João heeft de hele ochtend binnen gezeten. Het
lijkt wel of hij op school zit, denkt hij. Toch is hij een menino de rua.
Hij leeft op straat omdat de nieuwe vriend van zijn moeder hem niet in de
buurt wil hebben. João geniet van de ochtenden die worden georganiseerd
door Segundo Tempo dat betekent tweede helft, zoals bij
een voetbalwedstrijd. Tijdens die ochtenden doen hij en andere straatkinderen
spelletjes, ze sporten en ze leren van alles.
Iedere middag, direct na de lunch, gaat João weer de straat op. Hij moet wat geld verdienen: een deel daarvan geeft hij aan zijn moeder, Maria. De rest gebruikt hij om wat te eten en soms lijm te kopen. Thuis krijg hij geen maaltijd, dat zou Marias vriend niet goed vinden toch probeert João zijn moeder iedere dag wat muntjes toe te stoppen. Hij weet dat ze het nodig heeft.
Om geld te verdienen past João op autos. Deze middag heeft hij geluk maar één man stuurt hem weg met de woorden: Blijf uit de buurt van mijn auto, maloqueiro. De volgende, een homem rico, een rijke man met een glanzende Renault Clio, wil maar al te graag dat João op zijn auto past. Hij drukt hem een real in zijn handen en belooft hem er nog twee als de auto onbeschadigd is als hij terugkomt. Een halfjaar geleden was alles nog anders. Ook toen vroeg João aan mensen die een mooie auto parkeerden of hij op zou letten, maar zodra de bestuurder weg was, gaf hij zijn broer een teken dat hij kon komen. Terwijl João op de uitkijk stond, brak Vitor de auto open en probeerde de motor met zijn zelfgemaakte gereedschap zo snel mogelijk te starten. Als er iets in het dashboardkastje zat, kreeg João dat als dank. Daarna reed Vitor weg om zijn nieuwe aanwinst naar een tussenpersoon te brengen.
Niemand in de straten van Brasilia kon een auto zo snel open krijgen en starten als Vitor, dat wist João zeker. Maar toch was hij niet snel genoeg. Op een avond João was er op dat moment niet bij werd Vitor opgepakt terwijl hij een auto probeerde te stelen. De politie vond een pistool in zijn zakken en nu zit Vitor in de gevangenis.
Maria, hun moeder, probeert hem iedere week te bezoeken. Ze vertelde dat Vitor werk heeft gevonden in de gevangenis. Hij maakt sportspullen ballen voor voetbal, basketbal en volleybal. Pintando a liberdade heet het project, vertelde Maria.
João vindt dat maar een rare naam Schilder vrijheid, wat heeft dat nou met sport te maken? Maar het belangrijkste is dat Vitor er wat geld mee kan verdienen en voor iedere drie dagen dat hij heeft gewerkt, één dag strafvermindering krijgt. En, zegt Maria, hij leert een vak, zodat hij straks niet weer autos hoeft te stelen.
João begint slaperig te worden. De lunch die hij bij Segundo Tempo heeft gekregen, geeft hem een tevreden gevoel, en van de warme zon wordt hij doezelig. Hij hoopt dat het niet te lang meer duurt voor de bestuurder van de Clio terugkomt. Zo direct worden er op het speelveld weer allerlei activiteiten georganiseerd. Daar komen ook de kinderen die net als hij in de favelas wonen, in de sloppenwijken, maar die wel naar school zijn geweest. João wil daar graag bij zijn. Hij vindt het leuk om zich in te beelden dat de bal waarmee ze straks voetballen door Vitor gemaakt is. Zo zijn ze toch bij elkaar in de buurt.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2005
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Right
To Play.
Een wereldboek, een verhalenboek, een doeboek en een fotoboek.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3