Horen, zien en zwijgen

Beeldend theater door de jaren heen

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Op de Dam in Amsterdam staat een man. Hij heeft een streepjespak aan: zwart-wit. Zijn gezicht is wit bepoederd en hij kijkt angstig. Hij duwt met zijn handen tegen een muur die niemand kan zien. Toch merk je dat de muur verschuift, steeds dichter naar hem toe. Ook het onzichtbare plafond zakt naar beneden. De man probeert uit alle macht het enorme gewicht tegen te houden, maar hij kan niets doen.

Langzaam wordt hij in een steeds kleiner hokje geduwd tot hij uiteindelijk zelf nog maar een klein pakketje mens is.

 

Pantomime is een theatervorm waarbij de acteurs handelingen uitvoeren met niet aanwezige, denkbeeldige objecten. Mime komt van het Griekse woord voor ‘beweging’. Pantomime betekent ‘allemaal’ of ‘alleen maar’ beweging. Mime is een breder begrip dan pantomime: daaronder vallen alle vormen van beeldend theater waarbij geen gesproken taal, geen woorden worden gebruikt.

 

In het begin was er beweging

De allereerste theatervorm was beeldend. Voordat de taal bestond, kon de prehistorische mens alleen via uitbeelding communiceren.

Beweging bleef, ook toen de spraak allang bestond, belangrijk in de rituelen van de oude volkeren. In Egypte bijvoorbeeld werden dood en wedergeboorte gevierd met een zwijgend stuk waarin werd uitgebeeld hoe de god Osiris door zijn slechte broer Seth werd vermoord om vervolgens door zijn zoon Horus weer tot leven te worden gewekt.

Het acteren – met spraak en beweging tegelijkertijd – zoals wij dat nu kennen, is vanuit de mime ontstaan. Bij de oude Griekse tragedies werd eerst vooral gezongen en verteld. De zangers van het koor en de acteurs stonden er stijfjes bij. Later kwam er een mimespeler bij op het podium die met bewegingen aan het publiek duidelijk maakte wat het koor nou eigenlijk zong. Op het moment dat deze mimer ook ging spreken, werd de tegenwoordige acteur geboren.

Bij de oude Grieken bestond het beeldend theater niet als aparte vorm. De Romeinen waren de eersten die pantomime opvoerden om het publiek aan het lachen te krijgen.

 

Zwijgend plaatje

Het beeldend theater werd vooral gebruikt om grappige situaties uit te drukken. De acteurs speelden herkenbare karakters waardoor het publiek meteen wist met wie ze van doen hadden: de bediende, de baas, de lieflijke vrouw, de soldaat. In deze gedaanten staken de acteurs zwijgend de draak met de autoriteiten.

De kerk moest niets hebben van dit spottende theater. In de Middeleeuwen werd het spelen ervan dan ook verboden. Het enige theater dat door de kerk werd toegestaan was het naspelen van bijbelverhalen en geschiedenissen van heiligen. De belangrijkste scènes in deze stukken werden vaak zonder tekst opgevoerd. De acteurs merkten dat dat een veel groter effect had op het publiek dan wanneer er gesproken werd. Soms werden zelfs hele voorstellingen in een zwijgende versie opgevoerd.

Naast de theateropvoeringen werden soms scènes uit religieuze verhalen nagespeeld in een tableau vivant – een levend schilderij: mensen werden aangekleed en in houdingen gezet om een tafereel uit te beelden. De toeschouwers konden komen kijken naar deze ‘living statues’.

Natuurlijk liet het buitenkerkelijke beeldend theater zich helemaal niet verbieden. Er bleven altijd acteurs in het geheim optreden. Steeds opnieuw sprak de kerk zich uit tegen al die verderfelijke theatervormen, maar het hielp niets. Het bleef de kop opsteken.

 

Commedia dell’arte

Dat het beeldend theater zich niet had laten uitbannen, werd duidelijk toen rond 1500 in Italië een speciale theatervorm ontstond.

Kleine groepen acteurs trokken rond en traden op op straat. Ze droegen maskers en speelden altijd vaste karakters. Zo was er Arlecchino of Harlekijn, de bediende; Pantalone, de handelaar; Il Dottore, de dokter en Capitano, de legerkapitein. In dit theater werd wel gesproken, maar de karakters waren duidelijk afkomstig uit het beedend theater.

Commedia dell’arte betekent zoveel als ‘de komedie van de kunstvorm’. Het waren topacteurs die de rollen speelden, en dat moest ook wel. Van tevoren werd alleen in ruwe lijnen doorgenomen hoe het stuk zou verlopen: als de voorstelling begon waren de acteurs helemaal op hun improvisatietalent aangewezen. Tussen de scènes door werd het publiek vermaakt met pantomime en acrobatiek.

