Joop Mulder

Tijdens het festival vertelde Joop Mulder dagelijks hoe het ermee stond.
13 juni 1998
14 juni 1998
15 juni 1998
16 juni 1998
17 juni 1998
18 juni 1998
19 juni 1998
20 juni 1998
21 juni 1998

13 juni 1998
‘Vandaag wordt het festival geopend. Het is razenddruk. Er bellen ontzettend veel artiesten die op het laatste moment toch nog willen komen, maar er is helemaal geen ruimte meer. Het festival is alweer groter dan vorig jaar. Dat komt doordat we er allerlei kleine grappige voorstellingen bij hebben. Het is wel hard draven en racen om alles op een rijtje te krijgen, maar het gaat wel erg goed. We hebben een aantal nieuwe mensen in het team en daar ben ik erg blij mee.
Het theater heeft dit jaar betere mogelijkheden gehad om zich meer op het eiland te ontwikkelen. Het werkplaatsgehalte van Oerol wordt steeds beter zichtbaar. Vorig jaar hebben we een stapje gemaakt met Sâlt en dit jaar zijn we weer een stapje verder. We hebben de workshops van IOU, met een aantal jonge theatermakers, en School on Wheels van Derevo. Dat is het vrolijkste van dit jaar: daarin zit de frisheid en de vernieuwing van het festival.
Je ziet het terug in groepen die een paar jaar geleden voor het eerst kwamen, zoals Trajekt en Derevo. Die hebben zich hier ontwikkeld. Ik hoop dat er dit jaar nieuwe frisse namen tussen zitten waarvan we over tien jaar horen: "Tien jaar geleden op Oerol toen mocht ik, en nou bén ik."'

14 juni 1998
‘Oerol is begonnen. Vrijdag was een emotionele dag in de positieve zin van het woord. Als eerste was er de speech van Henk Scholten die mij aangreep. Het voelde als een kroon op mijn werk: het mooiste compliment dat ik in jaren gehad heb. Het is fantastisch dat de man zo openhartig durfde te spreken over het geknok van Oerol en hoe het soms zit met de artistieke aristocraten in Den Haag en op andere zetels.
Het tweede emotionele moment was natuurlijk de première van Dogtroep, na vijftien jaar samenwerking. Dat ze een winter dit meemaken, zo’n verdriet hebben en dan toch zo’n voorstelling brengen is ongelofelijk. Een week geleden zag ik ze en dacht ik nog: Oh my god, hoe komt dit nog goed. Maar dat ze in een week de voorstelling zo goed voor elkaar hebben gekregen, is aangrijpend en prachtig. Ik ben heel blij dat dit Oerol aan Wieger, Marco en Dogtroep opgedragen wordt.
Zo’n eerste dag komt alles als een golf over me heen. Soms heb ik het gevoel dat alles uit de diepte van de oceanen komt. Maar nu drijf ik lekker aan de oppervlakte en schommel op de golfjes die Oerol teweegbrengt. Ik voel er me heel erg prettig bij.
Vanmorgen heb ik iedereen op kantoor een compliment gegeven. Alles loopt. Arme Jolanda, mijn koraalrif in deze woeste oceaan, werkt zich helemaal in het zweet. Ik hoop dat ik haar komende week wat meer ondersteuning kan geven. Iedereen rent heen en weer, de eerste walletjes verschijnen onder de ogen. Maar tegelijkertijd zie je wat het geluk is: het gaat fantastisch.’

15 juni 1998
‘Zondagochtend hebben we de eerste ‘Op de koffie bij...’ gehad. Dat is een gesprek met theatermakers en kunstenaars over Oerol en het programma, geleid door Joyce Roodnat van het NRC en later deze week door Kester Freriks. Bezoekers kunnen vragen stellen, ook via internet, want het programma wordt uitgezonden door RealLife.
Deze keer ging over IOU, hun workshop, locatietheater en de samenwerking met Oerol. Het ging nog een beetje stug: het was de eerste keer dat we het deden en ik moest nog een beetje in mijn rol komen. Gelukkig werd het wel een goed gesprek.
Maandag komen mensen van gerenommeerde gezelschappen, die we vooral kennen van het spelen in grote theaters in Nederland. We zullen praten over hoe het is om op een vrijgevochten podium als Oerol te komen: waar ze geen mensen hebben die voor ze lopen, maar ze de dingen zelf moeten doen.
Van de week komen ook het schuurtjestheater, en het straattheater aan bod. Derevo zal praten over hun ontwikkeling op Oerol en met Dogtroep gaat het natuurlijk over vijftien jaar Dogtroep op Oerol. Zo’n beetje alle kanten van Oerol. Iedereen die het leuk vindt kan ‘s ochtends om twaalf uur een bakje koffie komen drinken op Westerkeyn en vragen stellen aan de mensen die optreden. Het is een leuke manier om een kijkje te nemen achter de schermen van Oerol.’

