Ik
ben Willem van Nassau en ik ben van Duitse afkomst. Tot aan mijn dood zal
ik mijn vaderland trouw blijven. Ik ben Prins van Oranje en nergens bang
voor. De koning van Spanje heb ik altijd bewonderd.
Wat een merkwaardige tekst. En dan te bedenken dat dit de inhoud is van het beroemdste lied van Nederland: ons volkslied. Het Wilhelmus is het oudste volkslied van de wereld. Het is rond 1570 geschreven door Marnix van St. Aldegonde of Coornhert; niemand weet dat zeker. Maar hoe vreemd de tekst ook is, er zijn nog altijd veel mensen die een raar gevoel krijgen in hun buik of bij wie de tranen over de wangen lopen als een Nederlandse topsporter het erepodium beklimt en probeert de tekst mee te zingen.
Zang bestaat al zolang als de mensheid. Vanaf het moment dat de mens geluiden kon maken, werden er klanken uitgestoten om goden aan te roepen en geesten te verdrijven. De zang van duizenden jaren geleden zal tegenwoordig misschien niet meer als zang herkend worden, maar de stem werd op een speciale manier gebruikt. Dieren en natuurgeluiden werden nagebootst en er werden klanken uitgestoten om de goden en geesten iets duidelijk te maken. Plezier, verdriet en andere emoties worden met stembuigingen uitgedrukt. Dat is de eerste vorm van zang.
Volksverhaal en volkslied
Voordat de druktechniek was uitgevonden, werden verhalen mondeling overgeleverd. Lezen was iets wat voor maar weinigen was weggelegd. Door de eeuwen heen werden de mooiste verhalen over goden, helden en koningen, maar ook de belangrijkste nieuwsfeiten, op muziek gezet. Ze werden volgens een bepaald ritme genoteerd en er werd soms rijm gebruikt, waardoor het gemakkelijker was om de lange teksten te onthouden. Muziekbegeleiding kon dienen als geheugensteuntje.
De belangrijkste Griekse verhalen, zoals de vertellingen over de oorlog van Troje (het Trojaanse paard) en de omzwervingen van de held Odysseus, werden op deze manier bij iedereen bekend. Deze manier van vertellen/zingen bleef in de loop van de eeuwen geliefd.
In de twaalfde en dertiende eeuw waren in Frankrijk de troubadours zeer populair. De troubadours zongen vooral over de liefde, een onderwerp dat iedereen in alle tijden aanspreekt.
De troubadours waren vaak leden van het hof; ze konden lezen en schrijven. Zij zagen de liefde als iets bijzonders, dat werd hoofse liefde genoemd. Een vrouw was het allermooiste dat op de wereld bestond. De man moest allerlei beproevingen doorstaan om haar liefde voor zich te winnen. En vaak was het nog onmogelijk ook om de lieflijke vrouw te veroveren, want zij was getrouwd of bestemd voor een huwelijk met een ander. Onbereikbaar dus.
De troubadours waren niet degenen die rondtrokken en overal optraden. Daar hadden ze hun minstrelen voor in dienst: de troubadours leerden de minstrelen hun liederen en stuurden ze de wijde wereld in om ze te verspreiden.
Deze vorm van zang, die gaat over liefde en over de gebeurtenissen in het dagelijks bestaan, bestaat nog steeds: het zijn de populaire liedjes in de hitparade. En het belangrijkste thema in de popsongs blijft toch altijd de liefde: de onbereikbare, heerlijke, allesvernietigende en lustopwekkende liefde.
Kerkliederen
Het geloof heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de zang. De mens heeft de stem gekregen om God te eren, zo werd vaak gedacht. Vanaf het begin zijn dan ook in religieuze rituelen liederen opgenomen.
Toch was niet iedereen een voorstander van zingen in de kerk. Augustinus was een godgeleerde die waarschuwde tegen te mooi zingen. Volgens hem kon zang zo verleidelijk zijn dat het gevaarlijk werd: het zou de luisteraar afleiden en op slechte ideeën kunnen brengen. Hij vond daarom dat zang zo eentonig mogelijk moest zijn.
Het gevaar van de verlokkingen van zang vinden we ook terug in legenden. De bemanning van schepen werd altijd gewaarschuwd voor sirenen lieflijk zingende meerminnen. De liederen die zij zongen waren zo mooi dat de zeelui er letterlijk gek van werden, waardoor schepen op de rotsen liepen.
De vroegste kerkzang is nu moeilijk te volgen omdat er niet zoiets was als ritme en maten. De liederen in de kerk werden vaak gezongen door een mannelijke solist, die zelf de duur van zijn tonen bepaalde. Het tellen en de muzieknotatie werden pas belangrijk toen men in koren ging zingen: de gregoriaanse gezangen.
