Door het checkpoint

-- Israël/Palestina --

uit: Jesse Goossens, Right To Play

 

Arin hoort het loeien van de ambulancesirene boven haar hoofd.

Ze ligt op een brancard, ingestopt onder een dunne deken. Naast haar zit een ziekenbroeder, die Arins temperatuur opneemt. Haar moeder is er ook. Ze houdt Arins hand vast en mompelt zachtjes spreuken uit de koran.

Arin was in de ochtend wakker geworden met een stekende pijn in haar rechteronderbuik. Toen haar moeder riep voor het ontbijt, probeerde ze uit bed te komen, maar het lukte niet. De pijn was te hevig en ze werd helemaal duizelig als ze probeerde overeind te gaan zitten.

Haar moeder was een beetje boos de kamer ingekomen, maar had na één blik op Arin direct haar broertje opdracht gegeven de dokter te halen.

De dokter was snel gekomen en had voorzichtig Arins buik bevoeld. Maar hoe voorzichtig hij dat ook deed, Arin kromp ineen van de pijn als hij haar aanraakte. ‘Blindedarmontsteking,’ zei de dokter tegen Arins moeder, en met zijn mobiele telefoon had hij meteen een ambulance gebeld.

Terwijl haar moeder en de dokter in de huiskamer overlegden wat er moest gebeuren, kwam Arins broertje bij haar bed zitten. ‘Je gaat naar Jeruzalem!’ zei hij opgewonden.

Arin wilde al heel lang een keer naar Israël. Kijken of het waar was wat ze op de televisie zag: winkels vol mooie kleren en paradijzen met speelgoed. Maar ze wist dat ze Jeruzalem nooit in zou komen. Bij het checkpoint zou ze meteen worden teruggestuurd door de soldaten. En als het haar al zou lukken naar de andere kant te komen, was het maar de vraag of ze weer terug naar huis kon.

Nu ging ze dus toch naar Jeruzalem. Misschien zou ze, als ze beter was, even in de oude stad mogen rondlopen. Ze moest niet vergeten dat aan haar moeder te vragen.

Arin wordt uit haar doezelende gedachten opgeschrikt als de ambulance met een schok tot stilstand komt.

‘Checkpoint,’ zegt de ziekenbroeder. ‘Niets aan de hand.’

De auto staat lang stil. Dan worden de deuren van de ambulance opengerukt. Het zonlicht stroomt naar binnen. Voordat Arin haar ogen dichtknijpt tegen het felle licht, ziet ze de silhouetten van vier bewapende Israëlische soldaten die de wagen inspecteren. Arin hoort hoe een soldaat de wagen inklimt. Ze wil alleen maar dat de auto zo snel mogelijk doorrijdt. Ze wil van de pijn af, die nu zo hevig is dat ze achter haar gesloten oogleden witte flitsen ziet. Haar moeder praat met de soldaten over de identiteitskaarten die ze bij zich draagt. Arin voelt hoe er tegen de brancard wordt gestoten terwijl de ambulance wordt doorzocht. Ze moet op haar lip bijten om niet te schreeuwen dat de soldaten weg moeten gaan.

Eindelijk hoort ze de deuren van de ambulance dichtslaan en rijden ze met loeiende sirene verder – op weg naar het ziekenhuis.

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2005

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Right To Play.
Een wereldboek, een verhalenboek, een doeboek en een fotoboek.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3