16 juni 1998
‘Vandaag begint de zon lekker te schijnen. Alles gaat meteen meer leven: je krijgt direct overal straattheater. Ik ben druk aan het rondkijken wat voor een wildgroepen er rondlopen op Terschelling. Het Oerolfestival trekt altijd groepen aan die denken dat ze leuk zijn en dat vervolgens aan iedereen willen mededelen. Daar zitten ook flauwe, kinderachtige dingen bij. Er is een geestesgestoorde die foldertjes rondstuurt met mijn naam eronder waarop iedereen wordt verzocht terug te gaan naar Harlingen omdat het te druk wordt. Dat zijn geen manieren. Maar degeen die dat gemaakt heeft is waarschijnlijk zo simpel dat hij niet na kan denken.
Gelukkig zijn er ook hele goede acts die zich op het laatste moment nog aanbieden. Het is mijn taak om te zien dat alles artistiek verantwoord blijft, maar ja, je hebt niet overal grip op. Straatartiesten die ergens gepland staan, spelen plotseling op een totaal andere plek. Maar zo zijn straatartiesten nou eenmaal, dat maakt het ook spannend.
De specialiteit van Terschelling, het locatietheater, heeft dit jaar een grappige vorm aangenomen. Drie groepen spelen locatietheater binnen: Max Tak in een schip, Suver Nuver in een oude garage en Tryater in een tent. Maar die voorstellingen horen daar gewoon. In Hoorn bijvoorbeeld, werkt de hele gemeenschap mee aan het tot stand brengen van de Tryaterproductie in die tent. Dat brengt die voorstelling tot een hoogtepunt.’

17 juni 1998
‘Vandaag was voor mij wel een hele chaotische dag. Ik heb iets teveel hooi op mijn vork genomen. Als er dan één ding flink fout gaat, hol je de hele dag achter de feiten aan.
Het ging mis in Hoorn. Er was geen podium, waardoor de muzikanten dachten dat ze niet op hoefden te treden. Dat is jammer, want er was dus geen muziek bij de braderie. In de loop van de middag hebben we het opgelost, maar daarvoor heb ik wel weer het hele eiland vanuit mijn auto gezien.
Vanmiddag ben ik met Jos Thie op pad geweest om een locatie voor Tryater voor volgend jaar te zoeken. Ze zullen dan Ibsens Peer Gynt opvoeren. We zijn gaan uitzoeken wat Tryater precies wil en bij mij ligt de taak om het des Oerols te maken. Ik vind het erg leuk om daar samen over te praten. We hebben prachtige locaties bezocht en moeten nu gaan uitzoeken wat daadwerkelijk mogelijk is.
Vandaag is ook de Australische groep Icarus aangekomen. Zij zullen donderdagavond na afloop van Les Arts Sauts een extra voorstelling op het Groene Strand brengen. Iedereen kan hun steltloopshow daar zien.
Zo ben ik voortdurend aan het harken, duwen en trekken om extra showtjes te plannen. Het programma in het programmaboekje klopt, maar er komen nog meer leuke dingen bij. Oerol blijft in beweging.’

18 juni 1998
‘Het was verschrikkelijk vroeg vanochtend. Ik wilde voor het weekend gewoon alles voor elkaar hebben omdat ik ook nog veel moet doen voor de slotdag. We gaan afsluiten met een kleine maar zeer mooie slotvoorstelling. Daarnaast praat ik met veel artiesten om dit weekend nog extra optredens te doen.
Er komen dit weekend natuurlijk heel veel mensen van de vaste wal af, die nog wat graantjes mee willen pikken vanwege het mooie weer.
Onverwachts komt er een golfje vanuit de pers over me heen waarin wordt gezegd dat het festival zo commercieel geworden is. Maar hier op het eiland spreek ik alleen maar Oerolgangers die het zo geweldig vinden dat hier weer het sfeertje van vroeger heerst. Het zal allemaal dus wel mee vallen.
Straks ga ik Slava ophalen, onze Russische clown. Hij moet morgen alweer terug naar Engeland, waar hij al maanden achtereen in een uitverkocht theater speelt. Ik hoop dat ik met hem iets moois kan bedenken wat hij volgend jaar kan doen, want het zou toch wel erg leuk zijn als hij dan op Oerol kan staan in plaats van op Broadway. Hij is heel erg enthousiast over het festival en ziet het wel gebeuren. Zelf zegt hij erover: "Broadway is prima, maar Oerol is geweldig."‘

