…maar het beeld was prachtig!

Mariël Hoevenaars & Pilo Pilkes over Grime

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Mariël Hoevenaars en Pilo Pilkes verzorgden de grime en het haarwerk bij Faust. Grimeren kun je niet echt leren, je hebt het of je hebt het niet, is hun motto.

Gezamenlijk én ieder voor zich hebben ze al talloze acteurs en actrices getransformeerd tot de personages die ze op het podium, het witte doek of het televisiescherm moesten vertolken.

 

Mariël Hoevenaars: ‘Heel kort gezegd is grime “het met make-up en haarwerk benadrukken van een karakter”. Dat is in ieder geval ons streven.’

‘Het is het helpen van een karakter,’ verduidelijkt Pilo Pilkes, ‘om dat te kunnen uitbeelden wat de acteur of actrice niet heeft en wat je toch wilt laten zien.’

 

Je leeft je in

Het ontwerpen van grime is vooral voorbereiden. ‘Je leest het script,’ vertelt Mariël. ‘Als ik een boek lees heb ik daar wel beelden bij, maar die kan ik niet pakken; dan weet ik nog steeds niet wat voor een kleur of structuur haar iemand heeft. Terwijl als ik een script lees, ik wel meteen op dat spoor zit. Dan vul ik het veel verder in. Dan ben ik aan het werk. Ik lees vervolgens eventuele achtergronden over waar het stuk zich afspeelt en over de periode waarin het speelt, over het milieu, de sociale omstandigheden, de stad.

Ik voer gesprekken met de regisseur over hoe hij de dingen ziet: waar is het, wie is het. Alle dingen die een regisseur bedacht heeft. Je krijgt dan allerlei achtergrondinformatie over een figuur die niet in het script staat en die je als publiek ook niet meekrijgt, maar die jouzelf helpt om het plaatje rond te maken.

Als je met de acteurs gaat werken, heb je er al heel veel over nagedacht. Je komt wel met je make-upkist en een zak pruiken, maar je hebt ook dingen in je hoofd. Ze zwerven er al.’

 

Binnen de grenzen

‘Je bent niet altijd vrij in wat je doet,’ legt Pilo uit. ‘Ik heb bijvoorbeeld twee totaal verschillende producties gedaan: Dantons dood en Een meeuw.

Bij Dantons dood wordt een hele rij historische figuren opgevoerd. Je moet kunnen herkennen wie wie is. Je zit vast aan de stijl van de Franse Revolutie, dat is rococo en een beetje empire. Dat zit heel strak in elkaar. Je hebt dus al veel informatie voordat je begint: het stuk, de tijd, de stijl en de periode tot op de persoon toe. Daar is je vrijheid beperkt.

De andere kant is Een Meeuw. Het is een stuk van honderd jaar oud, maar gezet in deze tijd, dus daar mogen wat historische elementjes in, maar het hóéft niet: misschien zit het in kostuum, misschien in decor. Daar gaat het heel erg over de acteurs. Dan ga je met je grime een beetje tussen de personages en de acteurs in hangen. Daar heb je eigenlijk een heel grote vrijheid.’

‘Het is een heel ander zoekproces,’ vindt ook Mariël. ‘Bij Dantons dood ben je veel meer binnen een concept bezig. Omdat er van tevoren veel meer afspraken zijn gemaakt kun je heel lang je eigen ding doen, zonder dat je de andere departementen nodig hebt. Terwijl je bij Een Meeuw afhankelijk van elkaar bent: daarbij moeten én decor, én grime, én licht, én kostuum, én regie eigenlijk de hele dag samen aan het zoeken zijn waar eventueel dat historische element zit.’

Pilo knikt: ‘Bij Een Meeuw ben ik bij heel veel vormgeversgesprekken geweest. We zitten dan al ver van tevoren met elkaar aan tafel: licht, kostuum, decor, regie, dramaturgie. Op die manier hebben we zes of zeven besprekingen gehad. Nu ben ik er twee weken fulltime bij. En uiteindelijk doe ik misschien wel niets; dat kan.’

‘En uiteindelijk heeft de regisseur het laatste woord,’ zegt Mariël. ‘Maar ik verdedig mijn werk. Als ik het er niet mee eens ben, maar toch uitvoer wat de regisseur zegt, gebeurt het wel eens dat hij zelf ziet dat zijn idee geen meerwaarde geeft, of andersom natuurlijk.’

 

Waarom je het doet

‘Voor mij is niet zozeer dat wat je maakt belangrijk,’ constateert Mariël. ‘Ook niet de periode waarin iets speelt, of meer of minder grime. De uitdaging zit hem meer in het proces, in hoe je met elkaar zoekt naar wat het beste werkt. Als het een heel creatief proces is waarbij je elkaar iedere dag weer uitdaagt het beste uit jezelf te halen, door op een spoor te gaan kijken waar je misschien nog nooit eerder bent geweest, is dat heel bevredigend. Het kan er dan misschien wel op neerkomen dat je bij twee mensen lippenstift doet en één toupetje, maar dan is je hele proces daarnaartoe zo goed geweest en zo respectvol tegenover elkaar, dat ik dat het leukst vind. En natuurlijk is het prachtig als je ziet dat het werkt; dat je een acteur iets mee kunt geven waardoor het voor hem of haar gemakkelijker is om die rol te spelen. Dan ben ik gelukkig.’

Maar het kan ook anders, vertelt Pilo: ‘Bij Dantons dood was de weg ernaartoe eigenlijk slecht, maar omdat het stuk strak in stijl en periode stak, konden wij wel verder. Dan gaat het ineens over wat allemaal mag en kan. We hadden dertig pruiken, drie grimeurs, veel schmink, veel gedoe, snelverkledingen, alles. Ik had een heel departement en dat was heel bevredigend en leuk. Bij de grime kunnen de acteurs er lekker uitgooien wat er allemaal misgaat op de vloer, daar zijn mensen die luisteren. Bij Dantons dood werkte dat psychologische effect dat grime altijd heeft, heel goed. Omdat het repeteren zo stroef ging hadden wij het in de kleedkamer dubbel leuk. Ik vond de voorstelling uiteindelijk helemaal niet zo goed geworden, maar het beeld was prachtig. Ik heb een toptijd gehad.’

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2