Een broertje op je rug

-- Mali --

uit: Jesse Goossens, Right To Play

 

‘Ik vind het goed als je naar het Centre d’écoute gaat,’ zegt Aminata’s moeder. ‘Maar dan neem je Habib mee.’

Ze trekt Aminata naar zich toe en knoopt haar broertje van anderhalf in een blauwe draagdoek op haar rug.

Habib is zwaar, maar Aminata is gewend hem te dragen. Ze is al zes; oud genoeg om op haar broertje te passen. Terwijl ze naar het buurthuis loopt, de heuvel op, kijkt Habib met grote zwarte ogen naar alles wat er om hem heen gebeurt.

In het buurthuis zelf is het gezellig. Er zijn gasten uit een ander land voor wie muziek wordt gemaakt. Aminata gaat bij de waterput zitten, voorzichtig, zodat Habibs beentjes niet bekneld raken. Ze luistert naar de vrolijke gitaarmuziek en kijkt hoe de muzikanten al spelend dansen als bezetenen. Als de muziek is afgelopen, loopt ze naar een hoekje van het buurthuis waar een meisje voorleest uit een boek vol kleurige prenten. Aminata komt graag in het Centre d’écoute. Er zijn altijd andere kinderen om mee te spelen.

Aan het eind van de middag gaan alle kinderen naar buiten om kringspelen te doen. Aminata loopt mee met de groep, maar blijft aan de kant staan. Als ze staat hangt Habib zwaar op haar rug. Aminata hijst hem om de paar minuten omhoog over haar smalle heupen.

Ze zou graag mee willen doen met de kinderen die in een grote kring Vissen en visnet spelen, maar dat kan niet. Het zou te gevaarlijk zijn om te rennen met haar broertje op haar rug.

‘Zal ik je broertje even vasthouden?’ hoort ze iemand in het Frans vragen.

Aminata kijkt op. Naast haar is een van de buitenlandse gasten komen staan. Het is een lang meisje dat een wittere huid heeft dan Aminata ooit heeft gezien. Ze heeft lange blonde krullen en draagt een hoedje tegen de zon.

‘Geef maar,’ zegt het meisje nog een keer.

Aminata hoeft er niet lang over na te denken. Direct knoopt ze de doek van haar middel en geeft Habib aan het meisje. Ze kijkt toe hoe het witte meisje haar broertje op de arm neemt. Habib lijkt het allemaal prima te vinden. Aminata voelt hoe haar rug ontspant. Dat is een fijn gevoel. Ze zucht van opluchting.

Ze voelt hoe het witte meisje haar een duwtje geeft. ‘Toe maar,’ zegt ze. ‘Ga maar spelen met de anderen. Ik zorg wel voor je broertje.’

Aminata kijkt naar de spelende kinderen. Ze zou wel willen, maar dat kan echt niet. Haar moeder heeft gezegd dat ze op Habib moet passen, dus ze mag hem niet uit het oog verliezen. Ze blijft naast het witte meisje staan, zodat ze kan zien dat het goed gaat. Na een poosje is haar rug niet zo moe meer.

Aminata gebaart naar het witte meisje dat ze haar broertje terug wil. Een vrouw van het buurthuis helpt haar Habib weer terug te knopen.

Aminata blijft nog een poosje staan kijken hoe de anderen spelen. Dan loopt ze de heuvel af naar huis met Habib op haar rug.

 

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2005

Deze tekst komt uit het rijk geïllustreerde Right To Play.
Een wereldboek, een verhalenboek, een doeboek en een fotoboek.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3