Een ode aan het Festival of Fools
Zij bepalen de kleur en de klank van het festival. Hun grappen, trucjes en aandachttrekkerij tekenen het gezicht. Zo gauw je van de boot op het eiland stapt, trekken zij je mee in de maalstroom van de Oerolchaos. Je hebt ze in alle soorten en maten: jongleurs, acrobaten, stand up comedians, levende standbeelden, clowns, mime-spelers, vuurvreters, boeienkoningen en degenslikkers. De straatartiesten.
Vanavond wordt op Westerkeyn een straatartiestenfestijn georganiseerd.
Een ode aan het Festival of Fools.
Waarom?
Omdat zonder dat festival Oerol nooit Oerol geweest zou zijn.
Iedereen kent inmiddels het verhaal: 'Er was eens, lang geleden, een man
met een grote snor die gekke weekenden organiseerde in zijn café.'
Maar eigenlijk begon alles jaren eerder, in 1975, toen Wouter de Boer van
de Amsterdamse Melkweg, met de artistiek directeuren van Paradiso en het
Shaffy Theater besloot dat het theater de straat op moest.
'We wilden andere mensen dan ons vaste publiek vernieuwend theater en muziek
brengen,' vertelt Wouter de Boer. 'leterlijk op straat, op onverwachte plekken
in Amsterdam. Het was toen nog tamelijk nieuw, maar we hebben artiesten
gevonden die hun boeltje konden pakken en zomaar op een plein gingen optreden.
De eerste groepen die buitenissige acts gaven kwamen uit Engeland. Ik kende
ze uit de programmering van de Melkweg: daar organiseerde ik al anderssoortige
voorstellingen. Artiesten traden op voor een band, of in een zaal zonder
stoelen waar de mensen in en uit liepen. Ze moesten het een uitdaging vinden
die mensen vast te houden. Engelsen hebben een bepaald soort humor die erg
op toeschouwers is gericht.'
Op het Festival of Fools onstond ook het voor Oerol zo belangrijke locatietheater.
Artiesten werden in vreemde omgevingen geplaatst en moesten zich daar met
de middelen die zich voordeden zien te redden. Dogtroep is een goed voorbeeld
van een theatergroep die via het Festival of Fools heeft kunnen groeien.
Toen Joop Mulder het idee opvatte een straatfestival op Terschelling te
organiseren, kwam hij naar Wouter de Boer voor advies. Gezamenlijk zochten
ze per festival uit welke artiesten direct uit Amsterdam door konden reizen
naar Oerol. De acts werden geselecteerd op hun toegankelijkheid: het moest
makkelijk straattheater zijn. De grotere voorstellingen pasten nog niet.
In de tijd dat de twee festivals elkaar overlapten, draaide Joop Mulder
zelfs een tijdje mee bij het Festival of Fools. Met Wouter de Boer werkte
hij aan een festijn dat het nooit gehaald heeft: Street on Stage.
In 1984 werd het laatste festival in Amsterdam gehouden. Nog één
jaar trok het naar Athene, om de culturele hoofdstad van Europa op te vrolijken,
maar toen stopte het. De financiële middelen om zich verder te ontwikkelen
ontbraken.
Gelukkig was Oerol inmiddels flink op dreef. De artiesten reisden nu rechtstreeks
naar Terschelling. Nu nog lopen mensen als Daniel Rovai en Johnny Melville
rond die hun tocht door Nederland begonnen op het Festival of Fools.
Wouter de Boer ziet wel verschillen tussen Oerol en het Festival of Fools.
'De kern is hetzelfde, de spirit is hier net zoals destijds in de stad,
maar de kracht van het eiland is de gelegenheid die het biedt tot het maken
van allerlei mooie beelden. Het andere sterke punt van Oerol is het gevoel
dat je krijgt als je met de boot op het eiland komt. Dat ervaren de artiesten
ook heel sterk. Dat geeft een soort beslotenheid die de stad niet kent.'
[JG]
Vanavond om 21.00 uur op Westerkeyn zal de oude Amsterdamse
sfeer herleven. Straatartiesten brengen een ode aan het Festival of Fools.