer. Dan vertrekt ze.

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2