Uri Rapaport verzorgde het licht bij De tramlijn die verlangen heet van het Publiekstheater Gent. Hij versterkte haast onmerkbaar voor het publiek de broeierige sfeer. Hij liet wanden nu eens doorschijnen, dan weer ondoorzichtig worden en liet nevel over het podium dwarrelen.
Uri is een lichttovenaar. Of het nu gaat om een intieme theaterproductie, de opening van de Amsterdam Arena of een spetterend kerstcircus, Uri weet met zijn licht en effecten de juiste toon te zetten.
Een lichtontwerper bedenkt licht. Letterlijk. Zoals een kunstschilder schildert, bedenkt een lichtontwerper licht bij een voorstelling. Het is eigenlijk schilderen met licht en kleur. Het is een creatief beroep.
Ik vind het het prettigst om erbij te zijn vanaf de start van een project. Eerst ga ik het stuk lezen, als er een script is. Daarna praat ik met de regisseur over zijn interpretatie: wat wil hij vertellen en wat niet. Het begint bij de regisseur, dan spreek ik met de dramaturg, de decorontwerper, de kostuumontwerper, de spelers, de muzikanten en de componist.
Als ik ga ontwerpen, is dat puur fantaseren hoe ík iets het liefst zou willen hebben. Dat blijkt dan meestal absoluut niet te kunnen. Vervolgens ga ik onderhandelen over beschikbare schijnwerpers, over geld om lampen te huren, enzovoort, en uiteindelijk kom ik uit op iets wat kan.
Ik ben erbij tot aan de première. Negen van de tien keer raak ik geen lampen meer aan. Het is te vergelijken met een architect die een huis bouwt: hij tekent een huis, hij geeft alle aanwijzingen tijdens de bouw en loopt erin rond, maar het technisch en fysiek uitvoeren doet hij niet. Daar heeft hij zijn mensen voor.
Lichteffecten
Je leert door ervaring wat het effect is van licht op publiek. Puur door ervaring en door te kijken. Ik leer mijn stagiaires ook altijd: Die knopjes zijn niet zo interessant. Kijk om je heen en luister.
Het is net als bij een potlood. Het is niet interessant om naar een potlood te kijken. Het is interessant om te zien wat het potlood op papier doet, welke lijnen er ontstaan. Met licht is dat precies hetzelfde.
Licht werkt met herinnering. Een nieuwe ervaring met licht bestaat niet. Alles refereert aan herinnering. De lichtontwerpen die wij hier in het westen maken, zijn heel anders dan die ze in de tropen maken. Ik was een keer met een voorstelling bijna bij de evenaar. Daar vonden ze onze belichting volstrekt onnatuurlijk, omdat je de ogen en monden goed kon zien. In die streek staat de zon bijna recht boven je hoofd; door de schaduw zijn ze daar gewend dat ogen en monden slecht te zien zijn.
Je referenties zijn altijd gekoppeld aan iets wat je al weet. Als ik een zeventiende-eeuws decor heb en ik laat licht van links komen, dan zit je in de zeventiende eeuw. Laat ik het licht van rechts komen, dan klopt het niet meer. Dat komt doordat we de zeventiende eeuw alleen maar kennen via schilderijen van Vermeer en zo, waarbij het licht bijna altijd van links komt.
Als ik een groen podium heb en ik zet daar één witte lijn op, dan heb je een voetbalveld. Haal je die lijn weg en zet je er een bank op, dan is het een huiskamer. Zo werkt het, herkenning.
Special effects
Ik werk ook met special effects, met vuurwerk, rook, nevel, watergordijnen, video, film, projectie, stroboscopen, laser, enzovoort.
Ik gebruik bijna altijd nevel. Zodra je een lichtbundel op het toneel kunt zien waarvan je denkt: die lichtstraal kan ik vastpakken, dan gebruiken we een soort rook.
Je hebt heel veel varianten rook. Je hebt een heel dunne nevel, die kun je in allerlei diktes krijgen tot aan mist. De laatste jaren is dat, zeker met shows, steeds meer in gebruik.
Soms laat je iemand een rookwolkje meenemen. Net voor hij opkomt blaas je zijn kleren vol met rook. Hij loopt op en dan hangt er een wolkje om hem heen.
We hebben heel kleine rookmachientjes die je in een hoed kunt doen. Als iemand zijn hoed afzet zie je dan een klein rookwolkje. Wanneer je daar een bepaald tegenlicht op zet, ziet dat eruit als een aureooltje.
Ik heb een voorstelling gemaakt, Tartuffe, waarbij twee vazallen van Tartuffe opkwamen met twee rookmachines. Zij maakten een heel rookgordijn en plotseling zweefde daarboven het hoofd van Tartuffe. Die kwam opdoemen uit de rookwolk. Dat is een prachtige megatruc.
Maar ook wanneer iemand een sigaret opsteekt en je net op het juiste moment een kringetje rook ziet opgaan; ook dat is een special effect.
Magie
Ik hou van licht omdat ik er gelukkig van word als ik ermee bezig ben. Ik gebruik de magie van licht. Ik heb de illusie dat ik iets met licht kan doen wat je met geen enkel ander middel kunt bereiken: de vertelling maken. Iemand die blind is zal een heel ander soort ervaring hebben dan iemand die kan zien. Die zal iets meemaken waarvan hij soms niet eens kan geloven dat hij het echt gezien heeft. Hij moet twee keer met zijn ogen knipperen.
Dat soort dingen vind ik erg leuk; dat je met licht de aandacht op iets kunt vestigen of dat een toeschouwer denkt dat hij iets onthouden heeft. Zijn oog is gewoon in de war. Zoals bij de donkerslag. Iemand zit in een stoel. Je maakt het donker en laat nog heel even een lampje op zijn gezicht staan. Als hij net zijn laatste zin heeft gezegd: Ik hou van jou of: Ik ga toch dood, wordt het donker. Dan denkt de toeschouwer bijna dat het gezicht in zijn hersenen gebrand staat. Dat die laatste boodschap zo belangrijk is geweest dat het gezicht in zijn geest aanwezig blijft. Maar het komt door mijn lichtontwerp.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2