Hé, dat werkt eigenlijk wel

Ellen Goemans over Theaterproductie

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Toen ze afstudeerde aan de toneelschool in Arnhem, richtte Ellen Goemans met twee medestudenten MONK op. Als actrice kan ze zich transformeren in iedere gedaante die ze wenst: van een wervelende derwisj tot een verleidelijke Aphrodite, godin van de liefde. Nu eens is ze een vervelende toerist die is gestrand in een hotel in Azië, dan weer de naar liefde en onafhankelijkheid verlangende bitch Marion in Go, Baby Go! Als theatermaker heeft ze bij MONK alle kanten van het vak leren kennen.

 

‘Het idee voor een nieuwe productie wordt een jaar van tevoren in gang gezet omdat er een subsidieaanvraag ingediend moet worden. Dan moet je een plan bedenken omdat je geld moet organiseren. Dat is meestal een plan voor dat moment, maar dat verandert in de loop van het jaar voortdurend door de actualiteiten. Ook door onszelf, door nieuwe ervaringen en door de structuur binnen de groep.

Vanuit dat idee gaat Eric de Vroedt, onze huisschrijver, twee maanden schrijven. Dat is niet een stuk van A tot Z, maar allemaal losse scènes, ideeën, dialoogjes, monoloogjes. Na twee maanden komen we bij elkaar en lezen we alles. Wij, dat zijn Eric, Maartje van den Brink, Rutger Kroon en ikzelf. Het is dan nog heel onsamenhangend, veel te veel tekst, veel te veel ideeën en veel te veel verhaallijnen. Het helpt Eric als hij zijn teksten terughoort. Als ik iets op een bepaalde manier voorlees, denkt hij: O, maar zo had ik het niet bedoeld, ik moet het anders schrijven. Dan gaat hij het stuk bewerken en dat is eigenlijk de laatste fase van het schrijven.

In die periode hebben we elke week een afspraak om te kijken of de tekst ook inderdaad steeds korter en beter wordt en of iedereen het ermee eens is. Maar Eric is degene die uiteindelijk bepaalt hoe het script in elkaar komt te zitten.

Pas als het af is, weten we precies waar het stuk over gaat en hoe lang het is geworden; dat kan drie uur zijn en het kan één uur zijn.

Als het stuk helemaal is geschreven gaan we het met elkaar lezen. We lezen hardop, ieder zijn tekst, iedere dag twee keer, en we laten onze fantasie erop los. Dan vindt er al snel een rolverdeling plaats.

Eric schrijft wel een bepaalde rol met mij in gedachten, maar dat wil niet zeggen dat ik die rol ook ga spelen. Hij vertelt het ook niet van tevoren. Meestal zegt hij pas later: zie je wel, ik wist wel dat jij die rol wilde.

Op het moment dat je je eigen tekst kunt gaan leren, heb je de vrijheid voor je eigen interpretatie.’

 

Decor

‘Vanaf het moment dat we beginnen met repeteren, gaan we nadenken over het decor. Decor is heel belangrijk voor ons spel. Waar zitten de acteurs? Zijn het verschillende ruimten of is er één situatie? Zijn er verschillende dagen of bijvoorbeeld verschillende momenten op één avond?

Wij leveren de decorbouwer een idee aan dat we zelf hebben bedacht. Het is natuurlijk ook heel leuk om je door iemand van buitenaf te laten beïnvloeden, die voorstelt om het in een andere setting te plaatsen. Maar vooralsnog – en dat heeft ook te maken met de snelheid waarmee wij een productie maken – vragen wij aan een decorbouwer of hij wil uitvoeren wat wij hem aandragen. We hebben nooit zoveel geld, dus meestal eindigen we in de IKEA.

We spelen in vlakke-vloertheaters, dat zijn de kleinste zalen die een theater heeft. Ik vind het altijd leuk om het decor een eiland te laten zijn in een ruimte. Alsof het gelanceerd is: plóp, daar staat opeens een decor. Het zou het mooist zijn als er rondom het decor nog ruimte over is. Maar dat kan in veel theaters niet.’

 

Licht en geluid

‘Licht is iets wat pas op het allerlaatste moment bedacht wordt. Vaak nog op de dag van de première bedenken we: nee, daar moet nog een ander ritsje lampen in. We houden ervan als er in het decor zelf ook licht is dat in een huiskamer of in een keuken hoort te zijn. Als we in een keuken spelen zou er wat ons betreft ook een tl-bak moeten hangen.

Muziek doen we ook altijd zelf. Wij scheiden meestal geen bedrijven door er harde muziek in te knallen, maar we hebben wel altijd muziek in onze voorstelling. Ook omdat dat sfeerbepalend is. Het is nooit dwingend aanwezig, maar het is er wel de hele tijd.

