In 1992 richtte Marjorie Boston Made in da Shade
op. Nog steeds is het misschien wel het hipste theatergezelschap van Nederland.
Altijd jong, vernieuwend, de scenes verkennend. Het multiculturele gezelschap
maakt urban theater: wat leeft er nú en wat gebeurt er morgen.
Een ideale voorstelling is een actuele voorstelling: het thema moet actueel zijn. Als je in de zaal zit, moet je je ermee kunnen identificeren.
Een voorstelling moet ook direct zijn. Directheid bewerkstellig je in de eerste plaats door in de ogen te kijken van de mensen in de zaal. Door te spelen zonder vierde muur, zoals wij dat noemen. De toeschouwers moeten het gevoel krijgen dat de spelers het tegen hen hebben. Ze moeten zich kunnen inleven in de persoon die op het toneel staat.
Om het verhaal te maken, vinden wij, en we zijn heel brutaal als Made in da Shade, dat álles gebruikt mag worden. Álles mag, álles kan om die beelden zo helder mogelijk te krijgen waardoor het verhaal zo helder mogelijk wordt. Als ik inspiratie wil halen uit muziek, dan haal ik dat uit muziek, en als ik dat wil halen uit een film, of een citaat uit een boek of een script, dan mag dat allemaal.
Ik houd ervan als theater multidisciplinair is; het moet muzikaal zijn, geen musical, maar muzikaal. En het moet natuurlijk theater blijven, toneelmatig zijn. Ik vind het zelf heel mooi als theatrale teksten worden gemengd met taal van nu, de taal die jongeren spreken.
Taal is niet iets wat stil blijft staan: het groeit, vloeit en beweegt. Zeker als je verschillende culturen hebt in een samenleving is het iets wat zich ontwikkelt. Ik vind zelf dat theatermakers daar alert op moeten zijn. Theater mag ook niet stil blijven staan, dan wordt het een museum.
Theater als een clip
Een van de mooiste complimenten over onze voorstellingen vind ik dat je zoveel verschillende mensen in de zaal ziet en dat al die verschillende mensen iets in onze voorstellingen herkennen. We zeggen nooit wij zijn een jongerentheatergroep, maar de jongeren komen wel op ons af. Er zitten ook klassieke theatermensen bij. En een heel grote groep is tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar en komt uit de subculturen.
We maken het het publiek niet gemakkelijk. We zetten ze aan het werk. Jongeren willen ook geprikkeld worden. Ze willen niet dat het ze gemakkelijk wordt gemaakt.
Ik vind dat de meeste theatergroepen op het moment onderschatten dat jongeren heel veel kunnen opnemen. Kijk maar naar videoclips: in een paar minuten krijgen ze een enorme hoeveelheid beelden en associaties ineens. Die beelden en associaties achter elkaar vertellen een verhaal, dat ze haarfijn kunnen navertellen. Zelf maken wij heel filmische voorstellingen waar verschillende lagen in zitten en waarin verschillende verhaallijnen door elkaar lopen, die met hetzelfde thema te maken hebben.
Op weg naar de toekomst
Je kunt er als theatermaker niet omheen dat de maatschappij aan het veranderen is en dat je je niet meer zo kunt isoleren. Wat mensen vaak vergeten, en wat voor ons juist heel belangrijk is, is dat theater een manier is om te communiceren.
Nog mooier is dat theater driedimensionaal is. Film is plat, het is tweedimensionaal. Theater is live en direct, waardoor je je alles kunt veroorloven. Dat live en directe mag wat mij betreft nog veel sterker worden, anders komen de jongeren niet meer.
Je moet als theatermaker alert blijven op wat er aan de hand is en hoe de urban scene zich ontwikkelt. Zelf worden we natuurlijk ouder, daarom verzamelen we in onze groep veel jonge mensen die met één voet in die scene staan.
Multimedia zijn ook heel belangrijk in deze ontwikkeling. Je kunt best theater maken zonder multimedia, maar ik denk eigenlijk dat dit een stroming is waar je niet meer omheen kunt als je je in de kunst wilt uiten. In die zin kun je één lijn trekken met film, theater, literatuur en muziek; daarnaast heb je multimedia. Je kunt er gewoon niet meer omheen.
De hiphopcultuur is een heel goede graadmeter. Die cultuur is vrij geavanceerd, en in die zin vind ik dat de toekomst van theater niet om die cultuur heen kan. Als theater stil blijft staan wordt het een museum, zoals ik al zei, dan bloedt het dood. Wil je dat voorkomen, dan moet je jongeren trekken. Je kunt je ogen niet sluiten voor de nieuwste ontwikkelingen en je móét daar als theatermaker mee aan de haal. Het is een noodzaak om zo theater te gaan maken.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2