Hotazel

Dogtroep

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Hotazel is de naam van een stadje in Botswana aan de Kalahari-woestijn. Hot as Hell. Het lelijkste en eenzaamste plaatsje ter wereld vormt een bron van inspiratie voor de voorstelling die Dogtroep op het eiland Terschelling ontwikkelde.

Het publiek kijkt neer op de zandgebakken verlaten huizen in een afgebakende woestijnvlakte. Drie wezens trekken paden door de desolate stofvlakte. Een moment later razen auto's met gillende sirenes door de straten.

Een meisje sleurt een pop achter zich aan. Is het een pop? Of is het het gebroken lichaam van een echt mens? Ze is blind. Haar wanhoop is voelbaar en wordt versterkt door de verscheurende klanken van viool, contrabas en zang.

Hotazel vertelt hoe het meisje probeert haar pop tot leven te wekken, verblind door verdriet, onmachtig de waarheid onder ogen te zien. Maar het is ook het verhaal van de man met de grote handen en zijn dikke geliefde die een zilveren ei legt.

Er is een vlotte zakenman, die alles wat mooi is meedogenloos neerschiet. En niet te vergeten de man die, onafscheidelijk als een slak van zijn huis, een koffer met zich meetrekt.

De verlichting is een spel van reflectie, alsof de gebeurtenissen in Hotazel het daglicht niet kunnen verdragen. Hoog in de lucht hangen twee zeshoekige spiegels die met hun lichtritme concurreren met de vuurtoren verderop. Het kofferhuis van de slakkenman transformeert van doorzichtig tot een glimmende weerkaatsing van de omgeving. Zelfs de vogels zijn van zilver en dragen bij tot de zichtbaarheid van het spel. De indirecte lichtval dwingt tot beter kijken en geeft het gevoel iets te aanschouwen dat je als kijker eigenlijk niet mag zien.

Als kostbare zilverdraadjes worden er fragmentjes Dogtroepluchtigheid in het zware Hotazeltapijt geweven. Fantastische machines rijden het verhaal binnen om na een paar rondjes weer afscheid te nemen. Een bus met videoramen wordt bestuurd door een chauffeur die zich moet opvouwen om in zijn kar te passen. Een vuurpoepend wagentje trekt cirkels om de spelers. Oplichtende wezens vormen een lopende-band-schietschijf en de muzikanten die nu eens langs het publiek trekken en dan weer een vaste plek innemen,hebben weer verrukkelijke vondsten gedaan.

En opeens komt alles tegelijk. De verhaalfragmenten komen bijeen in een wervelstorm van licht, actie en opzwepende muziek. Kunnen doden tot leven worden gewekt en onmogelijke liefdes bewaarheid worden? Mag hoop de onmacht verdringen? Als een zeepbel spat de illusie met een lugubere knal uiteen. De duisternis daalt neer over Hotazel. Slechts piepkleine lichtjes, vage herinneringen aan wat eens was, blijven zichtbaar op de vlakte.

Overdonderd verlaat de bezoeker de tribune. Nog dagenlang duiken er fragmenten op in de herinnering als de lichtjes die aan het eind werden uitgestrooid. Er zijn geen woorden die bij Hotazel passen, alleen gevoelens en beelden: beelden van schoonheid en diepe pijn.

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2