Meestal komt iemand van ons met een cd-tje: “Vind je dit niet heel eigentijds, of passen bij deze sfeer?” Of je hebt tijdens het repeteren toevallig een goede cd opstaan. Dan heeft iedereen: “Hé, dat werkt eigenlijk wel.”

Alles komt pas op het allerlaatste moment bij elkaar. Altijd te laat. Het liefst zouden we twee weken voor we in première gaan het decor goed hebben en een lichtplan, muziek en de kostuums klaar hebben. Maar dat gebeurt nooit. We veranderen alles tot het laatste moment.’

 

De publiciteit

‘We beginnen al een jaar van tevoren met de publiciteit. We hebben inmiddels met een heleboel theaters een goed contact opgebouwd, dus die durven nu ook op voorhand te programmeren, zonder dat ze weten wat we gaan maken. Dat is heel prettig.

We geven ze een vaag idee van wat we willen gaan maken. Dat beetje idee heeft Erik dan op papier gezet en dat mailt hij naar verschillende theaters. Hopelijk vinden ze dat interessant en houden ze plek voor ons vrij om te spelen.

Een vriend van ons, Walter Herfst, is fotograaf. Wij geven Walter op een gegeven moment delen van de tekst, zodat hij een voorselectie kan maken in zijn fotoarchief. En dan gaan wij bij hem zoeken.

We moeten de foto voor de flyer al uitzoeken op het moment dat we nog niet precies weten hoe de voorstelling gaat lopen. Dat is heel lastig. Dat is al een aantal keren flink misgegaan. Ook de titel kunnen we niet meer veranderen. We hebben het wel eens gedaan, maar dat is voor de publiciteit rampzalig.

De foto is één ding en vervolgens moet iemand de flyer gaan vormgeven. De speellijst – de lijst met theaters en data wanneer we gaan optreden – moet definitief zijn voor de flyer gedrukt wordt. En je moet goed weten wanneer de theaters hun poster moeten hebben en de stapels flyers voor verspreiding. Dat is meestal zo’n drie weken vóór de première.

Wij fietsen allemaal netjes rond in Amsterdam met stapels flyers om die in cafés te leggen. We hebben wel een klein bedrijfje dat de verspreiding van posters regelt bij cafés en theaters, maar het meeste doen we zelf. Bij al die werkzaamheden is Jojanneke Braam, onze publiciteitsdame, onmisbaar.

Walter Herfst maakt ook de scènefoto’s die in de vitrines komen te hangen. Daar zijn we al maanden van tevoren mee bezig omdat tijdschriften, kranten en vooral theatertijdschriften dat dan al willen hebben.

We regelen het liefst voorpubliciteit – zodat een krant al voor we beginnen te spelen een interview plaatst met een van ons – maar het is lastig om de aandacht op je te vestigen. Recensies blijven uiteindelijk vreselijk belangrijk.’

 

De hort op

‘Op het moment dat je op tournee gaat moet er zoveel geregeld worden! Je moet een vrachtwagen hebben. We moeten in hotels slapen. Je moet met zijn allen eten. Je moet ervoor zorgen dat alles op het juiste moment aankomt. Je moet de tekeningen voor de opbouw van het decor naar de theaters verspreiden, ervoor zorgen dat het licht op de juiste manier hangt. Soms moeten we aanpassingen doen en moet een van ons al eerder gaan om zich er flink tegenaan te bemoeien. Conflicten met technici komen vaak voor.

Als je van een toneelschool komt en je begint een eigen gezelschap, ben je gewend om zelf je licht in te hangen, zelf je decors te ontwerpen, zelf je kostuums te regelen, over alles zelf na te denken. Dan is het heel moeilijk dat uit handen te geven. Je móét het uiteindelijk wel uit handen geven, omdat je groeit en omdat je veel sneller moet gaan werken.

Op het moment dat je voor publiek staat, verandert alles. Je hebt een bepaalde spanning omdat je het stuk op dat moment moet weggeven. Je geeft het ook wel weg als je repeteert, maar dan blijft het toch een soort van onderonsje. Nu moet je ineens dat hele ding spelen. Meestal vallen alle dingen dan op de goede plek.

En tijdens de tournee van het ene stuk ben je alweer bezig met de volgende productie. We willen altijd verder ontwikkelen.’

 

MONK werd in 1997 opgericht door Ellen Goemans, Eric de Vroedt en Maureen de Jong. Sinds 1999 zitten Rutger Kroon en Maartje van den Brink ook vast bij het gezelschap, evenals Jojanneke Braam, die de zakelijke en productionele leiding op zich heeft genomen. Vanaf het seizoen 2003-2004 zal MONK bestaan uit Maartje van den Brink, Ellen Goemans en Rutger Kroon.

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2