Wauw… Opera!

Frank Groothof over Opera

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Frank Groothof, wie kent hem niet? Frank uit Sesamstraat en vroeger van Klokhuis. Frank die samen met René de onweerstaanbare Broertjes vormt. En vooral Frank van de opera. Frank die al die zware namen als Beethoven, Mozart en zelfs Wagner voor iedere volwassene vanaf een jaar of zeven tot leven weet te wekken door hun opera’s in nieuwe kleurige muzikale jasjes te steken.

 

‘Ik zat op Magister Vocat, een katholieke kweekschool in Amsterdam, en studeerde voor onderwijzer. Mijn andere broers waren allemaal in de kapperszaak van mijn vader gegaan, maar dat leek mij niets.

Eigenlijk zat ik alleen maar op die school omdat mijn vrienden ook daarnaartoe gingen. En toen kreeg ik kennis aan een meisje, zoals dat heet. Ik speelde een keer met haar toneel. Haar moeder, die zangeres was, zei: “Wat doe je op die kweekschool? Onderwijzer, dat is toch niets voor jou! Je moet bij het toneel gaan, je bent een echte operazanger.”

Wauw, dacht ik, opera! Ik ben toen meteen bij haar zangles gaan nemen en naar het conservatorium gegaan.

Er werd vroeger bij ons thuis veel opera gedraaid. Mijn vader zong in een kerkkoor, hij was een echte zingende figaro. Ik was dus al vroeg verslingerd aan de verhalen en de romantiek die opera heeft. Maar gek genoeg ben ik nooit zelf op het idee gekomen om iets met zang te doen.’

 

Onverstaanbaar gezang

‘Jaren later, toen ik allang bij het toneel zat, keek ik een keer met mijn kinderen naar de operavoorstelling Idomeneo die op de televisie werd uitgezonden. Het kon ze niet boeien omdat het libretto te ingewikkeld was. Maar ik dacht: toch heeft dit alle elementen voor een goed verhaal voor kinderen. Het moet alleen begrijpelijk voor ze worden gemaakt. Idomeneo ging over een vader die zijn zoon moest onthoofden, over zeemonsters en woedende goden. Dat waren leuke elementen. Ik heb de grote lijn van het verhaal natuurlijk aangehouden, alleen de muziek hier en daar een beetje ingekort en de zijlijnen eruit gehaald.

Bij opera kun je de zangteksten vaak niet verstaan, maar kinderen moeten het verhaal natuurlijk kunnen volgen. In mijn opera’s maak ik daar grapjes over, zo van: nou jongens, het is niet te verstaan, maar dat hoort zo want dat is altijd zo met opera. En het verhaal is ook heel ingewikkeld, maar ik zorg wel dat het te begrijpen is.

Idomeneo was dus mijn eerste opera. In het begin was hij niet meteen succesvol, maar uiteindelijk werd het een echte topper. Daarna heb ik Fidelio gemaakt en De Toverfluit. Zo ben ik begonnen en kinderen waren er meteen gek op: spannende verhalen en mooie muziek. Ik dacht: dít is het, opera’s voor kinderen!

 

Ieder zijn eigen verhaal

‘Ik heb eigenlijk niet echt een stem voor opera. Je moet hard en hoog kunnen zingen. Ik heb een lichte bariton en daar is niet veel repertoire voor. Ik was meer een liederenzanger. Maar in de vorm waarin ik het nu doe, een krankzinnig geworden acteur die denkt dat hij in zijn eentje een hele opera kan spelen, maakt dat niet uit. Ik kan nu alle opera’s uitvoeren die ik wil en zing ook nog eens zo’n beetje alle rollen. En het publiek vindt het nog mooi ook.

Ik maak mijn voorstellingen voor volwassenen vanaf zeven jaar zonder bovengrens. Want ik vind het belangrijk dat ook de ouders meekomen. Er zitten altijd speciale grapjes voor volwassenen in de voorstellingen. Dat doe ik expres, want kinderen vinden het leuk als hun ouders ook lachen. Of ze denken: Hè, wat was er zo leuk, heb ik iets gemist? En dat maakt ze dan nog scherper.

Andersom werkt het ook. Als kinderen lachen om grappen die speciaal voor hen zijn bedoeld, genieten de ouders daar ook van. Je hebt samen lol, ieder op zijn eigen niveau.

De kinderen zijn bijna altijd gefascineerd en leven erg mee. Misschien begrijpen ze het verhaal niet helemaal, maar begrijpen kinderen de wereld om hen heen dan wel? Ik heb er zelf al moeite mee om de mallemolen waarin we leven te bevatten. Volwassenen willen het voor hun kinderen allemaal veel te duidelijk en overzichtelijk hebben. Kinderen zijn gewend om te associëren en hun eigen verhaal ervan te maken.’

 

Een avondje op vakantie

‘Ik vind opera de mooiste kunstvorm die er is: die combinatie van prachtige muziek en een goed verhaal. En het is helemaal geweldig als het toneelspel ook nog van hoog niveau is. Dan heb ik echt de avond van mijn leven.

Er was een keer een Don Giovanni in het Concertgebouw, die was wáánzinnig. De uitvoering was zonder decor. De zangers en zangeressen zongen niet alleen mooi maar er werd ook nog eens fantastisch gespeeld. Don Giovanni was écht een beest van een acteur: die trok de zangeres zelfs aan haar haren over het toneel! Ik wist niet wat ik zag!

En dan bijvoorbeeld Tosca in het Muziektheater, ook zo meesterlijk. Als ik zo’n voorstelling heb gezien weegt dat voor mij op tegen een week vakantie in de zon.

Als kinderen zo’n opera op hun niveau ook kunnen meemaken – doordat het verhaal is aangepast en ingekort – en zij hebben ook zo’n goeie ervaring – dan is dat toch prachtig?

Voor mij is opera gewoon het einde. Daarom vind ik dat anderen het ook moeten horen. En voor wie in de wereld zou je het beter kunnen doen dan voor kinderen?’

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2