Ziada loopt tussen de bomen langs de rand van het speelveld
om twee goede stokken te vinden. De bamboestengels die ze van de vorige
speeldag had bewaard, zijn in de loop van de week verdwenen. Waarschijnlijk
heeft iemand ermee gespeeld en is die vergeten ze terug te leggen. Geen
probleem bomen en takken zijn er genoeg. Als ze tevreden is met de
stokken die ze vindt (even lang en aardig sterk) loopt ze naar het speelveld.
Ziada kent de meeste van de kinderen die naar haar toe komen rennen, inmiddels bij naam. Een jongetje komt dicht bij haar staan.
Hé Freddie, zegt Ziada tegen hem, heb je er zin in vandaag?
Freddie knikt met grote ogen van opwinding. Freddie is nog niet zo lang in het weeshuis van het Rode Kruis. In het begin was hij heel stil en wilde niet meespelen met de rest. Ziada is toen met hem gaan praten. Ze vertelde dat zij wist hoe hij zich voelde: ook haar ouders zijn aan aids overleden. Ze vertelde hoe droevig ze was, en dat ze nog steeds wel eens droevig is, maar dat samen spelen helpt om het leven weer wat leuker te maken. Ze wist Freddie over te halen mee te doen en inmiddels is hij er altijd als eerste bij als ze weer langskomt.
Twee jaar geleden volgde Ziada een training van Right To Play. Ze werkte al met de kinderen van het weeshuis ze had zelfs een eigen stichting opgericht: Amahoro, wat vrede betekent in het Kinyarwanda maar toen ze hoorde dat er een Coach2Coach training werd gegeven door Right To Play, wist ze dat dat een kans was die ze niet wilde mislopen. Wat ze vooral zo bijzonder vond was dat ze zou leren hoe verschillende spellen méér doen dan alleen plezier geven. Met de spellen van Right To Play kan ze kinderen laten bewegen, ze blij maken en hun geheugen trainen. Ze kan ze meer zelfvertrouwen geven en ze leren hoe ze moeten samenwerken of juist leiding kunnen geven. En dat vindt ze misschien nog wel het belangrijkst ze kan de kinderen dingen leren: over hoe je een besmetting met hiv kunt voorkomen, bijvoorbeeld, of wat de gevaren zijn van drugs of alcohol, en hoe belangrijk het is om jezelf goed te verzorgen.
De training was erg leuk; Ziada deed allerlei spellen met de andere coaches en voelde zich soms weer helemaal een kind. Inmiddels leert ze al twee jaar lang de spellen aan de kinderen. Ze kan zien dat het werkt. Het gaat nu zo goed dat ze zelf ook allemaal nieuwe spellen verzint spellen waar nauwelijks spullen voor nodig zijn, of spullen die makkelijk in de omgeving te vinden zijn, zoals een stok of tak, een stuk touw of stenen. In Afrika is nu eenmaal niet veel speelmateriaal aanwezig. Ballen, hoepels, rackets, knuppels, handschoenen, alles kost geld en dat is er niet. Maar het is geen probleem, denkt Ziada bij zichzelf, haar spellen zijn leuk genoeg.
Ze kijkt om zich heen. Er hebben zich al tientallen kinderen verzameld die haar vragend aankijken. Ziada steekt de twee stokken die ze heeft uitgezocht, omhoog en roept: Wie weet waar we vandaag mee beginnen?
Estafette! roepen de kinderen in koor en ze beginnen te juichen.
copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2005
Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Right
To Play.
Een wereldboek, een verhalenboek, een doeboek en een fotoboek.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3