Net als het eerdere wereldse theater werd de commedia dell’arte in de ban gedaan. Maar verboden vruchten zijn het lekkerst, bleek ook nu weer. De kunstvorm was niet uit te roeien. De artiesten doken overal op en werden steeds geliefder. Vanuit Italië trokken de commedia-acteurs de rest van Europa in. De karakters die ze vertolkten waren zo alom herkenbaar dat een vreemde taal geen hindernis was. Toen ook in Frankrijk dit theater verboden werd en de opruiende teksten niet meer uitgesproken mochten worden, werden de stukken gewoon zwijgend opgevoerd. Het was duidelijk genoeg wat ze wilden zeggen.

Hoe ingeburgerd het zwijgende toneelspel ook in Engeland was, blijkt wel uit Hamlet, een van de belangrijkste theaterstukken van William Shakespeare. In dit gesproken drama uit 1601 laat de hoofdpersoon Hamlet een groep acteurs de moord op zijn vader naspelen: het is een scène zonder woorden.

 

De stille komiek

Tegen het einde van de negentiende eeuw had het beeldend theater op allerlei manieren zijn weg naar het podium gevonden. In music-halls en variétévoorstellingen werden zwijgende acts opgevoerd. Een van de meest geliefde karakters van het circus was de clown – de zwijgende paljas die tegelijkertijd dom en slim kon zijn. En vanuit Frankrijk veroverde de pierrot het toneel.

De pierrot was een nakomeling van de commedia dell’arte. Pedrolino was een van de bediendes in de commedia. De Franse acteur Deburau maakte dit personage zo geliefd bij het publiek dat het een van de belangrijkste theaterpersonages werd. Pierrot, dat net als Pedrolino ‘kleine Peter’ betekent, werd van een bijrolbediende een dromerige, melancholieke dichter. Pierrot sprak nooit.

Deburau maakte in zijn rol als Pierrot zijn gezicht wit met meel. Hij droeg een wijd wit kostuum met een grote kraag en op zijn hoofd een zwart kapje. In deze gedaante is de pierrot tot de dag van vandaag bekend.

De melancholieke figuur die het geluk najaagt, maar er altijd net naast lijkt te grijpen, werd ook populair in de film. De eerste films waren puur beeldend theater. Er was nog geen geluid bij de film mogelijk, dat kwam pas vanaf 1927. In alle jaren daarvoor moesten de acteurs het hebben van het grote gebaar en de duidelijk uitgebeelde emoties. Acteurs die als een soort pierrot van de film naam maakten, waren onder anderen Charlie Chaplin en Buster Keaton.

 

Zwijgend, niet stom

In de loop van de twintigste eeuw ontstonden verschillende mimescholen, die de verschillende kanten van het beeldend theater onderwezen.

In de eerste plaats waren er de scholen in pantomime: het uitbeelden van emoties, handelingen en voorwerpen zonder attributen, alleen maar door gebaren. Daarnaast ontstonden de opleidingen in mime die de grote emoties en gevoelens wilden uitdrukken door standaardbewegingen die door iedereen te begrijpen waren. En ten slotte kwamen er scholen die verschillende stromingen van acteren en dansen combineerden.

Sinds de jaren zeventig zijn in Nederland theatergezelschappen bezig om los te breken uit het vaste stramien van theater. Dogtroep bijvoorbeeld is ontstaan uit protest tegen het onbegrijpelijke vastgeroeste theater uit die tijd. Zij gingen op zoek naar allerlei manieren in beeld en geluid om zich uit te drukken.

Met de ontwikkeling van computer en videoapparatuur ging techniek een steeds grotere rol spelen in het beeldend theater. Lichaamsbeweging, kunstobjecten, techniek, poppenspel – alle vormen worden vermengd tot nieuwe beeldende theaterstromingen die hun weg naar de podia vinden. Met één overeenkomst: er wordt niet gesproken.

Het voordeel van beeldend theater is dat iedere rang en stand het verhaal kan begrijpen. Moeilijke woorden, vreemde talen, zijn problemen die de toeschouwer van zwijgende voorstellingen niet tegenkomt. Over de hele wereld kan hierdoor met één en dezelfde voorstelling worden opgetreden; kijk maar naar het Cirque du Soleil dat in alle windstreken succes heeft. Alleen al daarom zal deze vorm van theater altijd blijven bestaan

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2