Marco Gerris zit op het terras van het Blauwe Theehuis in het Vondelpark.
Het Vondelpark noemt Marco zijn speeltuin. Hier ontmoet hij zijn vrienden,
skate hij en wisselt hij met andere skaters ervaringen uit. Na de rol die
hij in Tegentijd speelde, richtte Marco zijn eigen skatedance gezelschap
op: ISH. Ish kun je het best vertalen als -achtig
ofwel op de manier van.
Marco, danser, theatermaker en choreograaf, koos deze naam voor zijn gezelschap omdat hij niet in een hokje past.
Op de dansschool deed ik alsóf ik het kon. Ik stond bij de auditie in de klassieke les en heb heel goed gekeken wat de anderen deden: ik deed het gewoon na. Ik ben tot mijn verbazing voor een jaar aangenomen.
Ik kan heel goed doen alsof en dat doe ik nog altijd. Op de dansschool was ik de enige die op het gevoel maar wat dingen deed. Natuurlijk heb ook ik veel techniek geleerd, maar ik ben altijd blijven zoeken naar mijn eigen stijl. Dat hebben ze me nooit kunnen afpakken, terwijl ze dat zowel op de toneelschool en de dansschool de hele tijd probeerden. Maar dat moeten ze bij mij niet doen: dan word ik een soort duiveltje.
Op de dansschool kwam ik in aanraking met allerlei dansstijlen. Ik ben heel leergierig: ook al vind ik ergens geen fuck aan, ik doe het toch. Die zeventiende-eeuwse huppelpasjes bijvoorbeeld, vond ik helemaal niets. Toch verwerk ik die nu wel in mijn voorstelling, op een parodiërende manier.
Klassiek ballet vond ik cool. Ik heb het nooit als een bedreiging gezien dat mijn imago als jongen werd aangetast, of dat ik dacht dat ik homo zou worden. Ik vond het juist heel tof en dacht: Wauw, hoe doen ze dat, hoe moet ik mijn voeten houden? Ik heb natuurlijk nooit kunnen bereiken wat mensen kunnen die al vijftien jaar trainden, maar ik heb wel bepaalde technieken ontwikkeld waardoor het publiek kan zien dat ik een beetje geschoold ben. Dat zie je ook goed in Tegentijd.
Op mijn eigen manier gebruik ik klassiek ballet nog steeds in mijn voorstelling. Het geeft wat extras, dat mensen zien dat ik van de straat kom, maar tegelijkertijd ook echte techniek heb ontwikkeld.
Het gaat om hoe je het doet
Als ik om me heen kijk zie ik mensen die tien keer beter zijn dan ik. Er kunnen honderdduizend mensen veel beter dansen dan ik, en anderen kunnen weer beter skaten. Maar ik denk dat mijn kracht is dat ik zoveel verschillende dingen bijeenbreng.
Ik denk dat de intensiteit waarmee je speelt het belangrijkst is. Het gaat niet om wát je doet, maar om hóé je het doet.
Ik doe alles wat ik zelf wil. Ik ben niet alleen danser, niet alleen skater en niet alleen theatermaker. Ik wil nooit een keuze maken in danssoort. Ik kan alles wat ik heb geleerd meenemen: klassiek ballet, moderne dans, jazzdance, hiphop, streetdance, breakdance, capoeira, martial art en veel acrobatiek. Ik maak eigen bewegingen en kom heel vaak mensen op mijn pad tegen die me iets nieuws kunnen bijbrengen. Hoe meer ik zie, hoor en leer, des te meer ik kan gebruiken. Ik verwerk alles waar ik van houd in wat ik doe. Ik ben te eigenwijs om bij één ding te blijven.
Vrijheid en feesten
Wat ik deze wereld wil laten zien is dat theater niet alleen maar in musicalstijl verpakt hoeft te worden, of juist in heel diepzinnige moralistische teksten. Daar heb ik wel respect voor, maar er is nog veel meer.
Uiteindelijk is het mijn levensstijl, de vrijheid die ik wil laten zien. Ik wil de bekrompenheid te lijf gaan. Mijn voorstellingen zijn bedoeld voor jongeren, maar het publiek is heel gevarieerd. Dat vind ik ook het leukste: ouders en kinderen, jong en oud komen kijken. En alle mensen die mijn voorstelling bezoeken, komen blij en gelukkig naar buiten. Dat is voor mij het grootste compliment.
Mensen willen na de voorstelling ook altijd gaan feesten. Het liefst geven we dan ook een afterparty. Zo sta ik in het leven. Als ik mijn levensstijl heb kunnen vertellen, is mijn voorstelling geslaagd.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2