De kunst van het zweven

Als Westerkeyn het hart van Oerol is, wordt de koningskamer gevormd door de zweefmolen. Met dit suikerspinroze volksvermaak kun je voor de nostalgische prijs van een riks een vlucht naar de onbewolkte lucht maken. Mathilde Piket, de vrouw met het rode haar en de eeuwige lach op haar gezicht, is de gelukkige eigenares van de vliegmachine.

Ja
‘Ik was constructiebankwerker en lasser, voornamelijk aan schepen. Ik vond het erg leuk werk, maar het is hartstikke zwaar. Ik zat altijd in de kou, was altijd buiten, in de regen en de narigheid. Als ik dat tot mijn vijfenzestigste zou doen, zou ik het niet volhouden. Toen kreeg ik de kans deze zweefmolen te kopen en dacht ik: ja, dat is het.
Zweven is puur entertainment, je kunt zelf nog wat doen. De kermis van tegenwoordig vind ik maar niks. Je betaalt vijf gulden en moet gaan zitten, krijgt een veiligheidsding voor en dan moet je maar wachten tot er iets gebeurt. Zelf kun je er niks mee. Hier kun je tenminste wat mee. Bovendien vind ik het een heel mooi ding om te zien.’

Draaien of zweven
‘Dit soort zweefmolen is alleen in Europa gangbaar. Hij komt uit 1930 en heeft twee functies, zweefmolen en draaimolen. Voor het zweven staat alleen de buitenring waaraan stoeltjes hangen. Bij de draaimolen hangt er een vloer aan stangen naar beneden. In eerste instantie dacht ik dat het leuk zou zijn, om overdag de draaimolen te hebben voor de kinderen. Ik heb de vloer en zo erbij, alleen de beestjes, de paardjes en de autootjes niet. ‘s Avonds zou ik dan de vloer eraf halen en de schommels ophangen om te zweven. Maar dat was niet iedere dag te doen, want de vloerplaten zijn loei- en loeizwaar.’

Vliegles
‘Als je goed wil zweven is het echt topsport. In het begin, voordat hij zijn snelheid gaat krijgen, moet je de kadans van het zweven al hebben. Je gaat naar voren en moet het laagste punt van je stoeltje pakken, alleen maar de grond aantippen en dan schommelen zodat je uit kan zwiepen. Als iemand goed kan zweven en die in de richting gaat zitten waarin de molen draait, dan kan er ook wel iemand achterop. Als je tegen de draai in gaat zitten, is het heel moeilijk.
Het heeft iets nostalgisch. Mensen kennen ze de zweefmolen nog van vroeger. Er komen nu oude mannen met pretlichtjes in hun ogen als ze erin klimmen. En al is het jaren geleden, zij kunnen het nog. Zij zweven als de besten.’ [JG]

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 1999