19 juni 1998
Het is weer lekker druk. Ik ben vanmorgen extra vroeg begonnen zodat ik de zaak op tijd op de rails had. Het was dus minder stressvol dan gisteren.
Denis Tricot is vandaag aangekomen. Hij gaat rond de Kom op de haven van West Terschelling bouwen aan zijn boten. Daar zal de slotvoorstelling, het vaarwel van Oerol, zondagavond plaatsvinden.
Voor zaterdagavond zijn we in de Drohme een avond met stand-up comedianten en straatartiesten aan het organiseren. Street on Stage wordt een nieuw onderdeel op het programma.
Vandaag doe ik zelf mee aan de voorstelling. Zometeen gaan we in parade door de straten van Midsland trekken naar Westerkeyn. Het is een ode aan de zee, en wordt vast erg leuk. Ik mag mijn oude rol van kapitein Oerol weer vervullen.
Allerlei straatartiesten doen mee, zoals de steltlopers van Icarus, Daniel Rovai en Rozenstraten Rozenstraten, Sâlt the Band en de leden van School on Wheels. Zelfs mijn dochter Jesse doet mee, geheel aangekleed met visjes en zwemvliezen.’

20 juni 1998
‘Het einde komt in zicht. Vandaag ben ik een beetje emotioneel door het fantastische team dat we dit jaar hebben gehad. Overal waar je komt blijven de mensen er vrolijk onder. Bij de kassa’s zien je ze glimlachen. Hier op kantoor zitten de mensen met walletjes onder de ogen, maar ondanks het feit dat iedereen een hele zware week achter de rug heeft, is ieder op een Oerolachtige manier energierijk. We hebben dit jaar zoveel medewerkers, en we hebben ze keihard nodig: vooral de vrijwilligers.
Iedere keer als ik het hoofdkantoor binnenkom denk ik: potverdorie, wat een geweldige ploeg. Qua organisatie staat er nu zo’n stevig fundament. Dat is een compliment waard.
Ik heb de zondag nu helemaal op de rails staan. Het wordt een hele mooie slotvoorstelling: een verhaal dat gaat over sirenen, onderwaterfiguren die zich tien dagen lang in de waddenzee rond het eiland hebben schuilgehouden. Ze hebben stiekem het Oerol van een afstand gevolgd. Nu komen ze naar boven via de haven om afscheid te nemen van het mooie festival. Daarna gaan ze terug naar de Grote Oceaan. Het wordt een afscheid op een hele speciale wijze, maar reken maar dat het kleurrijk wordt. En, zoals het nou eenmaal bij Oerol hoort, vol vuur.’

21 juni 1998
‘Het zit er bijna op. Ik kijk met heel veel genoegen terug op het festival, vooral omdat er ontzettend veel mensen met complimenten geweest zijn. Velen hadden het gevoel dat de echte oude oerolsfeer weer over het eiland zweefde. Dat is fantastisch.
Aan de andere kant zal ik blij zijn als ik straks met Jolanda en Henk weer even rustig om de tafel kan zitten om de zaak te laten bezinken. Het is dit jaar wel ontzettend druk geweest voor iedereen. Jolanda, die de afgelopen week nogal last van haar rug had, heeft aardig op haar tanden moeten bijten. Henk heeft gigantisch door moeten zetten en mijn knie was ook niet het beste dit festival. Maar daarnaast zijn we alledrie gedragen door een geweldige club medewerkers. Dat houd je sowieso op de been.
Zondagavond is de afsluiting. Dat zal voor iedereen een emotioneel moment zijn, even rustig uitblazen. We verwachten dat de mensen die de slotvoorstelling maken, Louis Clavis, Denis Tricot en natuurlijk Art Ephémère, die ons festival al jaren prachtige kleurtjes geven, een waardige afsluiting verzorgen. De voorgaande jaren ging het festival meestal gewoon uit als een nachtkaars, daarom ben ik extra blij dat we op gepaste wijze met een mooie water- en vuurvoorstelling kunnen eindigen. We zetten de oceaan in vuur en vlam!’
[JG]

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 1998