Don Juan of De Stenen Gast

Haagse Comedie

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Het verhaal van de hartenveroveraar Don Juan is door talloze schrijvers, dichters, toneelschrijvers en componisten als onderwerp gekozen. Ook Molière wijdde een toneelstuk aan hem. Maar het stuk dat in 1665 voor het eerst werd gespeeld – Molière speelde er zelf de rol van bediende van Don Juan in – leverde hem een hoop kritiek op. Het was veel te losbandig voor zijn tijd. Het verdween in de kast en verscheen pas aan het begin van de negentiende eeuw voor het eerst in druk.

 

Don Juan wil zich niet binden aan een vrouw. Je binden, vindt hij, is iets voor dwazen. Kijk, niets is mooier dan een meisje veroveren: haar het hof te maken en in bed te krijgen. Maar daarna is de lol eraf, de sleur treedt in, het leven wordt saai. Dan gaat Don Juan liever opnieuw op strooptocht.

In zijn leven voor de liefde gaat Don Juan letterlijk over lijken. Hij heeft de vader van een van zijn liefjes, de Commandeur, in een gevecht gedood toen hij de eer van zijn dochter wilde redden.

‘Niets kan de onstuimigheid van mijn verlangen remmen,’ zegt Don Juan, ‘in mij klopt een hart dat heel de wereld lief kan hebben.’

Het nieuwste object van Don Juans verlangen is Elvira, een meisje dat in een klooster zit. Met de belofte haar te trouwen, lokt Don Juan Elvira het klooster uit en zijn bed in. En even later trekt hij er weer op uit om het ene na het andere meisje aan de haak te slaan.

Don Juan is zo overmoedig dat hij zijn bediende vraagt om het standbeeld dat op het graf van de vermoorde Commandeur staat, te eten te vragen. Hij is stomverbaasd als het beeld de uitnodiging accepteert.

Die avond komen er verschillende bezoekers: een schuldeiser die zijn centen wil zien, Don Juans vader die wil dat zijn zoon zijn leven betert, en Elvira die zegt dat ze terugkeert naar het klooster. Don Juan wimpelt ze allemaal af. Ten slotte verschijnt het beeld voor het avondmaal. Don Juan belooft het beeld dat hij de volgende avond bij hém zal komen eten.

De volgende dag weet Don Juan zijn vader ervan te overtuigen dat hij bekeerd is. De vader is dolgelukkig, maar Don Juan heeft geen woord gemeend van wat hij zei: hij legt zijn bediende uit dat er niets mis mee is om te liegen als je ermee kunt bereiken wat je wilt. Als de broer van Elvira met hem wil duelleren, zegt Don Juan dan ook glashard dat hij van zijn geloof geen geweld mag gebruiken.

Daarmee is hij te ver gegaan. Het stenen beeld van de Commandeur komt binnen, grijpt Don Juan bij de hand en sleurt hem mee naar de hel. De bediende blijft achter en beklaagt zich: met de dood van Don Juan is iedereen gewroken, maar hij zit in de problemen. Hij heeft zijn salaris nog niet gekregen.

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2