Eindelijk popster!

Roeland Fernhout over Muziektheater

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Roeland Fernhout speelt luitenant Zuniga in Carmen. Zijn liefde voor de wilde meid en zijn woede en wanhoop als hij haar niet kan krijgen spetteren van het podium. Roeland is één brok energie: vrolijk, beweeglijk, barstend van het leven. Waar hij ook verschijnt op het witte doek in films als Zusje of Phileine zegt sorry, op televisie in series als All Stars of Baantjer, of op het podium in stukken van Shakespeare of Wim T. Schippers, Roeland Fernhout spettert.

 

‘Ik kan eigenlijk niet zingen, helemáál niet! Het is vals, het is ritmisch verkeerd. En de stem die ik heb, is ook nog eens een keer heel beperkt. Dat was op de toneelschool al een probleem en het lag erg voor de hand dat ik nooit zou zingen op een podium.

Zoals lelijke meisjes ook op de cover van een modeblad willen staan, wil iemand toch heel graag bereiken wat hij niet kan of wat hij niet is. Het heeft een heel sterke aantrekkingskracht op me, maar tegelijkertijd vind ik het ook heel erg moeilijk.

Op het toneel staan en iets doen wat je niet kunt is verschrikkelijk. Bijvoorbeeld, bij Zonder titel van Wim T. Schippers moest ik een lied zingen met Janni Goslinga – ook geen nachtegaal. Dat was echt een drama. We hadden een groot liefdesduet in het midden van het stuk. We hebben dat twee voorstellingen lang live gedaan. Een groot succes omdat het zo vals was. Maar de regisseur wilde het uiteindelijk niet hebben. Toen zijn wij de studio in geschopt en hebben we de rest van de tournee dat nummer geplaybackt.

Dat was zo’n lijdensweg dat ik me voornam in ieder geval de volgende vijf jaar niet te zingen op het toneel. Toen kwam Carmen. Daar wilde ik niet in omdat het muziektheater was. Maar Ivo van Hove, de regisseur, wilde mij per se.

Omdat Ivo me ook wilde hebben voor de loop van het proces dacht ik: dan heb ik in ieder geval daar nog een functie in. We zien wel waar het schip strandt.’

 

Geen opera, geen musical

‘In opera en musical wordt de emotionaliteit van de voorstelling verteld in de muziek; niet in de teksten en niet in de drama’s tussen de personages, zoals bij toneel. Die zijn er wel, maar de emotionele kracht van opera en musical ligt in de muziek, terwijl de emotionele kracht van een dramatekst ligt in het inzicht in de situatie en het inzicht in een personage.

Carmen zat overal tussenin omdat dat volledig doorgecomponeerd was: het was één totale muzikale compositie. Er werd wel wat gesproken, maar dat was vaak ritmisch, in de muziek of tegen de muziek in. Aan de tekst lagen muzikale keuzes ten grondslag. Het drama in Carmen was zeker geen toneeldrama. Daarvoor was het te schetsmatig van opzet.

Veel toneelcritici hadden veel moeite met Carmen omdat ze er niet naar konden kijken als naar toneel. Zij zagen acteurs iets doen wat niet hun hoofdvak is en waar ze ook niet goed genoeg in zijn.

Ik kan mensen boeien met mijn spel, maar niet met mijn zangtalenten. Dus als ik op het toneel iets moet zingen, zal ik iets moeten doen om ze erbij te houden. Ik kan zowel op het podium als in de zaal heel veel energie opwekken. Ik ben een dynamische speler, ik kan enorm pompen en stuwen. Dat heb ik in Carmen maximaal ingezet. Het werkte daar ook uitstekend. Dat deel van mijn talent heb ik benut!’

 

Het proces

‘Bij Carmen zijn we begonnen met muziekrepetities: de drie acteurs die al bekend waren, samen met Stef Kamil Carlens, de componist. Daar zijn we twee maanden mee bezig geweest, niet achter elkaar, maar zo her en der tussendoor.

Later kwamen de overige acteurs erbij, en de bandleden. We hebben het stuk met zijn allen in elkaar geknutseld. Onze regisseur Ivo was er ook, maar hij was in dit geval een onderdeel van het collectieve proces. Er kwam natuurlijk een choreograaf bij. Alles beïnvloedde elkaar; er waren ook musici die dansjes hebben bedacht. Het is een leuke manier om te werken. Er was heel veel nieuwsgierigheid naar elkaars ideeën.

Hoewel je door de muziek eigenlijk sterk beperkt wordt, heb ik me bij Carmen erg vrij gevoeld. Je bent afhankelijk van de maat, van je tekst en van hoe lang een lied duurt. Maar feitelijk ben je dat bij een toneelvoorstelling ook.

Het is als een voetbalwedstrijd: elke keer exact dezelfde spelregels, maar toch is het steeds opnieuw spannend. Bij toneel liggen de regels iets vaster, maar je hebt dezelfde spanning. Elke avond lukt het en win ik de wedstrijd.

De kick was bij Carmen dat je een onderdeel was van een band. Het was ook meer een popconcert dan een theatervoorstelling. De muzikanten waren allemaal rock-’n-roll muzikanten. Het had een soort losheid, een rock-’n-roll gevoel; het was heerlijk om te doen. Een ongelofelijke kick: eindelijk popster. Dát gevoel.’

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2