Macheath
houdt van het wilde leven. Hij maakt lol met de hoeren van Londen en voelt
zich thuis in de onderwereld tussen dieven en zakkenrollers. Terwijl hij
weet dat er een vrouw zwanger van hem is, trouwt hij stiekem met Polly,
de dochter van een heler. Als die heler erachter komt, zorgt hij ervoor
dat Macheath in de gevangenis belandt.
Macheath wordt ter dood veroordeeld. Op het moment dat hij opgehangen zal worden, komt de cipier van de gevangenis op de proppen met maar liefst víér vrouwen die zwanger zijn van Macheath. Dat is te veel voor Macheath en hij zegt dat hij dan maar liever dood is. Maar het loopt goed af: Macheath moet zich voor de rest van zijn leven aan één vrouw houden. Dat wordt Polly.
Het bovenstaande verhaal werd bijna driehonderd jaar geleden verteld in The Beggars Opera (de bedelaarsopera) van John Gay. Het was een groot succes: terwijl de meeste stukken niet langer dan een week lang werden opgevoerd, werd The Beggars Opera ruim zestig keer vertoond. Een record dat een eeuw lang ongebroken zou blijven!
The Beggars Opera zou de geschiedenis ingaan als de eerste musical. Het was een parodie op een echte opera. Het verhaal ging niet over goden en helden, maar juist over de onderlaag van de bevolking. De teksten van de liedjes waren geschreven op de muziek van populaire straatdeuntjes en niet alles werd gezongen: tussen de liedjes door werd gewoon gesproken. The Beggars Opera is een voorbeeld van een ballade-opera, een vermakelijke komedie waarbij gebruik werd gemaakt van bestaande melodieën.
Naast deze ballade-opera ontstond nóg een afsplitsing van de gewone opera: de komische opera. Ook bij de komische opera werd tussen de liedjes door gesproken. Voor deze theatervorm werd wel speciaal muziek geschreven; het waren meestal vrolijke deuntjes die goed in het gehoor lagen en snel meegeneuried konden worden. Deze komische operas vertelden vaak romantische verhalen.
De ballade-opera en de komische opera waren wat wij tegenwoordig musicals noemen. Het verschil tussen een musical en een opera is dat er in musicals gesproken wordt. Meestal is de muziek die in een musical wordt gebruikt ook luchtiger dan die van een opera, maar dat is niet het belangrijkst. De muziek in Jesus Christ Superstar bijvoorbeeld, van de beroemde musicalcomponist Andrew Lloyd Webber, was pure rock, hartstikke modern dus. Toch is JCS geen musical maar een rock opera er wordt niet in gesproken, alle teksten worden gezongen.
Voor gek gezet
The Beggars Opera ging in 1728 in Londen in première en werd de langstlopende theaterproductie uit de achttiende eeuw. Het publiek was wel in voor deze vorm van amusement. De opera van de rijke mensen werd voor gek gezet en er kon lekker gelachen worden.
Dit vermaak werd voortgezet in de negentiende eeuw. Toen ontstond de burleske. Opnieuw werden de opera en het theater van de hogere lagen van de maatschappij te kijk gezet. Belangrijke theaterstukken, zoals die van Shakespeare, werden op een grappige manier herschreven en er werden liedjes tussen geplakt. Of er werden nieuwe voorstellingen gemaakt waarin de handelwijze van de rijkelui aan de kaak werd gesteld. Voor de smeuïgheid werden er flink wat dubbelzinnige grappen in gemaakt en stonden veel actrices in weinig kleren op het toneel. Het publiek van deze burleske ging langzaamaan steeds meer uit mannen bestaan die voor de seksgrappen kwamen. Het ging dan ook steeds minder om het verhaal maar om de acts. Het werd meer variété dan musical.
Een gouden duo
De musical werd voorgoed op de kaart gezet door het duo Gilbert & Sullivan. William Gilbert was een advocaat die genoeg had van zijn werk en zich stortte op het schrijven van theaterrecensies en spotverzen. Arthur Sullivan componeerde zijn eerste muziekstuk toen hij acht jaar oud was, en hield er nooit meer mee op.
Vanaf het moment dat Gilbert & Sullivan hun talenten bundelden, stalen hun komische operas de show. Terwijl in het begin een musical vooral een slap verhaaltje was dat leuke liedjes met elkaar verbond, werd de musical bij Gilbert & Sullivan een hecht doortimmerde eenheid: de muziek en de tekst ondersteunden het verhaal en ieder personage was te herkennen aan een eigen stijl van liedjes.
Gilbert & Sullivan maakten samen maar liefst veertien musicals, waarvan The Mikado de beroemdste is: een liefdesgeschiedenis die speelt in Japan. In Engeland was Japan al aardig populair, maar door deze musical ontstond in Amerika een totale Japanse rage. Eén moment werd de musical verboden: toen de Japanse kroonprins op bezoek kwam. Maar toen de prins zei dat hij zo graag de beroemde musical met eigen ogen had gezien, werd het verbod snel ingetrokken. The Mikado is in allerlei talen vertaald en wordt nog steeds opgevoerd.
