Langzaam de lucht in

Ballet door de eeuwen heen

uit: Jesse Goossens, Dit is Theater

 

Aurora is zestien geworden. Op haar spitzen danst ze tussen vier prinsen in die haar aandacht proberen te trekken. Ze is jong, sterk en wervelt over het toneel alsof ze een paar centimeter boven het podium zweeft. Ze straalt van levendigheid en enthousiasme, tot ze zich prikt aan het spinnenwiel en in een honderd jaar durende slaap zakt.

Anna zat tussen het publiek in de Russische schouwburg en keek naar het sprookje dat zich voor haar ogen afspeelde: De Schone Slaapster, ofwel Doornroosje. Dat was het moment dat Anna wist dat ze ballerina wilde worden.

Anna Pavlova was klein, een scharminkel eigenlijk, met veel te zwakke voeten om lang op haar tenen te kunnen staan. Maar Anna liet zich niet uit het veld slaan. Ze ontwierp zelf spitzen waardoor ze lang op haar pijnlijke tenen kon balanceren en ze kon haar smalle lichaam verder buigen dan wie ook. Zo uitgemergeld als ze leek, zo sterk was ze. En ze veroverde de wereld met een balletsolo van drie minuten. Zalen vol mensen kreeg ze aan het huilen als ze het speciaal voor haar geschreven De Stervende Zwaan danste.

Het grootste deel van haar leven bracht Anna door in treinen en hotels. Tijdens haar reizen legde zij 560.000 kilometer af in vijftien jaar. En toen werd ze ziek; ze kreeg borstvliesontsteking. Ze kon nog gered worden door een operatie, maar dat zou betekenen dat ze niet meer kon dansen. Ze ging liever dood.

 

Zolang er mensen bestaan wordt er gedanst. Het is een instinct dat iedereen in zich heeft. Wie op straat loopt en een nummer hoort, of het nou van een draaiorgel is of een song uit de hitlijsten, gaat vanzelf in het tempo van de muziek lopen.

Op oude wandschilderingen en in geschriften van over de hele wereld komt de dans voor: om regen op te wekken, om goden te vereren, om iets feestelijks te vieren of gewoon omdat het leuk is om te doen. In de loop van de eeuwen zijn er daardoor allerlei verschillende dansen ontstaan: rituele dansen, religieuze dansen en volksdansen. Ballet bestaat eigenlijk pas kort: een jaar of vijfhonderd.

 

Dans met een koninklijk tintje

In de vijftiende eeuw werden er aan de koningshuizen van Europa speciale feesten georganiseerd als er iets bijzonders gebeurde zoals een huwelijk of een geboorte. Deze festijnen waren een samenraapsel van verschillende kunstvormen. Er werd gedanst, muziek gemaakt, gedichten voorgedragen en geschilderd.

In Italië groeiden die festiviteiten uit tot ‘spectaculi’- het woord zegt het al – complete spektakels met paardrijdshows en vechtdemonstraties. Vaak werd tijdens of tussen de dansen en demonstraties door gegeten. De voorstellingen werden soms zelfs aan de maaltijd aangepast. Dat gebeurde ook bij het alleroudste ballet waarvan we ooit gehoord hebben. Aan het eind van de vijftiende eeuw trouwde de graaf van Milaan en hield een banket voor zijn gasten. Iedere gang die werd geserveerd, werd voorafgegaan door een dans die iets met dat eten te maken had. Omdat die dansen een soort verhaal vertelden, worden ze tot het ballet gerekend.

 

Naar school

Er waren in deze tijd nog geen professionele dansers. Het waren de leden van het koninklijk huis en hun hofhouding die de dansen opvoerden.

In de zeventiende eeuw was Lodewijk XIV van Frankrijk helemaal bezeten van dansen. Hij speelde al van kinds af aan in balletvoorstellingen. De meeste indruk maakte hij in Het Ballet van de Nacht; daarin speelde hij de zonnegod Apollo. Sinds die tijd werd hij de Zonnekoning genoemd.

