Een mayibobo is nooit alleen

--Rwanda--

uit: Jesse Goossens, Right To Play

 

Denise is heel tevreden. Hij loopt in de richting van het speelveld waar straks een voetbalwedstrijd zal worden gehouden. Hij gaat kijken; hij weet nog niet zeker of hij mee zal doen, want hij heeft net nieuwe schoenen.

Hij kijkt naar de grond terwijl hij loopt. De regentijd komt eraan en er zijn al wat buien gevallen die de rode aarde op sommige plekken in een modderpoel heeft veranderd. Zorgvuldig vermijdt hij de plassen. Zijn gymschoenen zijn nog stralend wit. Vanmorgen heeft hij ze bij de missie gekregen. Hij was er eigenlijk zomaar langsgelopen, dat doet hij wel vaker om te kijken of er toevallig iets te eten is en of ze weer wat kleding hebben gekregen. En nu had hij wel heel veel geluk.

‘Ze zijn je wel te groot,’ had Magdalene van de missie gezegd.

Maar Denise had zijn schouders opgehaald. Zulke mooie schoenen – die kans liet hij echt niet voorbijgaan. En Magdalene had hem ook nog twee wortelen toegestopt toen hij vertrok.

‘Hé, Denise,’ onderbreekt een stem zijn gedachten. ‘Vette schoenen!’ Het is Philippe. Philippe is pas kort een mayibobo – een jongen van de straat. Zijn moeder is een paar weken geleden aan aids overleden; zijn vader heeft hij nooit gekend. Er was niemand die hem in huis wilde nemen.

‘Hé, Philippe,’ zegt Denise, ‘goed dat je er bent. Je gaat toch mee naar de wedstrijd?’ Denise woont al drie jaar in de straten van Kigali. Zijn ouders zijn vermoord tijdens de genocide toen hij nog maar een baby was. Hij voelde zich niet thuis bij de familie waar hij woonde en liep weg zodra hij het gevoel had dat hij het alleen wel kon redden. Hij is nu een mayibobo met ervaring, dus als hij een nieuwe jongen tegenkomt, zoals Philippe, neemt hij die een beetje onder zijn hoede. ‘Ja, en er is toch een spelmiddag?’ zegt Philippe vrolijk. Denise knikt. ‘Heb je al wat gegeten vanmorgen?’ vraagt hij. Als Philippe zijn hoofd schudt, haalt hij een van zijn wortels uit zijn zak. ‘Pak aan,’ zegt hij, terwijl hij hem Philippe toesteekt. ‘Ik zal je later vandaag wat goede plekken laten zien waar je soms eten kunt vinden.’

Philip-->e kauwt tevreden op de peen terwijl ze verderlopen. Hij springt net op tijd weg als er een busje met een noodvaart de bocht om komt scheuren.

‘Je moet wel beter uitkijken!’ zegt Denise boos. Hij is ook kwaad omdat nu de eerste rode spatten op zijn schoenen zitten. ‘Het kan verkeerd met je aflopen als je wordt aangereden.’ Denise kan het weten. Niet zo lang geleden nog werd een van de mayibobo’s voor zijn ogen aangereden; hij bleef bewusteloos op straat liggen.

‘De chauffeur wilde hem niet helpen,’ vertelt Denise aan Philippe. ‘Er was een voorbijganger die de chauffeur drieduizend franc gaf om de jongen naar het ziekenhuis te brengen. Maar wat deed de chauffeur? Hij nam het geld aan, stapte in zijn auto en reed weg. Hij liet de jongen op straat liggen.’

Philippe luistert met open mond.

‘Ik heb hem samen met twee vrienden naar het ziekenhuis gedragen,’ vertelt Denise verder. ‘Maar de dokter wilde hem niet behandelen omdat er niemand is die de rekening voor een mayibobo betaalt. We hebben hem mee teruggenomen naar de plek waar we sliepen, maar hij bleef bewusteloos. En toen herinnerde ik me dat er een dokter uit Kameroen bij ons langs was geweest om ons te filmen. Hij zat nog in een hotel hier. Ik heb hem opgehaald, en hij heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de jongen in het ziekenhuis kon worden opgenomen. Deze mayibobo heeft geluk gehad – maar er zullen er nog een heleboel zijn die minder geluk hebben als er iets gebeurt, dus je moet altijd uitkijken.’

Philippe knikt dat hij het begrepen heeft. Als ze het voetbalveld oplopen, zien ze dat de voetbalwedstrijd al begonnen is.

‘Moet je kijken,’ zegt Philippe lachend. ‘De geiten staan nog op het veld.’

Inderdaad. Er staan geiten met hun jonkies te grazen tussen de voetballers. Soms moeten de dieren rennen voor hun leven omdat ze anders vol in hun flank worden geraakt.

‘Nu begrijp ik wat je bedoelde,’ zegt Philippe glunderend, ‘toen je zei dat je me zou laten zien waar we eten kunnen vinden.’

Denise kijkt hem met grote ogen aan. ‘Je denkt toch niet…’ begint hij. Hij kan bijna niet uit zijn woorden komen van verontwaardiging. Philippe moet nog wel heel veel leren als mayibobo! ‘Je kunt niet zo’n geit vangen! Die geiten zijn van iemand. Die heeft daar hard voor moeten werken. Niemand heeft hier veel. Als je dat weet steel je echt geen geit!’ Hij is stil. ‘Maar af en toe een maïskolf uit het veld – dat is wat anders.’  

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2005

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Right To Play.
Een wereldboek, een verhalenboek, een doeboek en een fotoboek.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3