Fietsen met één been

-- Ghana --

uit: Jesse Goossens, Right To Play

 

Terwijl hij de fakkel omhoog houdt, weet Emmanuel dat hij dit moment nooit zal vergeten. Daar staat hij, Emmanuel Ofosu Yeboah uit Ghana, met het Olympisch vuur in zijn handen. Dit is iets wat zelfs zijn stoutste dromen overtreft – en aan dromen had hij toch echt geen gebrek tijdens zijn leven tot nu toe.   Het is een wonder dat Emmanuel nog leeft. Hij werd namelijk geboren met een mismaakt rechterbeen. In Ghana geloven veel mensen dat gehandicapte kinderen worden bezeten door kwade geesten – veel mismaakt geboren kinderen worden daarom vergiftigd of door hun ouders in de steek gelaten.

Ook Emmanuels vader verliet zijn zoon, maar zijn moeder liet haar kind niet in de steek. Al was ze arm, ze voedde Emmanuel alleen op en droeg hem iedere dag naar school. Steeds opnieuw zei ze: ‘Wat je ook wilt, je kúnt je doelen bereiken. Als invalide kun je iets voor deze wereld betekenen.’

Toen hij dertien jaar oud was ging Emmanuel naar de hoofdstad van Ghana. Wat hij daar zag deed hem schrikken. Hij had wel gehoord dat gehandicapte mensen een slecht leven hadden, maar daar in de straten van Accra zag hij wat dat in werkelijkheid betekende: twee miljoen Ghanezen die met een handicap geboren waren, werden door de mensen om hen heen behandeld als oud vuil. Ze waren gedwongen om te bedelen voor hun bestaan.

Dat nooit, dacht Emmanuel – hij zou nooit bedelen. Hij begon als schoenpoetser en dacht ondertussen na hoe hij zijn leven en dat van zijn lotgenoten zou kunnen veranderen. Als de mensen in Ghana maar begrepen dat invalide mensen net zoveel respect verdienen als mensen zonder handicap…

Het liefst van alles wilde Emmanuel kunnen sporten. Meedoen met zijn vriendjes was uitgesloten – bij voetbal of een andere teamsport kon hij niet meekomen. Maar wat zou hij dan wel kunnen? Op een dag kreeg hij een idee: om te fietsen had hij niemand anders nodig. Hij zou op een aangepaste fiets met één been een tocht door Ghana maken: een rit van 610 kilometer lang. Als hem dat zou lukken, kon hij mensen bewust maken van het lot van de Ghanese gehandicapten op de manier waar hij zich het fijnst bij voelde: sportend. Wat zou iedereen opkijken!

Emmanuel had geen geld en hij had geen fiets, maar dat hield hem niet tegen. Hij schreef brieven naar bedrijven en stichtingen waarin hij zijn plan uitlegde. Hij hoopte dat iemand hem zou willen helpen. Het lukte: een Californische organisatie bouwde een fiets speciaal voor hem. Vóór hij aan zijn tocht begon, schreef Emmanuel opnieuw allerlei brieven: naar politici, naar ministers, naar kranten, tijdschriften en de televisie. Hij moest nog wel even leren fietsen, want dat had hij nog nooit gedaan, en toen ging hij op weg.

Emmanuels tocht werd een groot succes. Overal verscheen zijn verhaal. Niet alleen in Ghana maar ook daarbuiten begrepen mensen dat de situatie van gehandicapten verbeterd moest worden. Het gaf invaliden moed om hun leven te veranderen. Emmanuel was het voorbeeld dat je niet bij de pakken neer hoeft te zitten. Na 610 kilometer was er iets veranderd in Ghana, en Emmanuel was wereldberoemd.

  Met het Olympisch vuur in zijn handen neemt Emmanuel zich nog veel meer voor. Hij heeft allerlei prijzen gekregen en hij is ambassadeur van Right To Play. Hij wil zijn roem gebruiken om nog meer voor gehandicapten in Ghana te veranderen. Hij wil studiebeurzen uitdelen, voetbalteams en basketbalteams opzetten, een sportschool voor invaliden beginnen…

Daar – met het vuur in zijn handen – weet Emmanuel dat het hem zal lukken. Ook één persoon kan verschil maken. Als hij maar doorzettingsvermogen heeft.

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2005

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Right To Play.
Een wereldboek, een verhalenboek, een doeboek en een fotoboek.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3