De Zonnekoning richtte de eerste balletschool ter wereld op, de Académie Royale de Danse. De dansleraar aan deze school was de man die de koning zelf had leren dansen: Pierre Beauchamp. Beauchamp begon direct een heleboel regels vast te leggen waaraan het ballet en de dansers moesten voldoen. Met deze regels van de Franse dansacademie begon het ‘Klassieke Ballet’.

Ballet werd nu iets voor professionals. In het begin waren het alleen mannen die het beroep van balletdanser uitoefenden; als ze een vrouwenrol moesten spelen, zetten ze een masker op. Al klommen na twintig jaar wel de eerste ballerina’s het toneel op, het duurde nog meer dan een eeuw voordat zij net zo’n belangrijke rol op het podium kregen als de mannen.

 

Los van de aarde

Langzaam maar zeker werd het steeds belangrijker voor de dansers om met hun lichaam een verhaal te vertellen. De choreografen, de bedenkers van de dansen, stopten steeds meer lichaamstaal in hun balletten. Om deze choreografieën te kunnen uitvoeren, moesten de dansers zich goed kunnen bewegen. De kostuums die de mensen droegen waren zwaar en zaten behoorlijk in de weg. Hoge hakken, pruiken, hoeden en leren maskers maakten het al moeilijk om te dansen. En dan droegen de vrouwen ook nog korsetten en zware rokken.

Er werd veel meer mogelijk toen de zware kostuums verdwenen. Dansers probeerden steeds lichter te lijken. In plaats van mooie figuren te maken en in patronen over de grond te wandelen, werd er steeds meer gehuppeld en gesprongen. Op een gegeven moment werden de dansers op het toneel zelfs aan onzichtbare draden opgetild zodat het leek alsof ze vlogen. Ook gingen ze steeds meer op hun tenen staan, maar de zachte schoentjes die werden gebruikt, waren daar helemaal niet geschikt voor. Er moesten dus nieuwe schoenen worden ontworpen: de spitzen.

Het eerste grote ballet waarin de ballerina zoveel mogelijk op haar tenen loopt is La Sylphide uit 1832. Dit ballet werd geschreven door de vader van een ballerina. Hij vond zijn dochter zo mooi dat ze bijna bovenaards leek. In het verhaal wordt de luchtgeest Sylphide verliefd op een aardse man. De liefde is gedoemd te mislukken en dat gebeurt natuurlijk ook. Dit was het begin van het ‘Romantische Ballet’.

In het romantische ballet speelt altijd een vrouw, de prima ballerina, de hoofdrol. Het is een liefdesverhaal, meestal tussen een betoverend bovenaards wezentje en een aardse man, en de liefde eindigt altijd treurig – hoewel sommige balletgezelschappen het einde aanpasten, zodat de verliefden elkaar wel kregen.

 

Ruim baan: daar komen de vrouwen aan!

In de romantische periode hebben de mannen het nakijken. De vrouwen zijn lichter, dunner, bijzonderder en buitenaardser: het toppunt van schoonheid en elegantie in het ballet. Zelfs de mannenrollen werden nu vaak door vrouwen gedanst. Mannen stonden alleen nog maar op het podium om de vrouwen beter te doen uitkomen: om ze op te tillen, nog hoger te krijgen.

De ballerina’s werden in de watten gelegd en als godinnen vereerd. Daardoor kregen ze het behoorlijk hoog in de bol en ze begonnen eisen te stellen. Ze wilden dat de muziek naar hun wensen werd aangepast of dat een dans zo werd veranderd dat zij er zelf nóg beter uit zouden komen. Maar al konden ze prachtig dansen, ze hadden geen verstand van choreografie.