Rond de negende eeuw ontstaat de meerstemmige zang. Op dat moment wordt er ook een verschil gemaakt tussen verschillende soorten stemmen. De belangrijkste stem in het gezang bleef de man die de lange noten van de basismelodie zong. Hij werd de tenor genoemd, dat drager betekent. Een tweede partij begon nu tegen deze tenor in te zingen. Hij spon melodieën om de zanglijn van de tenor heen. Hij werd de contratenor, de tegendrager genoemd. De contratenor zong vaak hoger dan de tenor. Deze hoge stem kreeg een aparte naam: de alto, ofwel hoog.
Later kwamen er nog twee stemmen bij: een stem die boven alles uit klonk, de soprano, erboven, en een lagere stem, de basso, eronder.
Deze vier belangrijkste stemmen, van hoog naar laag, sopraan, alt, tenor en bas, worden nog steeds in onze zang onderscheiden.
Vanuit de kerk ging de meerstemmigheid de straat op en het theater in. Vanaf de veertiende eeuw begonnen de madrigalen populair te worden: meerstemmige liederen, eerst nog voor twee en later voor meer zangers. De boysbands (zoals de Backstreet Boys en Boyzone) en girlsgroups (All Saints en Spice Girls) die tegenwoordig zo in zijn, zijn daar nog verre uitlopers van.
De zanger als ster
Het was pas bij de opkomst van troubadours en minstrelen dat zangers belangrijk werden gevonden. Voor die tijd werd een zanger gezien als een instrument, niet anders dan een trommel of trompet. Er werd niet gekeken naar de persoon áchter de stem. Maar toen de minstrelen door de landen gingen trekken, kregen ze een naam. Bepaalde minstrelen waren zo geliefd dat als mensen hoorden dat zij in het dorp aankwamen, ze speciaal naar deze mannen (want er waren maar heel weinig vrouwelijke minstrelen) kwam luisteren.
De echte sterstatus van de zanger begon bij de castraten. Castraten waren mannen zonder testikels: zij hadden een hogere stem. Veel toeschouwers vonden het heel opwindend, een man met een vrouwenstem. Tijdens de bloei van de opera waren de castraten zo geliefd als de pophelden nu. Ze werden op handen gedragen door het publiek en verdienden goud geld.
In de zeventiende en de achttiende eeuw werden er in Italië vierduizend jongens per jaar gecastreerd om te voorkomen dat hun stem zou zakken. Zij zouden hun hele leven in kerken of operas blijven zingen. Het waren vaak de ouders van arme gezinnen die hun zonen ertoe aanzetten zich te laten opereren: daardoor kregen ze misschien een betere toekomst dan zijzelf. Maar het was een behoorlijke opoffering en een risico: zestig procent overleefde de operatie niet.
Van romantiek tot rap
Waren de minstrelen, de troubadours en de operagrootheden al echte solisten, de solozang als kunstvorm kwam pas echt tot uiting in het Duitse LiedTijdens de Romantiek, aan het eind van de negentiende eeuw, begonnen veel Duitse componisten liederen te schrijven voor een solist met pianobegeleiding.
Zoals de naam van de stroming, Romantiek, al zegt, waren de onderwerpen van deze liederen vaak romantisch: ze gingen over woeste natuur, nachtelijk maanlicht, verre landen en grote liefdes, maar ook over dood en verderf. De muziek die bij de teksten werd geschreven, was vaak zwaar. Het leven was moeilijk en overweldigend, vonden de componisten, en dat moest in de liederen ook duidelijk worden. Beethoven, Brahms en Schubert waren componisten die het Duitse Lied wereldberoemd maakten.
Iets later zou, ook vanuit Duitsland, een andere liedsoort opkomen. Eigenlijk is het nauwelijks een lied te noemen. Het is de spreekzang, een manier van muzikaal voordragen, half sprekend, half zingend, van teksten op muziek. De muziek begeleidt en versterkt het verhaal dat de zanger vertelt. Arnold Schönbergs Pierrot Lunaire over de dromen van de commedia dellarte figuur Pierrot is daar een heel belangrijk voorbeeld van.
Onze popmuziek nu heeft nog steeds veel weg van de Duitse muziekstijlen die ruim honderd jaar geleden ontstonden. De liedjes van het Eurovisie songfestival zijn muzikaal te vergelijken met het romantische Duitse Lied. En rappen, het spreken op een ritme zonder muzikale begeleiding, is eigenlijk een vorm van spreekzang.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2