Westerkeyn: een
vurig kloppend hart.
Over de weilanden waaien flarden gelach en muziek. Vanaf zijpaden, erven en opritten zwelt de stroom fietsers aan die in de richting van het terrein een verkeersopstopping veroorzaken. Slechts één man rijdt tegen de richting in: een gezet ventje met een verkeerd toupet, een geruit te klein jasje aan, fietst treurig langs de hoofdweg. Aan de meisjes op zijn pad laat hij een bordje zien. Jacqueline? Afwachtend kijkt hij ze aan. Na iedere afwijzing krimpt hij nog meer ineen.
Domino
De ophoping van fietsers voor Westerkeyn heeft niets te maken met krappe
verbindingswegen of te kleine parkeerplaatsen. Middenop de weg staat Don
Quichot. Zijn paard is van de weg geraakt. De dolende ridder heeft met het
oog op het nieuwe millennium een drastische gedaanteverwisseling ondergaan.
Het paard is een starwarswaardig creatuur, aangedreven door gasflessen.
Het zwaard van de edelman heeft meer weg van een laserpistool en niet langer
zijn molens de reuzen die hij moet verslaan: autos zijn nu zijn grootste
bedreiging. In zijn strijd wordt Paka Quichot bijgestaan door zijn eeuwig
trouwe dienaar die aanstekelijk dom grijnzend op een door joystick aangedreven
vuilnisemmer rondrijdt.
De fietser die uiteindelijk het bruggetje naar het parkeerterrein weet over
te steken en zijn fiets keurig in het gelid naast honderden andere plaatst,
moet uitkijken waar hij staat. Regelmatig valt, met het geluid van wapengekletter,
een rij fietsen als dominosteentjes om.
Fluitketels
In een wolk van rook zweven uitgelaten festivalvierders aan een Oudhollandse
molen. Eromheen zitten mensen aan tafeltjes of liggen in het gras met een
glaasje van het een of ander. De zon doet zijn werk en kleurt de hoofden
van alle aanwezigen kreeftenrood. Als in een hoekje van het terrein twee
sullige roadies hun materiaal beginnen uit te stallen, groeit de groep toeschouwers.
De Gerard Johan Rebergen of Olthaar tournee blijkt Oerol aan te doen. De
koelbloedige roadmanagers weten op uitgekiende wijze de juiste omstandigheden
te creëren voor een ongeëvenaard concert. Het is een moeilijke
taak de fluitketels net te laten fluiten als het gedicht van Annie M.G.
Schmidt is uitgezongen. Maar het lukt. En de merchandising vindt gretig
aftrek onder het wildenthousiaste publiek. De fluitketels hebben een nieuwe
schare trouwe fans.
Chips
De zon zakt achter de bomen als Barnaby het Westerkeynpodium opkomt. Barnaby
is bananofiel en bananofoob tegelijk. Met een banaan in zijn broek maakt
hij indruk op de dames in het publiek. Hoewel ze nauwelijks durven te kijken
zakt hun blik toch steeds naar die plek in de witte slobberbroek, die voor
de duidelijkheid is gemarkeerd met een kruis van zwarte tape. Vooral een
vrouw op de eerste rij heeft het niet meer. Ze gilt het uit en blijft er
bijna in als Barnaby in zijn broek grijpt en de banaan opvist. Dit explosieve
fruit gebruikt hij om een kist open te blazen waaruit hij een loeischerp
mes haalt.
Barnaby snijdt drie bananen in een hoepel zo aan, dat hij, als hij ze mocht
raken, volkomen aan flarden gescheurd zal worden. Bloedstollend is het moment,
ongekend zijn moed, als hij zich door de ring werpt. De omstanders slaken
een zucht van verlichting als hij de vuurproef ongeschonden doorstaat.
Niet één levensmiddel is veilig bij Barnaby. Een complete
oorlog wordt uitgevochten tussen doritos en wokkels die elkaar bestoken
met smarties en waarbij uiteindelijk een ontploffend blikje cola een bloedig
einde maakt.
Dobbelsteen
Barnabys slagveld wordt belaagd door meeuwen. De mannen in overalls
die het podium na de bananenwaaghals betreden, ruiken aan het zwarte kruis
van tape dat hij achter heeft gelaten en schrikken zich kapot als zich achter
hen opeens drie knoepers van Jan van Genten bevinden. Gelukkig is daar nog
een banaan die naar de dreigende vogels gesmeten kan worden. Dit is pas
locatietheater!
Fair Play heeft de taak om een hoofd te laten exploderen enkel en
alleen ter vermaak van het publiek. Welk hoofd is nog niet duidelijk.
Een vrijwilliger dient zich niet aan. De twee heren zullen onderling uit
moeten maken wie zich zal opofferen voor het vrolijke verloop van de avond.
Met de dobbelstenen wordt gerotzooid, tossen lukt niet, vingers raken kwijt.
Hoe dan ook, pas na een luchthartige chaos is het slachtoffer bekend. Als
een rechtgeaarde martelaar zet hij de helm vol explosieven op zijn hoofd.
Het aftellen kan beginnen. En nét als de nul wordt bereikt wil hij
terugkrabbelen.
Te laat.
Ondergoed
Het avondspektakel wordt afgesloten als de nacht zijn intrede heeft gedaan.
Twee broers in net pak met condooms tot over hun oren, besluiten het donker
bij te lichten. Maar hoe, daar lopen de meningen over uiteen. Harry Mahoney
is de gevoelige van de twee. Hij speelt viool, geeft bloemen aan vrouwen
en danst onder de sterren. Zijn broer Roger daarentegen is stoer en onverschrokken.
Als een sjamaan danst hij om een brandhaard. Hij vreet vuur, braakt vlammen
en verschroeit zichzelf.
De onverenigbaarheid van karakters is ook duidelijk in de fysieke verschijning
van de twee. Slungelige bleke Harry in zijn Hema-onderbroek steekt schril
af tegen zijn getatoeëerde, gespierde broer die gehuld is in berenvellen.
Toch is, hoe kan het ook anders, Harry de slimste. Hij weet zijn broer te
vernederen, maar heeft daar direct spijt van. Om zijn broer in ere te herstellen
overwint hij al zijn angsten. The Mahoney Brothers zetten het publiek in
vuur en vlam.
Een laatste drankje wordt genuttigd bij de onderhuidse klanken van een
didgeridoo en een éénsnarige etnische bas. De mysterieuze
geluiden begeleidden de fietsers op hun tocht terug naar huis.
Nog dagenlang zal het hart van Oerol bruisen. [JG]