Schrikkende merels
Staatsbosbeheer zwaait de scepter over het prachtige landschap waarin de Oerolvoorstellingen plaatsvinden. Dat de taak van toneelmeester op Terschelling geen eenvoudige is weet Freek Zwart (bouwjaar 1950, zoals hij zelf zegt) als geen ander. Hij werkt al tweeëntwintig jaar voor Staatsbosbeheer op Terschelling en is vanaf het begin betrokken geweest bij de samenwerking tussen Oerol en SBB.
Vroeger kon bij natuurbeheerders niets. Alles wat met recreatie
te maken had werd gezien als vijandig. Dat is natuurlijk een hele slechte
opstelling, en op Terschelling hebben we nooit zon houding gehad.
Maar we zeggen ook niet bij voorbaat dat alles kan. Iedere keer opnieuw
moeten we de afweging maken: wat werkt er voor de natuur, en wat werkt voor
de recreatie. Daarvoor heb je een goede terreinkennis nodig en het moet
duidelijk zijn wat de vraag van de buitenstaander precies inhoudt. Dingen
als geluid en licht zijn van te voren moeilijk in te schatten. Je kunt proberen
overal rekening mee te houden, maar de garantie dat er niet een keer een
merel wakker schrikt kan ik niet geven.
Wat de Oerolbezoeker ziet is overgebleven. Daarvoor is een heel traject
afgelegd waar hij niets van merkt. Ik schat dat de helft van de voorstellingen
niet op de plek wordt gespeeld die daar aanvankelijk voor was gekozen. De
hoofdlijnen van het festival, welke activiteiten op welke locaties zullen
plaatsvinden, stippelen we met de organisatie uit. Voor de details hebben
we vaak direct contact met de kunstenaars. In de eerste plaats zijn vertrouwen
en wederzijds respect nodig. Als je voor iedere spijker een contract moet
gaan sluiten is dat het begin van het einde. Maar met een goede wil komen
we er bijna altijd wel uit. Toch knappen er soms mensen af.
Kan dat allemaal zomaar?
Nee. Lang niet alles kan. Wat dit jaar bijvoorbeeld niet doorging
was een project met vijftienhonderd palen die in een duinvallei moesten
staan. Een schitterend geheel, maar vijftienhonderd palen, dat betekent
dat er vijftienhonderd kuilen gegraven moeten worden. Dat is een verstoring
van de bodem. En een van de uitgangspunten is toch: de grond mag niet beschadigd
worden. Ergens een paaltje neerzetten kan nog wel, maar om in een vallei
vijftienhonderd palen neer te zetten omdat je iets uit wilt beelden waar
vervolgens duizenden mensen naar komen kijken, dat gaat ons te ver.
Ieder jaar is er belangstelling voor een aantal locaties op de Noordsvaarder,
dat is een boeiend en dynamisch terrein, maar tegelijkertijd ook een belangrijk
natuurgebied. Kunstenaars kijken rond en zien een mooie plek waar ze wel
wat willen doen. Wij moeten dan nee zeggen.
Het kunstwerk van Marieke Bolhuis [een takkenconstructie in de vorm van
een paard, waarin het zand gevangen wordt, red.] wilde ze eerst maken op
een kwetsbaar deel van de Noordsvaarder. Hartstikke mooi bedacht maar dat
kwam in conflict met het natuurbelang. De enige plek waarop zij haar idee
kon realiseren was het strand, waar Rijkswaterstaat ook dergelijke projecten
uitvoert. We zullen zien hoe het in de loop van de tijd gaat. Misschien
waait haar werk weg, misschien groeit het door het zand en hebben we over
een paar jaar het Bolhuis-duin. Wie zal het zeggen.
Een nieuw dorp
Tryater is een verhaal apart. Het moest de klapper van het festival
worden. Tryater had samen met Oerol de locatie gekozen waar enkele jaren
geleden een replica van het Behouden Huys stond. Wij hebben beoordeeld of
het daar kon. Qua natuur was het mogelijk, qua landschap was het een kwetsbare
plek: de duinen schuiven op die plek naar binnen toe op. Dat sluit wel heel
mooi aan bij sporen in het zand: het zand wist daar onherroepelijk alle
sporen uit. Er kan alleen dit jaar nog van die plaats gebruik gemaakt worden.
Daarna is het over en uit. Op die plek mag het zand stuiven, dus daar verdwijnt
het.
We hebben gewikt en gewogen en kwamen tot de conclusie dat het wel kon.
Maar nu verschijnt er opeens een heel dorp dat toch een stuk groter is dan
aanvankelijk de afspraak was. En dan zit je in een rijdende trein die je
niet meer stil kunt zetten. Je zou kunnen zeggen: "Stopt u maar, dit
is niet volgens de afspraken, bedenk maar wat anders." Maar dat zou
het einde van het project betekenen. Beter is het mee te denken hoe je de
zaken nog zo goed mogelijk op kunt lossen.
Ik kan me best voorstellen dat er mensen op het eiland denken: moet dat
allemaal nou. Zij hebben het idee dat vroeger in de natuur helemaal niks
mocht en voor Oerol alles maar moet kunnen. Hun kritiek is dan ook terecht
wat het landschappelijk aanzien betreft. Maar er zit ook een economisch
verhaal aan vast. Tien tot vijftien procent van de jaaromzet van veel bedrijven
wordt wel gemaakt door de Oerolweek, dat is een andere kant van de dobbelsteen.
En het is tijdelijk. Na Peer Gynt wordt de lokatie overgegeven aan de wind
en het strand.
[JG]