Gilbert stierf op vierenzeventigjarige leeftijd toen hij probeerde een verdrinkende vrouw te redden. Sullivan ging dood na jarenlang pijn te hebben geleden aan nierstenen. Maar om zijn pijn te verdrijven schreef hij in zijn laatste jaren de prachtigste muziek.
Voor het schrijven van musicals leek het werken in duos een uitkomst: een schrijver zorgde voor het verhaal en de teksten van de liedjes, het libretto, en een componist leverde de muziek. Belangrijke duos in de musicalgeschiedenis zijn onder meer de broers George & Ira Gershwin, Rodgers & Hammerstein en later Rado & Ragni die beroemd werden met de hippie-musical Hair en Elton John en Tim Rice die de opera Aïda met groot succes in een musical omzetten.
Musicals op het witte doek
Sinds het ontstaan van de musical is er een golfbeweging in populariteit.
Rond 1900 was iedereen weg van de musical. In die tijd herschreef ook de schrijver Frank L. Baum zijn beroemde kinderboek The Wizard of Oz tot een musical. Eind jaren dertig werd de musical met groot succes verfilmd, en veertig jaar later lieten Diana Ross en Michael Jackson het verhaal opnieuw herleven in The Wiz.
In de jaren tien en begin jaren twintig van de twintigste eeuw was het even rustig rondom de musical. Maar toen werd de sprekende film uitgevonden.
De film was heel belangrijk voor het aan de man brengen van de musical. De drempel van het theater (en de prijs van een kaartje) was voor veel mensen toch behoorlijk hoog, dus het was heerlijk om naar de bioscoop te kunnen gaan en daar de sterren van het witte doek te zien dansen en zingen. Fred Astaire en Ginger Rogers vormden het meest geliefde musicalkoppel in de jaren dertig. De nummers die ze ten gehore brachten werden buiten op straat gezongen. Iedereen kende de teksten van liedjes als Night and Day en Lets Call the Whole Thing Off.
Na de oorlog verflauwde de belangstelling voor de gezongen film even. Maar toen kwam Walt Disney en raakte ook een jong publiek verslaafd aan de musicalfilms. De sprookjesverfilmingen waren natuurlijk vaste prik. En in de jaren zestig móést je Mary Poppins en The Sound of Music gezien hebben.
De muziek die voor de musicals werd geschreven, ging ook met zijn tijd mee. Voor iedere publieksgroep werden musicals geschreven. Nog steeds kent iedereen West Side Story, Hair, The Rocky Horror Picture Show, Jesus Christ Superstar en Grease.
In de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig werd het weer even stil, maar sinds de jaren rond het millennium is de musical weer volop aanwezig in de bioscopen: films als Moulin Rouge! en Chicago trekken avond aan avond volle zalen en slepen alle belangrijke filmprijzen weg.
Joop!
In de jaren zestig werden voor het eerst Engelse musicals in Nederlandse vertaling op het toneel gebracht. De eerste was My Fair Lady met in een van de hoofdrollen de populaire cabaretier Wim Sonneveld. Het publiek genoot van de grappen en liedjes en kwam massaal af op de cabareteske musicals van bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink.
Later kwamen Jos Brink en Frank Sanders met shows die veel meer spektakel boden, en ook daar was het publiek dol op. Maar deze interesse was van korte duur. Nederland leek een te nuchter land voor het frivole musicaltheater. Na de jaren zeventig stierf de Nederlandse musical een zachte dood.
Maar één man met een enorme liefde voor het genre wist daarin verandering te brengen. Joop van den Ende was al een beroemd theater- en televisieproducent toen hij besloot zijn geluk in de musicalwereld te beproeven.
In 1987 zette hij in het Amsterdamse Carré de Amerikaanse musical Cats op de planken. Om ervoor te zorgen dat niets van het spektakel van de oorspronkelijke voorstelling verloren zou gaan, haalde Joop medewerkers en decor uit Amerika. Cats werd een enorm succes.
De harten van het Nederlandse publiek werden helemaal veroverd door Les Misérables in 1991 en sindsdien volgen de Van den Ende hits elkaar op, de een nog groter dan de ander: The Phantom of the Opera, Miss Saigon, Aïda.
Inmiddels is de weg ook gebaand voor producties van eigen bodem. De eerste grote musical werd in opdracht van Van den Ende geschreven door Koen van Dijk en Ad van Dijk en was gebaseerd op het bestaande verhaal van Cyrano de Bergerac. Deze musical vertrok zelfs naar Broadway. Paul de Leeuw blies Foxtrot van Annie M.G. Schmidt nieuw leven in. Iedereen zingt weer mee met haar Ja zuster, nee zuster en nieuw talent schrijft musicals over meeslepende levens als dat van Diana, prinses van Wales en Grace, filmster en prinses van Monaco, die beiden op tragische wijze om het leven kwamen.
De musical leeft weer in Nederland, en lijkt voorlopig niet van de planken weg te branden.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2