Dit kan nooit goed aflopen!

De tragedie door de eeuwen heen

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

De koning van Thebe krijgt zijn toekomst voorspeld door een orakel. Het orakel vertelt hem dat hij door zijn zoon gedood zal worden en dat zijn vrouw met die jongen zal trouwen. De koning schrikt zo dat hij besluit dat zijn pasgeboren zoon, Oedipus, gedood moet worden.

Maar de man die de opdracht krijgt Oedipus te doden, kan het niet over zijn hart verkrijgen. De baby wordt geadopteerd door het koningsechtpaar van een buurland.

Als Oedipus groot is geworden, gaat hij ook naar het orakel. Daar krijgt hij te horen dat hij zijn vader zal doden en met zijn moeder zal trouwen. Omdat Oedipus denkt dat deze voorspelling op zijn pleegouders slaat, besluit hij niet meer naar huis te gaan.

Een poosje later wordt Oedipus door een man lastiggevallen. Hij doodt hem in een gevecht. Die man is, dat valt te raden, de koning van Thebe. Oedipus verricht nog wat heldendaden, wordt koning van Thebe en trouwt met de koningin.

Veel later komt hij erachter dat hij zijn echte vader heeft neergestoken en dat hij het bed deelt met zijn moeder. Uit schaamte steekt hij zich de ogen uit het hoofd.

 

Het verhaal Oedipus Rex, Koning Oedipus, is de beroemdste tragedie uit de geschiedenis. Het toneelstuk werd zo’n 430 jaar voor onze jaartelling geschreven door de Griek Sophocles.

De Grieken waren dol op tragedies. In deze toneelstukken werden de lotgevallen verteld van helden of goden met wie het gruwelijk afliep. Er waren jaarlijks speciale feesten waar toneelschrijvers hun nieuwste tragedies vertoonden; ze konden er een prijs mee winnen.

 

Een boek vol regels

Aristoteles was een ‘denker’. Hij dacht na over van alles, en wat hij bedacht schreef hij op. Hij schreef boeken over wiskunde, over biologie, over filosofie, en nog veel meer. Zo stelde hij ook een heel boek samen met regels waaraan een tragedieschrijver zich zou moeten houden om een goede tekst te kunnen maken. Zelfs nu, ruim 2300 jaar later, worden de regels van Aristoteles nog door veel schrijvers gebruikt.

Volgens Aristoteles was het het belangrijkst dat een tragedie bij het publiek medelijden en angst zou oproepen. Daarnaast was het een must dat het met de hoofdpersoon uit het verhaal steeds slechter zou gaan en ook verkeerd zou aflopen. Dat was namelijk het grootste verschil met komedie, waar aan het eind alles goed komt. Een slechte afloop is in een trag-->->die dus onvermijdelijk, en is altijd de schuld van de hoofdpersoon. Die is te trots geweest, te koppig, hij heeft te machtig willen worden, of wat dan ook. Hij heeft iets verkeerd gedaan en daarvoor wordt hij gruwelijk gestraft. Als de hoofdpersoon uiteindelijk inziet waar hij de fout in is gegaan, is het al te laat. De toeschouwer krijgt dan ook een lesje voorgeschoteld.

Niet alleen voor tragedie, maar ook voor komedie waren er drie regels voor het toneel die Aristoteles vastlegde. Hij vond dat in ieder stuk een eenheid van tijd, van plaats en van handeling moest zitten. De eenheid van tijd wilde zeggen dat een toneelstuk niet meer dan de gebeurtenissen van één dag zou moeten vertellen. Op het moment dat iets zich langer geleden heeft afgespeeld, moet een van de acteurs dat vertellen; het wordt niet gespeeld.

De eenheid van plaats betekende dat het stuk zich helemaal op dezelfde plaats afspeelde; bij een komedie was dat in een straat, en bij een tragedie in een paleis. De eenheid van handeling hield in dat alles wat er op het podium gebeurde, direct te maken had met het verhaal. Het was niet de bedoeling dat er grappige zijsprongen werden gemaakt, of dat ergens over werd uitgeweid zonder dat dat nuttig was voor het verloop van het stuk.

Bloedbaden

De Romeinen waren vooral dol op grootse producties. Voor hen hoefde het niet allemaal zo keurig aan regels gebonden te zijn als Aristoteles het voorschreef. Nee, zij wilden spektakel zien, en het liefst gruwelen.

