Voetbalvrienden

--Rwanda--

uit: Jesse Goossens, Right To Play

 

Er wordt hard op de golfplaten deur van het huis geklopt. ‘Jouer, jouer,’ hoort Isaac een jongensstem roepen.

Hij spreekt nog niet goed Frans, maar dat woord heeft hij al snel geleerd: ‘jouer’ betekent ‘spelen’. Dit is het teken dat op het schoolplein van Kanombe spelletjes worden georganiseerd.

Snel trekt Isaac zijn feloranje basketbalshirt aan. Hij weet dat de andere kinderen dat bijzonder vinden. Hij roept tegen zijn oom dat hij gaat voetballen en wacht het antwoord niet af. Hij rent naar buiten, de heuvel naar het speelterrein op. Hij ziet nog dat het jongetje ook op andere deuren van hutten klopt of zijn hoofd naar binnen steekt om iedereen te waarschuwen.

De zon staat bijna recht boven zijn hoofd als Isaac het terrein opkomt. Er is al een wedstrijd begonnen. Hij is net te laat en er zijn nog niet genoeg kinderen om twee nieuwe teams te vormen.

Hij gaat aan de kant van het veld zitten, een stukje van de andere toeschouwers af. Hij vindt het altijd ingewikkeld als ze tegen hem gaan praten. Isaac komt uit Oeganda, een land dat aan het noorden van Rwanda grenst. Daar spreken ze geen Frans of Kinyarwanda, zoals hier, maar Engels en Luganda.

Isaac woont nu al een paar weken bij zijn oom in Kanombe. Zijn moeder, broertje en zusje wonen nog in Oeganda. Daar denkt hij maar niet aan, want dan krijgt hij last van heimwee. En hij moet al helemaal niet denken aan die dag, twee maanden geleden.

Het was het eind van de middag toen er een man naar hun huis toe kwam. Isaacs moeder zat buiten thee te drinken met twee buurvrouwen. Toen Isaac hoorde dat er iets brak en dat zijn moeder begon te huilen, rende hij naar buiten. Hij zag dat zijn moeder in de armen van een van haar vriendinnen zat te snikken; aan haar voeten lag een gebroken theekom. De andere buurvrouw had haar armen om zichzelf heen geslagen en zat zachtjes wiegend te jammeren. De man, die Isaac herkende als een vriend van zijn vader, liep naar Isaac toe zodra hij hem zag. Hij ging op zijn hurken voor hem zitten en zei: ‘Je moet nu sterk zijn. Je vader is dood, aangereden door een taxibusje. Jij bent dertien jaar, nietwaar? Jij bent nu de oudste man in huis. Zorg goed voor je broertje en zusje.’

De dagen die volgden waren druk. Isaac herinnert ze zich als een droom. Er waren altijd mensen in huis die zorgden voor zijn moeder en die eten en drinken kwamen brengen. De familie van zijn vader kwam logeren en de mannen hielden familieberaad. Isaacs moeder had geen baan en dus geen geld om haar kinderen te eten te geven of naar school te sturen. Er werd besloten dat een van haar zwagers de zorg voor Isaacs broertje en zusje op zich zou nemen. Isaac zou naar zijn oom in Rwanda worden gestuurd als er daar een plek op een kostschool voor hem geregeld was. Nog geen twee weken na de dood van zijn vader moest Isaac zijn spullen pakken. Zijn oom kwam hem ophalen. Isaac probeerde niet te huilen toen hi--> zijn moeder, broertje en zusje gedag zei en in het busje stapte dat naar Rwanda reed.

In Kanombe ging Isaac naar school, en als hij geen les had, bleef hij het liefst binnen. Maar zijn oom stuurde hem naar buiten om te spelen. ‘Ga voetballen,’ zei hij.

‘Maar ik heb geen bal,’ zei Isaac.

‘Daar verzin je maar wat op,’ zei zijn oom, en hij draaide zich om om aan te geven dat wat hem betreft het gesprek was afgelopen.

Het probleem met de bal loste zich vanzelf op. Vaak komt er op het speelveld een coach met een rode bal. En anders verzinnen de jongens iets anders: ze maken iets van bananenbladeren, plastic zakken en touw. Maar vanmiddag kan hij weer met een echte bal spelen, dat voetbalt toch een stuk prettiger.

Isaac krabbelt overeind als hij een nieuwe coach ziet aankomen met een bal onder zijn arm. Er rennen meer kinderen naar hem toe. Er wordt getost en twee jongens mogen hun teamgenoten kiezen. Isaac is trots als hij als eerste wordt uitgekozen. Al kunnen ze nog niet goed met hem praten, zijn voetbalvrienden weten dat hij een van de beste voetballers is: linksbenig en supersnel.

De aftrap wordt snel genomen. Binnen de kortste keren krijgt Isaac de bal toegespeeld. Hij flitst over het voetbalveld als een oranje bliksemschicht. Hij haalt uit met links en… goal!!!

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2005

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Right To Play.
Een wereldboek, een verhalenboek, een doeboek en een fotoboek.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3