Sport kan de wereld veranderen

Adolf Ogi

(voormalig president van Zwitserland, Ondersecretaris Generaal en
Speciaal Adviseur op het gebied van Sport voor Ontwikkeling en Vrede voor de Verenigde Naties)

uit: Jesse Goossens, Right To Play

‘Ik begon al te sporten toen ik tweeëneenhalf jaar oud was. Ik ben geboren in Kandersteg, in Zwitserland. Mijn vader was daar het hoofd van een skischool, dus ik begon al heel jong met skiën. Toen ik vier jaar oud was, beklom ik mijn eerste berg. Maar skiën bleef mijn favoriete sport.

Naast het treinstation van Kandersteg was een skischans. In de winter gingen we daar elke vrije middag skispringen. De toeristen die het treinstation bezochten, konden vanuit een verwarmd treinstel onze sprongen volgen. Britse, Franse en Belgische gasten kwamen ons altijd aanmoedigen als we op de skischans bezig waren. We probeerden iedere keer beter te presteren. Als mijn vriendje van zeven jaar oud twintig meter ver sprong, wilde ik tweeëntwintig meter springen.

Er bestaat geen heerlijker gevoel dan te kunnen vliegen, al is het maar vijfentwintig, dertig meter. Later vloog ik zelfs veertig, vijftig meter.’

 

‘De magie van sport wordt voor een groot deel bepaald door het voorbeeld dat je ouders geven. Als je ouders niet enthousiast zijn, laat je een sport waarschijnlijk links liggen, maar dat was in mijn familie niet het geval. Mijn vader was nooit moe: hij skiede, trok door de bossen en beklom bergen. Hij maakte een diepe indruk op me en hij was de beste vriend die ik in mijn leven heb gehad.

Bijna net zo belangrijk als je ouders zijn de beroemde sporters, de kampioenen van deze tijd. Er zijn op de wereld een stuk of veertig sporters die echte helden zijn, een voorbeeld voor iedereen.

Als je een politicus naar een rampgebied stuurt – bijvoorbeeld naar Azië waar de tsunami heeft plaatsgevonden – dan hebben de meeste mensen geen idee wie dat is. Maar als Zinedine Zidane, David Beckham of Roger Federer erheen gaat, wordt hij onmiddellijk door iedereen herkend.

Het helpt de mensen in rampgebieden enorm als sportkampioenen hen komen opzoeken: ze spelen samen, ze vergeten een ogenblik hun problemen en ze krijgen hoop op een betere toekomst. Misschien krijgen ze zelfs het idee dat ze ooit ook zo goed zullen voetballen als Beckham. Maar het belangrijkste is dat ze begrijpen dat ze niet door de wereld vergeten worden, dat ze niet alleen staan.’

 

‘In het jaar 2000 zei de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan: “Er is één link die de hele wereld verbindt, maar niemand ziet nog hoe belangrijk die is. Dat is sport. Sport is iets wat de harten van jongeren raakt.”

Hij had volkomen gelijk. Als je door Afrika reist, komen de mensen naar je toe en vragen eerst: “Heb je iets te eten voor ons?” en direct daarna: “Heb je een bal meegebracht?”

Iederéén wil kunnen spelen. Kofi Annan zag dat. Daarom vroeg hij mij om zijn Speciaal Adviseur te worden op het gebied van Sport voor Ontwikkeling-->en Vrede.

Toen ik deze baan kreeg, ging ik naar New York, naar het hoofdkwartier van de Verenigde Naties. Daar werd me verteld dat er een man al heel actief was op dit gebied. Die man heette Johann Olav Koss, een Noor die in Canada woonde. Ik kende de naam natuurlijk: Johann is beroemd – hij was die Olympisch kampioen met hele dikke dijbenen die zo’n enorm succes had in Lillehammer. Ik ontmoette Johann niet lang daarna en het klikte direct. We zijn inmiddels erg goede vrienden.

Samen zijn we in Palestina geweest. De burgemeesters van de dorpen en stadjes daar vertelden ons hoe iedere nacht opnieuw huizen werden verwoest en mensen werden vermoord. Een van hen zei: “Alle kinderen hier zijn voortdurend bang. De enige manier om ze uit die ellende te halen, de enige manier waarop ze deze verschrikkelijke situatie twintig minuten kunnen vergeten, is door ze te laten spelen.”

Ik ben er volledig van overtuigd dat deze man gelijk heeft. Ik heb het met eigen ogen gezien: ik bezocht een speeldag in Palestina en zag hoe vrolijk iedereen ervan werd. Het was geweldig. De ervaring zit in mijn ziel gegrift en ik wil voor dit project vechten. Iedere dag.

Niemand heeft de wereld nog kunnen veranderen – niet de politieke leiders van de wereld, niet de economische, wetenschappelijke, religieuze of spirituele leiders, en ook niet de pers. Toch is een betere wereld mogelijk; een wereld waarin alles eerlijker is verdeeld, een wereld die een fijne plaats is om te wonen, een wereld zonder oorlogen en ruzies. Sport kan voor die betere wereld zorgen.’

 

‘Tegen alle kinderen van de wereld wil ik zeggen dat sport de allerbeste manier is om je voor te bereiden op het leven.

Je leert te winnen zonder arrogant te worden.

Je leert te verliezen zonder te denken dat dat het einde is.

Je leert je tegenstander te respecteren.

Je leert regels te accepteren.

Je leert te luisteren naar de beslissingen van de scheidsrechter.

Je leert solidariteit, integratie, fair play en discipline.

Je gaat je eigen gedrag beter begrijpen.

Je leert je lichaam kennen.

Sport is de school van het leven. Het is daarom buitengewoon belangrijk dat iedere jongen en ieder meisje de kans krijgt om te sporten en te spelen.’   ‘Sport is waardevol, ontzettend belangrijk en onmisbaar. Het is jammer dat nog niet alle politici dat inzien, maar dat gaan wij met z’n allen veranderen.

Ik zeg altijd dat we dertig jaar nodig hebben om de wereld werkelijk te veranderen. Nu planten we de zaden, samen met Johann Koss. Hij doet geweldig werk. Hij zou de Nobelprijs moeten krijgen.’

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2005

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Right To Play.
Een wereldboek, een verhalenboek, een doeboek en een fotoboek.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3