Voor de theaterstukken werden zoveel mogelijk acteurs op het podium gehaald. Omdat de Romeinse burgers niet mochten acteren, waren dit allemaal slaven. Sommige slaven hadden geluk: zij konden zo goed acteren dat ze een fantastisch leven kregen, goed betaald werden en zelfs regelmatig werden ontvangen aan het hof van de keizer. Maar de meesten waren minder gelukkig. Omdat de Romeinen zo van huiveringwekkende details hielden, werden een hoop martelingen niet als special effect, maar in werkelijkheid uitgevoerd. Zo kwam het voor dat er een lichaamsdeel op het toneel werd afgehakt, of dat een acteur echt werd gekruisigd. Ook live seks op het podium was niet vreemd. Het waren immers ‘maar’ slaven…

Seneca, die in het jaar 3 werd geboren, was de grootste tragedieschrijver van het Romeinse rijk. In zijn stukken hield hij rekening met de smaak van het publiek; hij paste bijvoorbeeld Griekse tragedies aan door er zoveel mogelijk gruwelijke details aan toe te voegen. Het stuk Oedipus van Sophocles was een van de toneelstukken die hij herschreef. En in zijn uitvoering kon het publiek toekijken hoe de hoofdpersoon op het podium zijn ogen uitstak. Gelukkig was het niet altijd echt wat de toeschouwer zag.

Seneca is ook degene die de wraaktragedie heeft bedacht. In dat soort tragedie is er iemand vermoord en willen zijn nabestaanden of vrienden zich wreken op de moordenaars. Dat gaat niet altijd van een leien dakje en er leggen dan ook flink wat mensen het loodje in deze stukken: de vermoorde persoon om wie het allemaal begonnen is, zijn moordenaars, vaak ook degenen die wraak zoeken en nog een aantal handlangers of wat ongelukkige voorbijgangers.

 

Net niet ellendig genoeg

In de Middeleeuwen werd het toneel door de kerk in de ban gedaan. Maar geleidelijk aan kwamen de priesters erachter dat theater juist een goed middel was om het publiek over het geloof te vertellen. Er was natuurlijk bijna niemand die de Latijnse kerkdiensten begreep, terwijl een toneelstuk over een bijbelverhaal of heiligenleven direct duidelijk was.

Het begon eenvoudig met een ‘tableau vivant’, een soort stilleven: als een levend schilderij werd een passage uit de bijbel afgebeeld. Maar langzamerhand groeide het religieuze theater uit tot voorstellingen die wel een hele dag konden duren. Het waren de priesters zelf die acteerden.

Oogluikend werd toegestaan dat ook buiten de kerk weer toneel werd gespeeld. In 1210 mochten er van de paus geen geestelijken meer toneelspelen. Op dat moment slopen er steeds meer scènes in de toneelstukken die niets meer met de bijbel te maken hadden.

Bijbelverhalen en heiligengeschiedenissen zijn vaak gruwelijk. Het Oude Testament laat zich lezen als een verzameling horrorverhalen en de meeste heiligen werden pas heilig nadat ze gemarteld waren of op een andere akelige wijze waren gestorven. Maar toch is er altijd een lichtpuntje: voor goede mensen is er een plaatsje in de hemel. Deze religieuze theaterstukken kunnen dus toch niet onder de tragedie worden gerangschikt.

In de Middeleeuwen waren de echte tragedies dan ook geen toneelstukken, maar verhalen die verteld of gezongen werden voor een publiek. Daarbij ging het altijd om een rijke of hooggeplaatste man die door het lot opeens arm en ongelukkig werd.

 

Van je vrienden moet je het maar hebben

In de zestiende eeuw bloeide de tragedie als theatervorm weer helemaal op.

Christopher Marlowe werd geboren in hetzelfde jaar als Shakespeare. Hij was de eerste die nieuwe verhalen verzon in plaats van die oude Griekse theaterstukken in een nieuw jasje te steken. In de tragedies van Marlowe staat altijd een man in het middelpunt die steeds meer macht wil hebben en daarbij over lijken gaat. Natuurlijk slaat het noodlot uiteindelijk toe en gaat de man ten onder aan zijn eigen machtswellust.

Marlowe was zelf ook geen braaf baasje. Hij belandde een aantal keren in de gevangenis voor betrokkenheid bij moord, voor vervalsing en voor atheïsme: het ervoor uitkomen dat je niet gelooft in een god. De laatste keer dat hij op borgtocht vrijkwam, belandde hij in een kroegruzie en werd in zijn oog gestoken, wat hem het leven kostte. Hij was pas 29 jaar oud.

Marlowe woonde samen met een andere belangrijke tragedieschrijver: Thomas Kyd. Kyd schreef wraaktragedies zoals Seneca die had bedacht. In zijn belangrijkste werk De Spaanse Tragedie is een man vermoord; zijn vrouw wil hem wreken. Twee mannen willen haar nieuwe geliefde vermoorden en als dat eenmaal lukt, moet diens vader weer wraak nemen op de moordenaars van zijn zoon. Als dat geen wraaktragedie is…

Ook met Kyd zelf loopt het treurig af. In zijn huis worden papieren van Marlowe gevonden waarin wordt getwijfeld aan het bestaan van God. Kyd wordt opgepakt, dagenlang gemarteld en gevangengehouden. Kort na zijn vrijlating sterft hij aan de gevolgen, niet ouder dan 36 jaar.

