Viggo wilde eigenlijk voetballer worden. Hij speelde zelfs in het tweede
van Ajax. Maar helaas, die droom viel in duigen, dus ging hij naar de sportacademie
om sportleraar te worden.
Het pakte anders uit. Viggo staat niet voor de klas maar op de planken. Hij is cabaretier in Niet Uit Het Raam, acteur voor theater, televisie en film, en hij schrijft. Een voetbalhart zal hij altijd houden. Niemand is een betere Johan Cruijff dan Viggo, zelfs Johan niet.
In Wachten op Godot speelde Viggo Estragon.
Ik zat op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam. Voor het zestigjarig bestaan deed ik mee aan het cabaret, met twee andere jongens die inmiddels vrienden van me zijn: Peter Heerschop en Joep van Deudekom.
Ik was op de middelbare school en zelfs op de lagere school al bezig met toneel, ik vond het altijd leuk. Ik heb nooit bewust gedacht: nu ga ik de mensen aan het lachen maken, maar ik was wel de geinponem van de klas. Ik denk dat er een soort brutaliteit in mij zit, of een geveinsde brutaliteit. Ik weet dat ik het kan oproepen: ik weet dat als ik op een bepaalde manier kijk en ik zeg wat, en ik kijk daarna even de zaal in, dat er dan een soort lach op de loer ligt. Bovendien heb ik ook geleerd om snel te zijn, om heel snel te kunnen reageren.
Humor om te lachen
Wat maakt mensen aan het lachen? Dat is een hele moeilijke
In het algemeen zijn er verschillende dingen waar mensen om lachen. De herkenning, bijvoorbeeld, jezelf in een situatie herkennen. Bij Godot bijvoorbeeld is het voor iedereen herkenbaar dat twee mensen zo afhankelijk van elkaar zijn, en zo kwetsbaar zijn. In het stuk zitten steeds uitvluchten en ruzietjes, en het toch weer naar elkaar toe gaan. Als een soort huwelijk, een soort echtpaar, lopen die twee vrienden door het stuk. Door dat herkenbaar te maken moeten de mensen lachen.
Je hebt ook leedvermaak, het belachelijk maken van mensen. Dan is er de omkering. Er zijn zoveel soorten grappen. Het is vaak ook gewoon heel simpel. Over de actualiteit bijvoorbeeld: je hoeft maar te noemen wat er in het nieuws is en dan komt er al een lach. Ik heb er geen studie van gemaakt, maar ik heb ooit eens gehoord dat de meeste humor op drie grappen terug te voeren is. Maar ik ken ze niet.
Het is heel gek, ik heb geen bepaalde voorkeur voor een soort grap. Hij hoeft niet intelligent te zijn of zo. Het mag natuurlijk wel, maar hij moet niet te moeilijk zijn. Hij moet direct aankomen, wat mij betreft. Want dat is volgens mij een heel belangrijk punt van komedie: verrassing. Dat je verrast wordt en in één keer moet lachen.
Smaken verschillen
Gek genoeg denk ik bij komedie altijd meteen aan het Theater van de Lach. Theater van de Lach heeft altijd een heel dun verhaallijntje: meneer A is verliefd op mevrouw B, maar mevrouw B is verliefd op meneer C, zoiets. Dat is het vehikel waarmee ze in staat zijn om andere mensen aan het lachen te brengen: door misverstanden en vervangende schaamte.
Toch is het Theater van de Lach wel echt vakwerk. Ik vind het heel knap dat mensen dat doen. Maar zelf hou ik niet van die van-dik-hout-zaagt-men-planken-lol. Ik hou niet van deur-in-deur-uit en dat soort humor. Ik hou helemaal niet van schuine grappen. Zogenaamde brutale grappen over verhoudingen, over wel of niet met vrouwen. Maar ik vind het wel weer leuk om dat te parodiëren. Dat hebben we met Niet Uit Het Raam ook wel gedaan, toen hadden we een stuk met veertien deuren. Dat is dan weer leuk, als het alleen maar deuren zijn.
André van Duin vond ik vroeger alleen maar goed bij de Dikvoormekaarshow. Dat vond ik zon oervorm van humor: de typetjes, Harry Nak en De Groot, de snelheid die dat had. Maar als Van Duin sketches deed met Frans van Dusschoten vond ik de meeste verschrikkelijk. Je zag de meeste grappen al van mijlenver aankomen. Terwijl ik, zoals ik al zei, het belangrijk vind als je verrast wordt door een grap. Dat je hem niet ziet aankomen en denkt: godverdomme, en moet lachen.
Een wrang smaakje
Ik vind dat er heel veel is toegestaan, maar je hebt grenzen van fatsoen. Dat heeft misschien te maken met dat je een bedoeling moet hebben met een grap, dat je niet mensen moet kwetsen om te kwetsen. Er mag bijvoorbeeld geen echt racisme achter zitten. Je hebt jodengrappen, negergrappen, turkengrappen, marokkanengrappen, grappen over gehandicapten, over dwergen, over Aziaten, noem maar op. Je kunt ze allemaal maken, maar ik wil in ieder geval dat het ergens over gaat. Ik vind het altijd wel goed als een deel van een theaterprogramma puur voor de lol is, maar ik wil wel dat het ergens over gaat.
Zoals bijvoorbeeld die grap van Hans Teeuwen: Laatst was ik naar de bioscoop geweest en daar had ik een hele mooie film gezien en die heette... dat was ehm... Schindlers List heette die. Ja maar die is mooi hoor! Dat was n hele mooie belangrijke film, want kijk de mensen praten altijd wel over de joden enzo, terwijl eh nou die Duitsers dat waren ook geen lieverdjes hoor. Dat vind ik een hele intelligente grap.
Het mooiste is toch dat als het publiek heeft gelachen er na de lach een snik heeft gezeten, een stilte of een besef van: kut, dit is inderdaad vrij raak wat hier gezegd wordt. Dat het lachen een soort van verwerking is van ellende. Je kunt erom lachen, maar toch denk je: hé?!
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2