Schrijnende schoonheid

Waar begint de voorstelling? Op het moment dat je over het duin aan komt fietsen en in het donkergroene landschap de ijzeren staketsels en witte koepeltenten ziet staan? Wanneer de meeuwen als schaduwen tegen de nachtblauwe hemel over de honderden mensen scheren die zich voor de hekken verdringen? Als het in dekens gehulde publiek de tribunes afdaalt om een plek te vinden terwijl van achter de horizon het licht van de Brandaris langs hun gezichten flitst? Of op het ogenblik dat het werklicht dooft en de eerste reflectie een blik biedt op de wereld van Dogtroep?

Hotazel is de naam van een stadje in Botswana aan de Kalahari woestijn. Het lelijkste en eenzaamste plaatsje ter wereld vormt een bron van inspiratie voor de voorstelling die Dogtroep de afgelopen vijf weken op Terschelling ontwikkelde.
Het publiek kijkt neer op de zandgebakken verlaten huizen in een afgebakende woestijnvlakte. Drie wezens trekken paden door de desolate stofvlakte. Een moment later razen auto's met gillende sirene's door de straten.
Een meisje sleurt een gebroken lichaam achter zich aan. Ze is blind. Haar wanhoop is voelbaar en worden versterkt door de verscheurende klanken van viool, contrabas en zang.
Is Hotazel haar verhaal? Het vertelt hoe het meisje probeert het kapotte lichaam dat zij met zich meeneemt tot leven te wekken, verblind door verdriet, onmachtig de waarheid onder ogen te zien. Maar het is ook het verhaal van de man met de grote handen en zijn dikke geliefde die een zilveren ei legt. Er is die vlotte zakenman met zijn zaktelefoon, die alles wat mooi is en hoop geeft meedogenloos afschiet. En niet te vergeten de man die onafscheidelijk als een slak van zijn huis, een koffer met zich meetrekt. Zo gauw er iets gebeurt, kruipt hij in zijn schulp.
De verlichting van het geheel is een spel van reflectie, alsof de gebeurtenissen in Hotazel het daglicht niet kunnen verdragen. Hoog in de lucht hangen twee zeshoekige spiegels die met hun lichtritme concurreren met de Brandaris. Het kofferhuis van de slakkenman transformeert van doorzichtig tot een glimmende weerkaatsing van de omgeving. Zelfs de vogels zijn van zilver en dragen bij tot de zichtbaarheid van het spel. De indirecte lichtval dwingt tot beter kijken en geeft het gevoel iets te aanschouwen dat je als kijker eigenlijk niet mag zien. Je bent getuige van iets zo intiems, een indringer.
Als kostbare zilverdraadjes worden er fragmentjes Dogtroepluchtigheid in het zware Hotazeltapijt geweven. Fantastische machines rijden het verhaal binnen om na een paar rondjes weer afscheid te nemen. Een bus met videoramen wordt bestuurd door een chauffeur die zich moet opvouwen om in zijn kar te passen. Een vuurpoepend wagentje trekt cirkels om de spelers. Oplichtende wezens vormen een lopende-band-schietschijf en de muzikanten die nu eens langs het publiek trekken en dan weer een vaste plek innemen hebben weer verrukkelijke vondsten gedaan.
En opeens komt alles tegelijk. Dogtroep in vol ornaat. De verhaalfragmenten komen bijeen in een wervelstorm van licht, actie en opzwepende muziek. Kan het bestaan? Kunnen doden tot leven worden gewekt, onmogelijke liefdes worden bewaarheid, mag hoop de onmacht verdringen? Als een zeepbel spat de illusie met een lugubere knal uiteen. De duisternis daalt neer over Hotazel. Slechts piepkleine lichtjes, vage herinneringen aan wat eens was blijven zichtbaar op de vlakte.
Overdonderd verlaat de bezoeker de tribunes. Nog dagen duiken fragmenten op in de herinnering als de lichtjes die aan het eind werden uitgestrooid. Beelden van schoonheid en diepe pijn.
[JG]
De beschreven indrukken kwamen voort uit een try-out van de voorstelling Hotazel van Dogtroep. De voorstelling is nog voortdurend in verandering. Dagelijks, behalve maandag en dinsdag, te zien Achter 't Duun om 22.30 uur.

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 1998