William Shakespeare had meer geluk in zijn leven. Hij had zijn eigen gezelschap en uiteindelijk zijn eigen theater. Hij schreef allerlei soorten tragedies, waaronder de ‘romantische tragedie’ waarin duidelijk wordt dat echte liefde op deze wereld geen stand kan houden.

Shakespeare was geen echte zwartkijker: hij ging steeds meer komische elementen in zijn tragedies verwerken en de grens tussen komedie en tragedie vervaagde. De tragikomedie was geboren.

Maar zijn de stukken van Shakespeare eigenlijk wel echt door hem geschreven? Het verhaal gaat dat Christopher Marlowe zijn eigen dood in scène heeft gezet omdat hij zoveel problemen had, waarna hij verder door het leven ging als William Shakespeare. Hun geboortejaar is hetzelfde en voordat Marlowe ‘stierf’ had Shakespeare nog nooit een goed stuk geschreven…

 

Klein leed

De klassieke tragedies gaan allemaal over grote thema’s: macht, geld, liefde, dood.

Maar als aan het eind van de negentiende eeuw de hele wereld aan de voeten van het westen ligt, als alle werelddelen zijn ontdekt en bereikbaar zijn, wordt de theaterwereld juist kleiner. De tragedies gaan nu over politieke en sociale onderwerpen, over de normen en waarden in de maatschappij. Hoe denken de mensen over prostitutie, alcoholisme, alleenstaande moeders, ziekten, mishandeling? De toneelschrijvers onderzoeken het en schrijven stukken waarin ze vaak ingaan tegen de gevestigde orde.

Henrik Ibsen bijvoorbeeld schreef een aantal ‘ideeëntragedies’, zoals deze theaterstukken genoemd worden. Hoeveel effect een toneelstuk kan hebben, werd duidelijk toen zijn tragedie Het Poppenhuis werd opgevoerd. In dit stuk werd duidelijk gemaakt dat een vrouw meer was dan een echtgenote voor haar man en een moeder voor haar kinderen; sterker nog, dat wie zij zelf was belangrijker was dan die dienende rol. In de periode dat het stuk speelde, steeg het aantal echtscheidingen in Noorwegen explosief. En Ibsen kreeg van veel mensen de schuld.

 

De zin van het bestaan

In de twintigste eeuw vervagen alle grenzen in de kunsten. Veel theatermakers zijn niet meer onder te brengen in het hokje ‘komedie’ of onder ‘tragedie’. Ze gaan op zoek naar manieren om allerlei verschillende emoties bij het publiek op te roepen.

Antonin Artaud wilde de toeschouwers van zijn theaterproducties confronteren met de wereld om hen heen. Hij wilde hen wakker schudden. Zoals Aristoteles vond dat tragedies vooral medelijden en angst bij het publiek op moesten wekken, zo wilde Artaud het publiek overdonderen met gewelddadige indrukken. Een voorstelling was voor Artaud geslaagd als de toeschouwers niet wisten wat hen overkwam. Hij vergeleek theater met een pestplaag waar het publiek middenin zit terwijl alle normen en waarden waaraan iedereen gewend is er opeens niet meer toe doen. Hij noemde deze theatervorm ‘theater van de wreedheid’. De acteurs liepen om het publiek heen en ertussendoor, schreeuwden tegen de mensen, maakten hen bang, vertoonden nare beelden – dit alles om de toeschouwers volkomen in de war te brengen en los te weken van het dagelijks bestaan waarin ze zijn vastgeroest.

Samuel Beckett speelt juist in op de zinloosheid van het bestaan. Beckett werd op jonge leeftijd door een zwerver neergestoken en ging bijna dood aan zijn verwondingen. Toen hij was hersteld is hij de zwerver gaan opzoeken om te vragen waarom hij het had gedaan.

‘Ik weet het niet,’ antwoordde de man.

De hele wereld is losgeslagen, was de conclusie van Beckett, er is geen reden waarom dingen gebeuren. De enige manier om te overleven in deze chaos is om je eigen wereld te verzinnen. Maar ook die wereld zit vol schuldgevoelens en angst. In zijn theaterstukken kiest Beckett voor de vorm van het absurdisme. Het is tragisch, maar zo absurd dat je wel moet lachen. Geen pure tragedie dus, al blijft er iets knagen.

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2