Het eiland in potjes
In Willems Winkel op West is een merkwaardig museum in aanbouw. Achter een etalageruit staan in gekleurd licht glazen potten met de meest vreemdsoortige objecten op sterk water. Voor de ruit staat een man, die aarzelende voorbijgangers een envelop in de hand drukt. Ze worden erop uitgestuurd nieuwe eilandobjecten aan te dragen voor de groeiende verzameling.
Brenda Waite, vorig jaar op Oerol met de voorstelling Dust, en
Colin Higginson runnen samen Storehouse, het ultieme eilandmuseum.
Het verzamelaarsproject werd dit jaar voor het eerst opgevoerd in een winkelcentrum
in Londen. De samenwerking tussen beeldend artiest Higginson en performer
Waite bleek een succesformule.
'Ik wilde een museumstuk maken,' vertelt Brenda Waite. 'Het leek met wel
leuk om daar de draak mee te steken: vruchten inmaken, jam wecken en zo.'
'En toen kwam ik,' vult Colin Higginson aan. 'Ik had al een dergelijk project
gedaan: ik stopte dingen in flessen en glazen potten, speelde met licht
en vloeistof, en stelde alles tentoon in een schuurtje op een Engels festival.'
De gebundelde ideeën leverden Storehouse op. Colin is de verzamelaar,
Brenda de conservator. Colin stuurt mensen erop uit eilandstukjes te gaan
zoeken, en gaat ook zelf op pad, Brenda stopt de vindsels in potten, inventariseert
en arrangeert de verzameling. Zij woont ook in het museum: ze eet, leeft
en slaapt er. Een voorbereiding op haar volgende stuk waarbij de mensene
komen om haar te zien en niet de tentoojngestelde objecten.
Het publiek dat de specimen-enveloppen in de hand krijgt geduwd, weet in
eerste instantie niet wat ze ermee aan moeten. Tot de eerste persoon zijn
envelopje gevuld weer inlevert. Er ontstaat er een kettingreactie. Iemand
komt met een vis, de volgende met een kunstvis, anderen brengen bevroren
vis, gebakken vis, en vissenoorbellen. Maar ook niet-zeeobjecten worden
aangedragen: haar van mensen, honden, schapen en paarden, stukken plastic,
karton, riet, zelfs hondenpoep werd ingeleverd.
Zondag kwam iemand een uitgedroogd krabbetje brengen. Die had hij op het
strand gevonden en in z'n envelopje gestopt. Brenda legde het karkasje in
een bakje water en maakte intussen wat andere enveloppen open. Plotseling
zag ze naast zich iets bewegen. Het krabbetje kwam tot leven en krabbelde
de bak uit. De voorstelling werd even onderbroken om het beestje terug te
geven aan de zee.
'De combinatie van de voorwerpen en de hete lampen maakt het soms aardig
"smelly",' geeft Brenda Waite toe. 'Maar daar merkt de toeschouwer
buiten niets van. En wij binnen... Ach. Elke avond draai ik de potjes die
het ergste stinken wat steviger dicht. En het duurt niet eeuwig. Na Oerol
wordt de tentoonstelling opgedoekt.' [JG]