Legertraining op balletschoenen

Leon Pronk over Ballet

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

In het muziektheater in Amsterdam haasten muzikanten zich door de gangen met grote instrumentenkoffers onder hun arm. Een operazanger paradeert met zijn borst vooruit in een Chinese kamerjas en verwacht dat iedereen voor hem opzij gaat en meisjes met strak naar achteren gebonden haren lopen in fladderrokjes kleedkamers in en uit.

Dit is de wereld van Leon Pronk, balletdanser.

 

Al zevenentwintig jaar danst Leon, maar Romeo blijft de allermooiste rol die hij speelde. Romeo en Julia is zo’n wild en energiek ballet dat hij daar alles kon laten zien wat hij geleerd had. Hij danste zelfs vechtend met zwaarden.

Romeo maakt alles mee wat het leven te bieden heeft; hij is nu eens woedend, dan weer smoorverliefd, hij vecht, hij vrijt en uiteindelijk pleegt hij zelfmoord. Leon maakte hetzelfde mee terwijl hij danste. Alle emoties moest hij niet alleen zelf voelen, maar ook overbrengen op het publiek. Vanaf de eerste pas tot aan het moment waarop Julia zich boven op zijn doodsbed stortte. Eigenlijk is Romeo en Julia het leven in balletvorm.

Tijdens het ballet Romeo en Julia werd Leon verliefd op zijn tegenspeelster Julia, de prima ballerina. In het echt heet ze Marieke Simons, en binnenkort gaan Marieke en Leon trouwen. Zo krijgt Romeo en Julia toch nog een gelukkig einde.

 

Een dans die klopt

Iedere danser heeft zijn favoriete manier om zich te uiten. Leon houdt het meest van balletten waarbij hij zijn lichaam helemaal kan laten samengaan met de muziek. De choreograaf, degene die de bewegingen op de muziek bedenkt, heeft er bij die balletten voor gezorgd dat het gevoel van de danser helemaal klopt. De dans komt bijna vanzelf uit de muziek voort.

Dat klinkt heel vanzelfsprekend, maar dat is het niet altijd. Soms verzint een choreograaf bewegingen op een melodie die juist tegen het muzikale gevoel ingaan. De danser lijkt dan te vechten met het ritme. Zo’n dans voelt onlogisch aan en voor de toeschouwer ziet het eruit alsof er een strijd wordt gevoerd. Dat is het dan ook voor Leon, een gevecht. Als muziek en dans tegen elkaar ingaan, kan hij er bijna geen plezier in hebben. Hoewel… als hij zo’n moeilijke choreografie dan toch onder de knie krijgt, heeft hij gewonnen. Dan wordt zo’n dans toch heel bijzonder.

Dansen als dagtaak

Wanneer er ’s avonds uitvoeringen zijn, begint Leons dag ’s morgens om elf uur met de warming-up. Die duurt vijf kwartier. Na een kwartiertje pauze wordt er gerepeteerd tot halftwee. Er is weer een halfuurtje pauze en dan gaat de repetitie door tot kwart over vier. Dat is bij elkaar al viereneenhalf uur training.

Nu mogen de dansers doen wat ze willen, als ze maar om zeven uur terug zijn in het theater. Opnieuw moeten ze zich dan opwarmen en vervolgens is er de voorstelling, die soms wel tot middernacht duurt. Van zeven tot twaalf, is weer vijf uur lang.

Zes dagen in de week wordt er zo gewerkt. Eén keer in de maand heeft Leon twee dagen achter elkaar vrij. Gelukkig heeft hij wel vakantie: tien dagen in de winter, een week voorjaarsvakantie en vijf weken in de zomer.

De dagen zijn niet alleen lang, maar ook intensief. Leon vergelijkt het met het leger. Hij moet altijd opletten. Hij moet voortdurend kijken wat hij zelf doet en wat anderen doen, en vooral: hij moet altijd gehoorzamen, dat is de enige manier om een goede danser te worden en te blijven.

Balletdansers zijn al op jonge leeftijd over hun hoogtepunt heen. Het leven van een balletdanser is zwaarder dan dat van een ballerina. Mannen moeten veel hoger springen en ze moeten de meisjes optillen, liften zoals dat heet. Hierdoor slijten hun knieën en rug heel snel. Leon begint het nu al te merken.

Maar alle pijn, lange dagen en intensieve trainingen zijn vergeten als de voorstelling begint.

Dat is het moment suprème: het doek gaat open, de muziek zwelt aan, het ballet begint. Nu mag er niets meer misgaan. Zolang de voorstelling duurt is uiterste concentratie de noodzaak; iedere pas moet juist zijn, ieder gevoel moet zo sterk mogelijk worden uitgedrukt, zodat de toeschouwers alles meebeleven alsof ze zelf deel zijn van het verhaal.

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2