De skapolka op het Westerkeyn
Zelden heb ik mij zo brak gevoeld als vanochtend. En het is allemaal
de schuld van Yammah Tammah.
Als hardwerkende journalist zou ik mij objectief beschouwend op moeten stellen,
de spanningsboog in stand moeten houden en op tijd naar bed moeten gaan.
Geen van deze dingen is mij gisteravond gelukt. Zo gauw het ritme werd aangegeven
en de blazers de eerste luchtstroom door hun instrumenten stootten, liet
ik notitieblok, dictaatrecorder en fototoestel voor wat ze waren. Trok mijn
reportersjas met perskaart uit en stortte me in het dansende gezelschap.
Dat in Nederland zulke muziek gemaakt kan worden: klanken die je voeten
optillen, melodieën die je armen laten maaien en voeten laten schoppen,
baslijnen die je hoofd laat struisvogelen. Die de 15oC, waar je in de stad
de verwarming voor op zou stoken, op het winderige eiland als een tropische
bries over Westerkeyn blaast. Overal zie je vrolijke bezwete gezichten,
steeds meer kleding wordt uitgetrokken, broekspijpen zijn opgerold.
Ska is het, althans dat denk ik, want ik herken Madnessmelodieën. Maar
af en toe zit een een polka tussen of een vleugje reggae. De zanger in gescheurd
Stolichnayahemd lijkt uiterlijk in niets op een popheld maar zijn stem is
doorgewinterd. Zijn Engels is Nederlands, de Nederlandse teksten zijn internationaal
en de flarden Pools horen er gewoon tussen.
Oerol is het, wat ze doen, die Yammah Tammahs. Oerol en je kunt er niet
omheen. En daarom ben ik ook kwaad op ze: anderhalf uur lang vergat ik dat
ik een krant moest maken, was ik zo'n onbezorgde vrolijke Oerolganger die
alle verplichtingen op het vasteland had achtergelaten, kon ik ontspannen
en veel te laat in mijn bed stappen, en realiseerde ik me vanmorgen pas
dat het leven niet altijd Yammah Tammah is. Ik heb toen maar hun T-shirt
aangetrokken, gifpaars met knaloranje, dat helpt een beetje. [JG]