Op de
planken van het podium staat een radio in het spotlicht. Er komt stemmige
muziek uit. Vanuit het donker strompelt een lamme man naar de slagboom van
een grens. Hij sleept zich voort met behulp van zijn kruk. Hij struikelt
en valt, verliest daarbij zijn bril en is nu compleet hulpeloos.
Het publiek lacht.
Het lijkt vreemd dat er gelachen wordt om een gehandicapte man die in de problemen komt. Maar het publiek is naar een cabaretvoorstelling gekomen, ze zijn in de schouwburg om te lachen.
Wie naar Freek gaat, zoals Freek de Jonge door iedereen wordt genoemd, weet dat hij niet alleen aan het lachen zal worden gemaakt. Zijn voorstellingen stellen allerlei problemen aan de kaak die mensen kennen uit hun omgeving.
Freek begint aan een verhaal, maar maakt talloze zijsprongen. Hij leidt zijn publiek af met voorbeelden en uitweidingen die niets met de lijn van het verhaal t-->->maken lijken te hebben. Maar steeds weer keert hij terug naar de rode draad van zijn betoog: de zoektocht van een man naar zijn vader. Zo weeft hij een tapijt van grappen, liedjes, ernstige voorvallen en anekdotes.
Het publiek zit op het puntje van de stoel. Wanneer ze lachen om een grap, kunnen ze de volgende kwinkslag alweer missen. Eigenlijk moet een voorstelling van Freek minstens drie keer worden bezocht voordat een toeschouwer alle scherpzinnigheden heeft gehoord.
In een razend tempo springt Freek van de hak op de tak. Nu eens heeft hij het over de dreiging van een atoomoorlog, dan weer hekelt hij de kleinburgerlijkheid van Nederlanders die massaal naar bungalowparken gaan.
Het is niet altijd verstandig het publiek met kwaliteit te confronteren, zegt hij zelf tijdens de show, en vervolgens gooit hij er een makkelijke grap doorheen:
Zij lagen in de prairie
Zij zei: Wat is het warm!
Hij zei: Dat is het haardvuur
waar je in ligt met je arm.
Alle stereotiepe onderwerpen komen aan bod: seks (over de kleinheid van Nederland: Tegen overbevolking is geen condoom of pil bestand / als je in Zoutkamp onaneert raakt iemand zwanger in Cadzand), discriminatie (nou zijn de armen van een vrouw geschapen om licht typewerk te verrichten, maar je kunt er ook een kind in leggen), geloof (ze hadden hun hond Jezus genoemd. Het was een joodse herder). Het zijn allemaal onderdelen van het tapijt dat De Mars vormt.
Na de lach zorgt Freek voor een serieuze toon. En als het publiek stil is, geraakt door zijn woorden, doorbreekt hij de opgebouwde spanning met een nieuwe mop.
Timing is zijn grootste kracht: dat is de lijm die de voorstelling bij elkaar houdt en er een adembenemende eenheid van maakt, in plaats van losse flodders die in de ruimte verdwijnen.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2