Veel bijgeloof
in het theater hangt samen met grime. Zo is het een slecht voorteken om
bij de openingsavond van een stuk met een nieuwe make-updoos te beginnen.
Make-updozen mogen ook absoluut tussendoor niet schoongemaakt worden. Wie
zijn eigen grime meesjouwt is eigenlijk maar een amateur een échte
acteur heeft immers een grimeur, zo is de redenering en zal er op
het podium ook wel niets van brouwen.
Mocht een grimeur bij het poederen van een acteur of actrice wat poeder op de grond morsen, dan brengt het geluk als die speler op de poeder danst. Maar als een acteur een make-updoos omgooit, kan hij de voorstelling wel vergeten
De grime zoals wij die kennen het op een bijzondere manier opmaken van een gezicht voor een theatervoorstelling bestaat eigenlijk nog niet zo lang. De schmink werd zelfs pas in 1860 in Duitsland uitgevonden.
Maskers
In het oude Griekenland en Rome werden op het podium maskers gedragen. Dat waren enorme mombakkesen, die ver boven het hoofd van de acteurs uittorenden. Ieder masker drukte een speciale emotie uit, die door de overdreven uitbeelding nauwelijks meer menselijk was. In het masker zat heel slim een metalen mondstuk verwerkt dat de stem van de acteur als een soort minimegafoon versterkte.
Tot in de zeventiende eeuw waren de maskers onmisbaar bij verschillende theatervormen. Bij de toneelstukken over heiligenlevens en bijbelverhalen in de Middeleeuwen, droegen de priesters maskers om hun personages herkenbaar te maken. Maar in 1207 verbood de paus het gebruik van maskers in de kerk. Vanaf dat moment werden de gemaskerde theaterstukken op straat opgevoerd.
De commedia dellarte voerde altijd dezelfde typen ten tonele. Door hun maskers van papier-maché of leer en hun typische kostuums wist het publiek met wie ze te maken hadden. Zo waren er de typen van de oude mannen (Il Dottore, de dokter en Pantalone, de handelaar), de jonge avontuurlijke legerkapitein (Il Capitano), de schalkse bediende (Arlecchino) en de lelijke bultenaar (Pulcinella).
Ook nu nog worden maskers in het theater gebruikt. Grappig genoeg is dat tegenwoordig juist vaak om de menselijke trekken uit te wissen, om een afstand te creëren tussen de acteurs en het publiek, terwijl vroeger de maskers juist voor de herkenbaarheid werden gebruikt.
Make-up
Dat er niet speciaal voor theater geschminkt werd, betekende niet dat er geen make-up op het toneel werd gedragen. Mensen maken zich al duizenden jaren op, en die manier van uitdossing was natuurlijk ook in het theater terug te vinden.
De oude Egyptenaren liepen bijvoorbeeld rond met een bult vet op hun hoofd; die maakten ze vast onder hun haar of onder een pruik. In dat vet was parfum verwerkt. Door de hitte van de zon en de lichaamswarmte smolt het vet en kwam een lekkere geur vrij. Het vet droop langs de gezichten en lichamen, waardoor de kleding strak tegen het lichaam bleef plakken. De lichaamsvormen werden op die manier zichtbaar gemaakt en benadrukt.
Net als de Egyptenaren maakten de Grieken en Romeinen hun gezicht wit en droegen ze soms pruiken. Vrouwen verfden hun haar. Rood was heel gebruikelijk, maar het kwam ook voor dat dames met blauw haar rondliepen. In het oude Rome droegen ook mannen pruiken, en sommige kale kerels verfden hun hoofd, zodat het leek alsof ze toch haar hadden.
De betekenis van een blosje
Make-up werd niet alleen gebruikt om iemand mooier te maken. Er waren ook in de geschiedenis al boodschappen over te brengen met make-up, zoals de indianen zich met oorlogskleuren verfden. Die soorten van opmaak waren natuurlijk heel mooi bruikbaar in het theater om iets duidelijk te maken.
Aan het eind van de zestiende eeuw waren er bijvoorbeeld wel mannen die hun gezicht wit maakten en hun haar poederden, maar dat werd als nuffig beschouwd. Als een man in die periode op het toneel verscheen met een wit gezicht en gepoederd haar, zou het publiek dus meteen weten dat ze met een deftig, uit de hoogte doend persoon te maken hadden.
Er waren meer van dat soort herkenbare opmaaktrucjes. In de zeventiende eeuw was aan de rouge die een vrouw gebruikte, te zien of ze van hoge of lage komaf was. Rijke dames bepoederden zich met een subtiele roze rouge, terwijl armere vrouwen zichzelf insmeerden met een flinke laag okerrood.
In de achttiende eeuw begonnen zowel dames als heren moedervlekken op hun gezicht te tekenen. Die beautyspots hadden in Engeland een politieke betekenis: zette je de stippen rechts op je gezicht dan stemde je Whigs, droeg je ze links dan was je voor de Tories. En hoe meer stippen je had, hoe belangrijker je jezelf vond.
Wie mooi wil zijn
Het was niet geheel zonder gevaar om je op te maken.
De make-up die mensen gebruikten, kon nare allergieën opwekken. Zo werden de gezichten meestal wit gemaakt met loodwit. Loodwit is verschrikkelijk giftig: degene die het op zijn gezicht smeerde, kreeg er pijnlijke en tranende ogen van. Hij kreeg pukkels en wratten. Het glazuur van het gebit werd erdoor aangetast en tanden gingen loszitten. En als toppunt kon de huid van het gezicht zwart worden als hij werd blootgesteld aan bepaalde dampen, zoals die van knoflook.
De acteurs die in de periode van Shakespeare geesten en moordenaars speelden, waren dan ook niet erg gelukkig. Om hun rol herkenbaar te maken werden ze wit gemaakt. En de theatermake-up werd vaak nog dikker en grover opgebracht dan de gewone make-up: het moest natuurlijk van een grote afstand te zien zijn. De acteurs hadden geluk als er in plaats van loodwit kalk van muren werd gebruikt om ze te witten.
Er werd steeds inventiever omgegaan met make-up. Op die manier werden ook kosten bespaard. Zo werden naast muurkalk bijvoorbeeld het rode stof van bakstenen en het zwarte roet van verbrand papier als grime gebruikt.
Verraderlijk licht
Grime werd subtieler toen de gaslampen werden uitgevonden, en later het elektrische licht. In dezelfde periode werd ook de make-up steeds realistischer.
De acteurs kregen het een stuk makkelijker toen aan het eind van de negentiende eeuw de schmink werd uitgevonden. Al snel verschenen er handboeken over hoe een acteur zich moest grimeren. Nog steeds waren het heel stereotiepe voorschriften hoe een indiaan, oude vrouw, jong meisje, enzovoort, moesten worden opgemaakt.
Pas na de komst van de film werd er echt gedetailleerd opgemaakt. De felle lampen en de close-ups maakten het noodzakelijk de grime er zo natuurlijk mogelijk uit te laten zien.
In 1910 vond Max Factor de eerste filmgrime uit. (Nog steeds maken ze reclame met de make-up voor visagisten.) Bij kleurenfilm en televisie werd de make-up nóg volmaakter.
Tegenwoordig is de grime, ook in het theater, vaak niet meer van echt te onderscheiden. Het theater is ook dichter bij de mensen gekomen. De acteurs komen tegenwoordig zo dicht bij de toeschouwers dat ze hen bijna kunnen aanraken.
Bijna, want anders vegen ze de schmink eraf
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2