Het eiland als podium

Joop Mulder over Speelruimte

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Joop Mulder, te herkennen aan zijn grote snor, begon al op zeventienjarige leeftijd met het organiseren van vrolijke festiviteiten. Vanuit kleine festivals in Bolsward en happenings in café De Stoep op Terschelling ontstond in 1981 het eerste Oerol Festival.

Inmiddels is Oerol een van de meest toonaangevende festivals ter wereld. Ieder jaar in juni verandert het eiland Terschelling voor tien dagen lang in een vrijstaat waar Kapitein Mulder de artistieke scepter zwaait.

 

‘Sinds we zijn begonnen met het Oerol Festival heb ik geprobeerd om het festival anders te laten zijn dan al die andere zomerfestivals. Oerol speelt zich af op een heel bijzondere plaats: het eiland Terschelling. Je moet er met de boot naartoe, en van de boot stap je rechtstreeks in het festival. Het hele eiland is tien dagen lang Oerol, en als bezoeker ben je deel van het festival doordat je je op het podium bevindt.

Net als de bezoeker verandert ook de theatermaker zodra hij voet aan de grond zet op het eiland. De zee, de bossen en duinen, de zilte lucht met krijsende meeuwen, de straatjes van de dorpjes, al die eilandelementen beïnvloeden de theatermaker. Als hij een voorstelling op Oerol neerzet, wordt die automatisch een deel van Terschelling.

Oerol is dus anders dan andere festivals door de locatie. Het festival heb ik dan ook op twee belangrijke pijlers gebouwd: locatietheater en theater op locatie. Het klinkt bijna hetzelfde, maar er is een groot verschil.’

 

Locatietheater

‘In 1982 kwam danser/choreograaf Shusaku Takeuchi met een aantal van zijn dansers naar het eiland. Ze kozen een plek op het strand van Midsland aan Zee en begonnen daar te werken aan een nieuwe voorstelling. Ze lieten zich inspireren door de weidsheid van de horizon, het veranderende ritme van de golfslag, het stuifzand dat over de strandvlakte waaide, en maakten een dansvoorstelling die theater en omgeving ineen liet vloeien. Dit was de eerste locatietheatervoorstelling op Oerol.

Locatietheater is een productie die helemaal op locatie wordt gemaakt. De voorstelling gaat uit van de omgeving. Iedere plek heeft een eigen sociale, culturele en natuurlijke geschiedenis. De theatermaker laat zich daardoor leiden. Tijdens het maken van locatietheater is er daardoor een voortdurende interactie tussen de regisseur, de spelers en de plek waar ze hun voorstelling maken.

Het verhaal dat verteld wordt kan al wel bestaan, maar het wordt zo bewerkt dat het onlosmakelijk verbonden raakt met de omgeving waarin de voorstelling plaatsvindt. Het beste voorbeeld van locatietheater op Oerol vind ik Tryaters Peer Gynt. Het verhaal bestond al. Het werd twee eeuwen geleden geschreven door Henrik Ibsen. Maar voor Oerol werd het volkomen omgewerkt naar Terschelling: trollen werden sunderums, de legendarische figuren van Terschelling, elanden werden veranderd in reeën en Noorwegen werd vervangen door dat plekje tussen duin en zee aan de grens van de Boschplaat waar je het eiland kon proeven en ruiken. Ook bijzonder was dat de voorstelling werd opgevoerd in het Meslânders, het dialect van het eiland, waardoor het nog meer met de locatie verweven raakte. Hierdoor was Tryaters Peer Gynt zo typisch Terschellings dat het nergens anders zou kunnen worden opgevoerd.’

 

Locatie als achtergrond

Theater op locatie is een bestaande voorstelling die wordt overgeheveld naar Terschelling en daar ergens in de natuur, op straat of in een kerk wordt opgevoerd. De plek waar het stuk wordt gespeeld heeft uiteraard invloed op de manier waarop het publiek ernaar kijkt, zoals een decor dat doet, maar de vertelling blijft ongewijzigd. Dat is dus het verschil met locatietheater.

In 1998, toen de titel van het festival “Diepte der Oceanen” was, haalde de organisatie Les Arts Sauts naar het eiland. De luchtacrobaten sloegen hun enorme koepeltent op op de Noordsvaarder, een stuk strand aan de westkant van het eiland. Bij hun voorstelling Kayassine verzon ik het verhaal dat de tent een luchtbel onder water was, waar de zwaartekracht geen vat had op de bewoners. Zo paste de bestaande voorstelling door de plek en het verhaal dat ik erbij bedacht toch binnen het festivalthema. Al was het exact hetzelfde stuk dat overal ter wereld de harten van het publiek veroverde.’

 

De werkplaats

‘Oerol steunt heel duidelijk op het onderscheid tussen locatietheater en theater op locatie. Toch zijn er nog steeds mensen die zeggen dat het maken van een voorstelling met een speciale plek als uitgangspunt, niet anders is dan het maken van theater voor een schouwburg. Ik wil duidelijk maken dat het wel degelijk iets anders is: de theatermakers moeten op een heel andere manier werken.

Daarom heb ik op Oerol een werkplaats opgericht. In deze werkplaats kunnen jonge theatermakers – vaak net van school – locatietheater leren maken. Ze krijgen van Oerol een plek, financiële steun, en begeleiding: een mentor helpt ze op het gebied van regie of dramaturgie.

Door jonge mensen met de omgeving te laten werken probeer ik hun nieuwsgierigheid te prikkelen. De theatermakers krijgen door de plek waar ze gaan spelen nieuwe impulsen. Ze komen in aanraking met andere uitgangspunten dan ze op school hebben geleerd, en worden zo gedwongen zich open te stellen voor nieuwe ideeën.

Zo wordt de onlosmakelijke verbondenheid van Oerol en locatietheater benadrukt. En zo worden artiesten gestimuleerd zich door de omgeving te laten inspireren bij het maken van hun voorstellingen. De mooiste omgeving die er bestaat: Terschelling.’

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2