Derevo toch in woorden

Het leek zo'n goed idee, om iedere redacteur in de laatste krant te laten schrijven over zijn (of haar) favoriete voorstelling. Maar al snel kwamen de problemen. De meesten hadden al over hun lievelingsact geschreven, en al hun kruit verschoten. En ik heb me helemaal in de nesten gewerkt. Mijn voorkeur gaat namelijk uit naar Südgrenze van Derevo: de productie uit de woordenloze wereld.
Ik wil niet verzanden in een beschrijving van wat ik zag. Na vanavond hebben duizenden mensen hun hart laten breken door het paarse monstertje, meegereisd met de roodharige vrouw, in een paringsdans rond Lena gecirkeld, ze hebben naast Anton de stier bevochten en zich met tegenstribbelende ledematen over het toneel gesleept. Allemaal stonden ze in die rij, die als een lint door het veld naar het bos kringelde, terwijl de avond de wolken roze kleurde.
Woorden passen niet in de wereld van Derevo. Soms praten ze gewoon een dag niet, omdat er zoveel overbodigs wordt gezegd. En dat is waar mijn wereld met die van hun botst. Ik hou van woorden, van hun vorm, klank en mogelijkheden. Als je je ogen dichtdoet en luistert, kunnen woorden een beeld schetsen dat Derevo in hun producties schildert. Maar dan moet je de juiste woorden wel vinden. Uitvinden.
Het lichaam van de Dereviaanse mens is een woning. Een naïeve open bron vol zuivere gevoelens. Een bewustzijn is er niet, maar de gevoelens zijn allemaal tegelijk aanwezig in een strijd om de boventoon. De Dereviaanse blijdschap is zo pijnlijk, omdat het verdriet in de verte aanwezig is. Andersom is leed in de wereld van Derevo dragelijker omdat er ook altijd een kern van blijdschap aanwezig is. Toch kan er nooit volop genoten worden, altijd is er de wetenschap dat elk moment voorbijgaat. Het paarse monstertje realiseert zich dat niet. Juist daarom is het verdriet des te scherper als hem zijn prachtige eerste verjaardag wordt afgenomen.
Maar daarom ook is het paarse wezentje mijn favoriet. Ik wil zijn zoals hij. Ook daar wringt mijn wereld met de Dereviaanse. Ik wil genieten van het moment, me een moment niet bewust zijn van ver verdriet. En heel af en toe wil ik gewoon huilen, zwelgen in mijn eigen leed, vergeten dat er ook nog leuke dingen zijn, medelijden met mezelf hebben. Ik wil elke emotie afzonderlijk tot in mijn tenen voelen, niet afgeleid door al die andere gevoelens die om mijn aandacht strijden. En ik ben blij dat ik mijn hersens heb, waarmee ik ze kan sturen, waarmee ik het een kan wegdrukken en het ander naar boven kan halen. En soms de emoties vrij spel kan geven.
Maar het verwarrende is dat dat monstertje, dat kleine strijdje tegen de wereld van Derevo, wel in die wereld leeft. Dat tijdens het kijken naar hun voorstelling mijn wereld en die van hun samengaan. Dat de Derevianen in hun blanke open huis vol emoties niet zijn vergeten hoe het ook kan zijn. Dat ze het niet veroordelen als je een andere keuze maakt. Maar dat juist degene die anders is, het meest kwetsbaar in de wereld staat.
En ik denk dat dat het is. Dat ik daarom Derevo heb uitgekozen uit het rijke scala aan theater dat Oerol dit jaar bood.

Jesse Goossens

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 1998