Papageno
klimt uit zijn boomhut op het podium. Daar ziet hij dat de hele zaal vol
kinderen zit. O jee, dat komt op dit moment absoluut niet uit. Want boven,
in de hut, ligt Papagena te bevallen. Nog even en dan krijgt Papageno een
kind.
Nou ja, de tijd moet toch gedood worden, dus hij kan het publiek eigenlijk net zo goed vertellen hoe hij aan zijn Papagena gekomen is. Hij zal wel een hoop moeten uitleggen, want het is opera, en dat is altijd een verschrikkelijk ingewikkeld verhaal, op een onverstaanbare manier gezongen. Maar Papageno zal ervoor zorgen dat het begrijpelijk is, anders is er immers geen toverfluit aan
Papageno is vogelvanger voor mevrouw Nacht. Zij woont aan de andere kant van het donker en kan verschrikkelijk mooi zingen.
Met een andere hoed op wordt Papageno een prins. Als die het verhaal komt binnenhollen, achtervolgd door een monster, begint de opera pas goed. De hofdames van mevrouw Nacht gespeeld door Papageno met een handtasje verjagen het monster en laten prins Tamino een steen zien met een afbeelding erin van prinses Pamina. Tamino wordt direct verliefd op haar, maar krijgt te horen dat Pamina gevangen wordt gehouden door de tovenaar Sarastro. Mijn lieve kind heb ik verloren, zingt mevrouw Nacht.
De prins gaat Pamina bevrijden. Hij krijgt een appel mee om de prinses kracht te geven, en een toverfluit. Papageno krijgt de opdracht de prins te helpen. Als steun krijgt hij een klokkenspel. Papageno vindt het niets: de held overleeft het wel, weet hij, maar de knecht gaat dood.
In het slot van Sarastro vindt Papageno de prinses slapend op een bankje. Ze is prachtig. Papageno verlangt meer dan ooit naar een eigen vrouw. Als Pamina wakker wordt, laat hij haar van de appel eten. Ze valt dood neer. De bewaker van Sarastro, de engerd Monostatos, vangt Papageno en de prins en brengt ze naar Sarastro.
Sarastro is ontroostbaar. Pamina was zijn dochter. Hij had haar juist weggehaald bij mevrouw Nacht, die verschrikkelijk jaloers was op haar dochter die veel mooier was en hoger kon zingen dan zij.
Als de prins Pamina kust, schiet het stukje appel uit haar keel. Ze leeft. Mevrouw Nacht is woedend: haar list is mislukt. Ze zweert wraak. Papageno zegt dat de prins op zijn toverfluit moet blazen. Nee, zuig, zingt Sarastro. Dat doet de prins en mevrouw Nacht wordt weggetoverd.
Tamino en Pamina trouwen. Papageno blijft helemaal alleen achter. Hij wil niet meer eenzaam zijn en besluit zichzelf op te hangen. De hofdames houden hem tegen: vergeet hij zijn klokkenspel niet? Als Papageno daarop speelt, staat opeens zijn Papagena achter hem.
Papageno wordt uit zijn verhaal getrokken door babygehuil. Zijn Papagena is bevallen van een zoon. Ze zingen een duet: Blijf je altijd bij me? Na deze pasgeboren Papageno, komt vast nog een Papagena, weer een Papageno, Papagena, Papageno
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2