Niemand durfde nee te zeggen tegen deze beroemde dames en daardoor werden de muziek en de verhalen van de balletvoorstellingen steeds slechter. De balletten werden minder mooi en langzaam maar zeker werd het ballet in Frankrijk, dat vroeger juist zo belangrijk was geweest, niet meer dan aardig vermaak.

 

Bloed, zweet en tranen

In Rusland stond het ballet al hoog aangeschreven sinds Catharina de Grote in 1738 de tweede balletschool van de wereld oprichtte, in Petersburg. De dansers werden lid van het koninklijk hof en moesten de besten ter wereld zijn. Ze droegen uniformen en moesten hard trainen volgens uitputtende werkschema’s. De regels die toen werden bedacht, worden nu nog steeds op veel balletscholen gehanteerd.

De harde leerschool die de balletdansers in Rusland moesten volgen, is waarschijnlijk de redding geweest van het ballet in Europa. Hier gaat het niet om mooie meisjes, maar om de beste dansers, de mooiste kostuums en de prachtigste muziek.

Het is dan ook een Russische componist die aan het eind van de negentiende eeuw de muziek voor drie balletstukken schrijft die tot op de dag van vandaag wereldberoemd zijn. Het zijn Het Zwanenmeer, De Schone Slaapster en De Notenkraker op de muziek van Tsjaikowski. Voor het eerst wordt het ballet in de vorm gegoten die we nu nog steeds kennen: een avondvullend sprookje zonder tekst – met vast voorgeschreven dansen en gemimede scènes.

De Russen keken niet alleen in eigen land naar talent, maar haalden ook de beste componisten uit het westen om hun muziek te maken en beeldend kunstenaars om de kostuums en decors te ontwerpen. Het resultaat is verbluffend. Als het Russische ballet de wereld in trekt gaat er een schok door de balletwereld: zo perfect kan het dus zijn.

 

Ballet wordt steeds meer theater

In de twintigste eeuw verspreidt het ballet zich over de wereld, en komt het terecht in de Verenigde Staten. Ieder land verweeft zijn eigen geschiedenis en tradities in de dans.

Er wordt steeds meer van de traditionele balletstijlen afgeweken. Zo komt in de jaren veertig van de vorige eeuw door de Amerikaanse invloed de jazz in het ballet terecht. En in de jaren zestig wordt, doordat een jonger publiek de voorstellingen bezoekt, ook het ballet verjongd: populaire muziek als rock-’n-roll doet zijn intrede en atletiek en sport worden in het ballet verwerkt.

Langzaam maar zeker winnen de mannen weer terrein in de balletwereld. Als Rudolf Nurejev, een Russische balletdanser, in 1961 naar het westen vlucht wordt in Europa duidelijk dat een man helemaal geen watje hoeft te zijn als hij danst. Sterker nog, ballet is een krachtsport die hetzelfde van de danser eist als iedere topsport: volledige overgave, uitputtende training en ijzeren discipline. Ook filmster Gene Kelly, die danste in films als Singin’ in the Rain, is belangrijk in het aan de man brengen van het ballet. Hij had zelfs een eigen televisieprogramma: ‘Dancing is a Man’s Game’.

Wat bijna altijd een mannenspel is geweest, door alle eeuwen heen, is de choreografie. Ook een van de belangrijkste balletchoreografen van Nederland is een man: Hans van Manen. Hij volgt alle moderne ontwikkelingen van de afgelopen eeuw en bracht in Nederland de jazz in het ballet. Ook maakte hij stukken waarin het verhaal niet zo belangrijk is, waarbij het juist gaat om de bewegingsmogelijkheden op muziek.

Ondanks alle nieuwe ontwikkelingen blijft het romantische ballet geliefd bij het grootste publiek, dat wil wegdromen bij sprookjes. En één kenmerk is altijd in alle balletvoorstellingen aanwezig: het loskomen van de aarde. Zonder spitzen geen ballet.

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2003

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Dit is Theater.
Lemniscaat, 2003
ISBN: 90 5637 565 2